LogoKM 130/300 R I Bp Pack Li+FC
  • Algemene informatie
  • Veiligheidsinstructies
    • Gevarenniveaus
    • Symbolen op de machine
    • Veiligheidsinstructies m.b.t. de bediening
    • Veiligheidsinstructies voor het rijden
    • Veiligheidsinstructies voor het transport
    • Veiligheidsinstructies m.b.t. de opslag
    • Veiligheidsinstructies voor het accupack
    • Veiligheidsinstructies voor het vervoer van het accupack
    • Veiligheidsaanwijzingen voor veegmachines met hoge leegsysteem
    • Veiligheidsinstructies voor veegmachines met beschermdak
    • Veiligheidsinstructies m.b.t. het onderhoud
  • Reglementair gebruik
    • Voorzienbaar foutief gebruik
    • Geschikte oppervlakten voor het vegen
  • Veiligheidsinrichtingen
    • Noodstoptoets
    • Stoelcontactschakelaar
  • Milieubescherming
  • Toebehoren en reserveonderdelen
  • Leveringsomvang
  • Beschrijving apparaat
    • Afbeelding apparaat
      • Veegmachine
      • Bedieningsveld
      • Pedalen
      • Controle-elementen en display
      • Optionele uitrusting
    • Bedieningshendel
    • Display
    • Display
    • Display accumonitor
  • Functie
  • Vooringebruikneming
    • Aanwijzingen voor het afladen
    • Parkeerrem vergrendelen / ontgrendelen
  • Batterijen / oplaadapparaten
    • Symbolen waarschuwingsinstructies
    • Veiligheidsinstructies
    • Aanbevolen accu's, oplaadapparaten
    • Accu installeren / verwijderen
    • Batterij inbouwen / aansluiten / uitbouwen
    • Spanningsvoorziening loskoppelen/aansluiten
    • Accu laden
  • Inbedrijfstelling
  • Werking
    • Werkzaamheden vóór het begin van de werking
    • Bestuurdersstoel instellen
    • Machine starten
    • Machine rijden
    • Veegbedrijf
      • Vegen met veegwals en zijbezems
      • Vuilreservoir ledigen
    • Machine uitschakelen
    • Gedrag bij machinestoringen
    • Reactie bij machinestoringen
  • Vervoer
  • Opslag
  • Verzorging en onderhoud
    • Reiniging van het apparaat
      • Binnenkant van de machine reinigen
      • Buitenkant van de machine reinigen
    • Onderhoudsintervallen
      • Onderhoud door de klant
      • Onderhoud door de klantenservice
    • Onderhoudswerkzaamheden
    • Voorbereiding
    • Veiligheidsinstructies voor onderhoud
    • Vuilreservoir borgen
    • Remvloeistofpeil controleren en bijvullen
    • Peil hydraulische olie controleren en hydraulische olie bijvullen
    • Hydraulisch systeem controleren
    • Veegwals controleren op erin verstrikte linten
    • Veegwals controleren op slijtage
    • Veegwals vervangen
    • Zijbezem vervangen
    • Veegspoor van de veegwals controleren en instellen
    • Het veegspoor van de zijbezem controleren en afstellen
    • Zijafdichtingen afstellen
    • Stoffilter handmatig reinigen
    • Stoffilter vervangen (zakfilter)
    • Stoffilter vervangen (vlak harmonicafilter)
    • Stoffilter vervangen (rond filter)
    • Zekeringen vervangen
    • Overzicht van de zekeringen
  • Hulp bij storingen
    • Het voertuig beweegt slechts langzaam of helemaal niet
    • Fluitend geluid in het hydraulisch systeem
    • Veegwals / zijbezem draait niet
    • Weinig of geen zuigkracht in het borstelgebied
    • Machine stoot stof uit
    • Veeggoed blijft liggen
    • Vuilreservoir kan niet omhoog/omlaag worden gebracht
    • Reservoirklep van vuilreservoir kan niet worden geopend
    • Bedrijfsstoringen van hydraulisch bewegende delen
  • Garantie
  • EU-conformiteitsverklaring
  • Technische gegevens

      KM 130/300 R I Bp Pack Li+FC

      59991850 (02/26)

      Algemene informatie

      Lees voor het eerste gebruik van de machine deze oorspronkelijke gebruiksaanwijzing en de gebruiksaanwijzingen die bij de batterij en het oplaadapparaat zijn geleverd, en handel ernaar. Bewaar de gebruiksaanwijzingen voor later gebruik of voor de volgende eigenaar.

      Deze oorspronkelijke gebruiksaanwijzing bevat: KM 130/300 R I Bp Pack Li+FC.

      Veiligheidsinstructies

      Gevarenniveaus

      GEVAAR

      Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt.

      WAARSCHUWING

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden.

      VOORZICHTIG

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.

      LET OP

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.

      Symbolen op de machine

      LET OP

      Gevaar voor brandwonden

      Laat hete voertuigonderdelen afkoelen voordat u eraan gaat werken.

      GEVAAR

      Brandgevaar

      Veeg geen brandende of gloeiende voorwerpen, zoals bijv. sigaretten, lucifers of dergelijke.

      WAARSCHUWING

      Gevaar van letsels

      Risico op beknelling en afknelling door bewegende voertuigonderdelen.

      WAARSCHUWING

      Gevaar van letsels

      Gevaar van letsels door elektrische spanning

      WAARSCHUWING

      Gevaar van letsels

      Snijwonden en kneuzingen door bewegende voertuigonderdelen aan de binnenzijde.

      Steek uw handen niet in openingen van het apparaat.
      Werkzaamheden aan het voertuig altijd met geschikte handschoenen uitvoeren.
       
      Pas op voor roterende borstels.
      In de rijrichting alleen opgaande of neergaande hellingen tot 14% nemen.
      Maximale helling van de ondergrond bij ritten met opgetild vuilreservoir.
      Opnamepunt voor krik
      Bevestigingspunt
      Aanwijzingen in acht nemen
      Langzaam sturen
      Gebruiksaanwijzing lezen en overeenkomstig handelen

      Veiligheidsinstructies m.b.t. de bediening

      GEVAAR

      Laat het apparaat in geen geval onbeheerd achter zolang het niet beveiligd is tegen onbedoelde bewegingen. Trek altijd de parkeerrem aan voordat u het apparaat achterlaat.

      WAARSCHUWING

      Gebruik het apparaat alleen volgens de voorschriften. Houd rekening met de plaatselijke omstandigheden en let bij het uitvoeren van werkzaamheden met het apparaat op andere personen en met name kinderen.

      WAARSCHUWING

      Uitsluitend in Finland geldt dat: Om beschadiging van de isolatie van kabels en de daaruit resulterende gevaren te voorkomen, mag het apparaat niet buitenshuis worden gebruikt bij temperaturen onder 5 °C.

      WAARSCHUWING

      Controleer het apparaat met de werkrichtingen op correcte toestand en op de bedrijfsveiligheid. Is de toestand niet perfect, dan mag u het apparaat niet gebruiken.

      WAARSCHUWING

      Let in gevarenzones (bijv. tankstations) op de desbetreffende veiligheidsvoorschriften. Gebruik het apparaat nooit in explosieve ruimtes.

      WAARSCHUWING

      Gebruik het apparaat niet op oppervlakken met een helling die groter is dan de maximale helling die op het apparaat is vermeld.

      WAARSCHUWING

      Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen met een fysieke, sensorische of verstandelijke beperking of een gebrek aan ervaring en/of kennis.

      WAARSCHUWING

      Alleen personen die in de omgang met het apparaat zijn geïnstrueerd of hebben bewezen dat ze het apparaat correct bedienen en uitdrukkelijk de opdracht hebben dit apparaat te gebruiken, mogen het apparaat gebruiken.

      WAARSCHUWING

      Zorg voor nauw aansluitende kleding en stevige schoenen van de bediener. Los gedragen kleding vermijden.

      WAARSCHUWING

      Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.

      WAARSCHUWING

      Kinderen en jongeren mogen het apparaat niet gebruiken.

      WAARSCHUWING

      Het apparaat is uitsluitend ontworpen voor het opvegen van droog veeggoed.

      WAARSCHUWING

      Zorg er altijd voor dat het zwaailicht is ingeschakeld wanneer de gevaarlijke vrijliggende zijborstels bewegen.

      WAARSCHUWING

      Kijk bij apparaten met BlueSpot-verlichting niet rechtstreeks in de lichtbron.

      VOORZICHTIG

      Gebruik het apparaat niet zonder beschermkap in zones waar het risico bestaat geraakt te worden door vallende voorwerpen.

      LET OP

      De bediener moet voor het begin van het werk controleren of alle veiligheidsinrichtingen correct zijn aangebracht en functioneren.

      LET OP

      De bediener van het apparaat is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom verantwoordelijk.

      LET OP

      Controleer de directe omgeving alvorens te beginnen met rijden (bijv. kinderen). Zorg voor voldoende zicht!

      LET OP

      Trek de contactsleutel of KIK (Kärcher Intelligent Key) eruit om het onbevoegd gebruik van het apparaat te verhinderen.

      Veiligheidsinstructies voor het rijden

      GEVAAR

      Kantelgevaar bij te grote hellingen! Neem bij het rijden op hellingen de maximaal toegestane waarden in de technische gegevens in acht.

      GEVAAR

      Kantelgevaar bij te grote zijdelingse helling! Neem bij het rijden dwars op de rijrichting de maximaal toegestane waarden in de technische gegevens in acht.

      GEVAAR

      Kantelgevaar bij instabiele ondergrond! Gebruik het apparaat uitsluitend op verharde ondergrond.

      WAARSCHUWING

      Gevaar voor ongevallen door niet aangepaste snelheid. Rijd langzaam in bochten.

      Instructie

      De lijst met aanwijzingen m.b.t. het kantelgevaar maakt geen aanspraak op volledigheid.

      Veiligheidsinstructies voor het transport

      VOORZICHTIG

      Rekening houden met het transportgewicht van het voertuig om ongelukken tijdens het transport te voorkomen.

      VOORZICHTIG

      Om de machine te vervoeren, de accu loskoppelen en de machine stevig vastmaken.

      Veiligheidsinstructies m.b.t. de opslag

      VOORZICHTIG

      Het apparaat mag alleen binnenshuis worden geïnstalleerd.

      Veiligheidsinstructies voor het accupack

      • Controleer het accupack voor elk gebruik op schade. Gebruik geen beschadigde accupacks.

      • Stel het accupack niet bloot aan mechanische belastingen.

      • Laat het accupack niet vallen.

      • Dompel het accupack niet onder in water en houd het niet onder een waterstraal.

      • Gebruik, laad of bewaar het accupack niet in natte of verontreinigde toestand.

      • Droog het accupack onmiddellijk, als het nat wordt. Zorg ervoor dat er geen vocht op de contacten achterblijft.

      • Bewaar of laad het accupack niet op in een vochtige of natte omgeving.

      • Laad het accupack alleen met de toegestane oplaadapparaten.

      • Laad het accupack niet op in een explosieve omgeving. Controleer tijdens het opladen regelmatig de toestand van het accupack en het oplaadapparaat.

      • Controleer de statusweergave van het accupack regelmatig op foutmeldingen.

      • Als u tijdens het opladen een storing, ongebruikelijke geur of warmteontwikkeling opmerkt, koppel dan het oplaadapparaat los van het lichtnet en het accupack van het oplaadapparaat. Neem dan contact op met Kärcher Service.

      • Gebruik, laad of bewaar het accupack niet in een explosieve omgeving of in de buurt van brandbare voorwerpen.

      • Gooi het accupack niet in het vuur.

      • Bescherm het accupack tegen hitte, scherpe randen, olie, oplosmiddelen, reinigingsmiddelen en bewegende apparaatdelen.

      • Kortsluitingsgevaar. Bescherm de contacten van het accupack tegen ongewenst contact met metalen voorwerpen.

      • Accupack niet openen. Laat reparaties alleen door vakpersoneel uitvoeren.

      • Vermijd contact met vloeistof die uit defecte accu's komt. Spoel de vloeistof bij contact direct met water af en raadpleeg bij contact met de ogen ook een arts.

      • Voer het accupack aan het einde van zijn levensduur af in overeenstemming met de geldende voorschriften.

      Veiligheidsinstructies voor het vervoer van het accupack

      De Lithium-ion-accu valt onder de vereisten van de wetgeving m.b.t. gevaarlijke goederen.

      Een onbeschadigd en functioneel accupack kan door de gebruiker zonder bijkomende voorwaarden op de openbare weg worden getransporteerd.

      Neem bij het verzenden door derden (transportonderneming) de bijzondere vereisten aan verpakking en markering in acht.

      Verstuur het accupack alleen bij een onbeschadigde behuizing.

      Plak openliggende contacten af.

      Verpak het accupack stevig en veilig. Het accupack mag zich niet in de verpakking kunnen bewegen.

      GEVAAR

      Een defect of niet-functioneel accupack mag niet worden opgestuurd en moet ter plaatse worden afgevoerd in overeenstemming met de geldende voorschriften.

      Neem de nationale voorschriften in acht.

      Veiligheidsaanwijzingen voor veegmachines met hoge leegsysteem

      GEVAAR

      Gevaar voor letsel op veegmachines met hoge leegsysteem!

      Beveilig voor alle werkzaamheden de geheven vuilcontainer. Breng de beveiliging alleen van buiten de gevarenzone aan.

      Veiligheidsinstructies voor veegmachines met beschermdak

      VOORZICHTIG

      Controleer het beschermdak elke dag op beschadigingen om zeker te zijn van de beschermende functie.

      Bij beschadiging van het beschermdak, ook van afzonderlijke elementen ervan, dient het complete beschermdak te worden vervangen.

      Het is niet toegestaan het beschermdak te wijzigen of andere dan de door Kärcher goedgekeurde elementen, onderdelen en bouwgroepen aan te brengen, want zulks kan onder bepaalde omstandigheden nadelige gevolgen hebben voor de functie van het beschermdak.

      Veiligheidsinstructies m.b.t. het onderhoud

      WAARSCHUWING

      Klem vóór werkzaamheden aan de elektrische installatie de batterij af.

      WAARSCHUWING

      Vóór reiniging, onderhoud, het vervangen van onderdelen en het overschakelen op een andere functie, moet u het apparaat uitschakelen en de contactsleutel eruit trekken.

      WAARSCHUWING

      Laad de accu niet op tijdens onderhoudswerkzaamheden.

      WAARSCHUWING

      Voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren onder het opgeheven vuilreservoir moet het vuilreservoir worden beveiligd tegen vallen.

      VOORZICHTIG

      Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door geschoold vakpersoneel.

      VOORZICHTIG

      Laat reparaties alleen uitvoeren door erkende klantenservices of experts voor dit gebied die bekend zijn met alle relevante veiligheidsvoorschriften.

      LET OP

      Houd u volgens de plaatselijk geldende voorschriften aan de veiligheidscontrole voor verplaatsbare, commercieel gebruikte apparaten (bijv. in Duitsland: VDE 0701).

      LET OP

      Voer werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uit.

      LET OP

      Kortsluitingen of andere schade. Reinig het apparaat niet met een slang of een hogedrukstraal.

      LET OP

      Afgewerkte olie en vloeistoffen zoals diesel en motorolie die tijdens onderhoudswerkzaamheden vrijkomen, belasten het milieu. Laat gebruikte olie alleen afvoeren door een gespecialiseerd bedrijf en verwijder lekkende vloeistoffen op een milieuvriendelijke manier.

      Reglementair gebruik

      De veegmachine is bedoeld voor het reinigen van vloeroppervlakken voor commercieel gebruik en bijvoorbeeld voor de volgende toepassingsgebieden:

      • Parkeerplaatsen

      • Productie-installaties

      • Logistieke omgevingen

      • Hotel

      • Detailhandel

      • Opslagruimten

      • Voetpaden

      Deze veegmachine is ontworpen voor het vegen van vuile oppervlakken buiten en binnen.

      Het apparaat met de werkvoorzieningen moet voor gebruik worden gecontroleerd op reglementaire toestand en bedrijfsveiligheid. Als de toestand niet perfect is, dan is het gebruik niet toegestaan.

      Gebruik de veegmachine uitsluitend overeenkomstig de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.

      Aan het apparaat mogen geen veranderingen worden aangebracht.

      Het apparaat is uitsluitend geschikt voor de in de gebruiksaanwijzing aangegeven ondergronden.

      Alleen de door de ondernemer of diens gevolmachtigde voor het gebruik van de machine vrijgegeven oppervlakken mogen worden bereden.

      Over het algemeen geldt: Licht ontvlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandgevaar).

      Voorzienbaar foutief gebruik

      • De machine is uitsluitend bedoeld voor droge werking. Het gebruik van reinigingsmiddelen of andere chemische middelen is niet toegestaan. Hierdoor kan de garantie ook vervallen.

      • Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmiddelen opvegen of opzuigen! Hiertoe behoren benzine, verfverdunners of stookolie, die explosieve dampen of mengsels kunnen vormen wanneer ze met de zuiglucht worden opgewerveld, evenals aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen, omdat deze de aan het apparaat gebruikte materialen aantasten.

      • Nooit reactief metaalstof (bijv. aluminium, magnesium, zink) opvegen of opzuigen. Deze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen.

      • Geen brandende of gloeiende voorwerpen opvegen of opzuigen.

      • De machine niet geschikt om stoffen op te vegen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid.

      • Het verblijf in de gevarenzone is verboden. Het gebruik in explosiegevaarlijke ruimten is verboden.

      • Het meenemen van begeleidende personen is niet toegestaan.

      • Het duwen/trekken of transporteren van voorwerpen met deze machine is niet toegestaan.

      Geschikte oppervlakten voor het vegen

      • Asfalt

      • Industrievloeren

      • Estrik

      • Beton

      • Straatstenen

      Veiligheidsinrichtingen

      Veiligheidsinrichtingen dienen voor de bescherming van de gebruiker en mogen niet buiten werking worden gesteld en de functies ervan mogen niet worden omzeild.

      Noodstoptoets

      Als de noodstoptoets wordt ingedrukt, worden alle reinigings- en rijfuncties onmiddellijk gestopt.

      Stoelcontactschakelaar

      De stoelcontactschakelaar zorgt ervoor dat de rij- en reinigingsfuncties alleen actief zijn wanneer een persoon op de bestuurdersstoel zit.

      Milieubescherming

      De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

      Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huisvuil af.

      Instructies betreffende ingrediënten (REACH)

      Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH

      Toebehoren en reserveonderdelen

      Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.

      Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.

      Leveringsomvang

      De leveringsomvang van het apparaat is op de verpakking afgebeeld. Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur.

      Beschrijving apparaat

      Afbeelding apparaat


      Veegmachine

      Positie 1

      1. Stoel (met stoelcontactschakelaar)
      2. Stuurwiel
      3. Greep met vergrendeling
      4. Apparaatkap
      5. Werkverlichting
      6. Zijbezem (rechts)
      7. Voorwiel
      8. Toegang veegwals
      9. Sjorpunt
      10. Typeplaatje
      11. Zwaailicht
      12. Apparaatkap (rechts)
      13. Afdekking (rechts)
      14. Achterpaneel
      15. Achterwiel
      16. Afdekking (links)
      17. Motorkap

      Bedieningsveld

      Positie 2

      1. Accumonitor
      2. Controle-elementen en display
      3. Startknop accumonitor
      4. Parkeerrem
      5. Noodstopknop
      6. Bedieningshendel veegwals optillen / neerlaten
      7. Controlelampje voor klep van vuilreservoir
      8. Bedieningshendel reservoirklep openen / sluiten
      9. Controlelampje vuilreservoir volledig omlaag
      10. Bedieningshendel vuilreservoir optillen / neerlaten
      11. Sleutelschakelaar (contactslot)
      12. Rijrichtingsschakelaar
      13. Bedieningshendel zijbezem optillen / neerlaten
      14. Snelheidsaanpassing zijbezem (optioneel)
      15. Schakelaar zwaailicht
      16. Schakelaar werkverlichting
      17. Schakelaar claxon
      18. Schakelaar blazer / filterreiniging

      Pedalen

      Positie 3

      1. Rempedaal
      2. Rijpedaal

      Controle-elementen en display

      Positie 4

      1. Zonder functie
      2. Zonder functie
      3. Waarschuwingslampje accu
      4. Controlelampje werkverlichting
      5. Controlelampje knipperlicht (functie alleen met conversie voor verkeer op de weg)
      6. Controlelampje filterreiniging
      7. Controlelampje parkeren
      8. Zonder functie
      9. Zonder functie
      10. Controlelampje blazer
      11. Zonder functie
      12. Zonder functie
      13. Display

      Optionele uitrusting

      Comfortcabine (gesloten)
      2.853-431.7
      Beschermcabine (open) met voorruit en ruitenwisser
      2.853-433.7
      Beschermcabine
      2.851-267.7
      Beschermdak
      2.852-595.7
      Lekvrije banden (non-marking)
      4.515-132.0
      Spotlight blauw (voorkant)
      2.853-202.0
      Spotlight blauw (voor en achter)
      2.853-203.0
      Achterlicht
      2.853-204.0
      Standaard verlichtingsset
      2.853-205.0
      Verlichtingsset voor verkeer op de weg
      2.853-207.0
      Toelatingsset voor verkeer op de weg
      2.853-208.0
      Veiligheidsgordel
      6.981-140.0
      Tweede zijbezem (links)
      2.851-273.0
      Snelheidsregeling voor zijborstel (rechts)
      2.853-507.0
      Afdekking voor zijborstel
      2.851-286.0
      Watersproeisysteem voor zijborstels
      2.853-214.0
      Rubberen schokdemper
      2.852-620.0
      Rambescherming zijbezem (rechts)
      2.853-211.0
      Rambescherming zijbezems (aan beide zijden)
      2.853-210.0
      Aanbouwset stofzuiger voor natte/droge bestanddelen NT 22/1 Bp
      2.852-814.0
      Aanbouwset stofzuiger voor natte/droge bestanddelen NT 22/1 Bp (cabine)
      2.853-161.0
      Aanbouwset voor het vegen van licht afval
      2.853-212.0

      Bedieningshendel


      1. Bedieningshendel vuilreservoir
      2. Bedieningshendel reservoirklep
      3. Bedieningshendel veegwals
      4. Bedieningshendel zijbezems

      Instructie

      De hendels moeten zo lang in de gewenste positie worden gehouden totdat de respectieve mechanische beweging is voltooid.

      Bedieningshendel vuilreservoir

      Naar achter:
      Vuilreservoir optillen
      Naar voren
      Vuilreservoir neerlaten

      Bedieningshendel veegwals

      Naar achter:
      Veegwals optillen
      Naar voren
      Veegwals neerlaten

      Bedieningshendel reservoirklep

      Naar achter:
      Reservoirklep sluiten
      Naar voren
      Reservoirklep openen

      Bedieningshendel zijbezems

      Naar achter:
      Zijbezem heffen
      Naar voren
      Zijbezems neerlaten

      Display


      1. Bedrijfsuren van de machine
      2. Momenteel ingestelde rijrichting

      Display


      1. Display
      2. Startknop accumonitor

      Display accumonitor


      1. Voorhanden spanning van de accu in V
      2. Momenteel voorhanden stroom in ampère
      3. Temperatuur van de accu in °C
      4. Ladingstoestand van de accu in %
      5. Tijd
      6. Indicatie voor accu gebruiksklaar

      Functie

        De veegmachine werkt volgens het stofferprincipe.

      1. De roterende zijbezem reinigt hoeken en randen van het veegoppervlak en transporteert het veeggoed in de baan van de veegwals.

      2. De roterende veegwals transporteert het veeggoed direct in het vuilreservoir.

      3. Het opgewaaide stof in het vuilreservoir wordt via een stoffilter gescheiden en de zuigventilator zuigt de gefilterde lucht af.

      4. De reiniging van het stoffilter gebeurt automatisch tijdens het gebruik en kan ook worden gestart met de schakelaar "Filterreiniging".

      Vooringebruikneming

      Aanwijzingen voor het afladen

      GEVAAR

      Risico op ongevallen bij het afladen van de machine

      Gebruik bij het afladen van de machine een geschikte oprijplank.Gebruik geen vorkheftruck voor het afladen/verladen van de machine.Neem het gewicht van de machine in acht bij het afladen/verladen.
      1. Gebruik de bijgeleverde planken om een oprijplank te bouwen volgens de tekening.

      2. Verpakkingsbanden van kunststof lossnijden en verpakkingsfolie verwijderen.

      3. De spanbandbevestiging bij de bevestigingspunten verwijderen.

      4. De gemarkeerde vloerplanken en het vierkante hout op de pallet losschroeven.

      5. De planken op de kant van de pallet leggen en zodanig uitlijnen dat ze onder de wielen van de machine liggen. De planken vastschroeven.

      6. Plaats het vierkante hout als ondersteuning onder de planken.

      7. Verwijder de houten blokken die de wielen op hun plaats houden.

      8. Parkeerrem loszetten.

      9. Machine voorzichtig van de pallet rijden via de gemaakte oprijplank.

      Parkeerrem vergrendelen / ontgrendelen

        Vergrendelen

      1. Het rempedaal ingetrapt houden en aan de remhendel trekken.

      2. Ontgrendelen

      3. Het rempedaal ingetrapt houden en de remhendel ontgrendelen.

      Batterijen / oplaadapparaten

      LET OP

      Gebruik alleen de door de fabrikant aanbevolen batterijen en oplaadapparaten

      Vervang de batterijen alleen door batterijen van hetzelfde type!

      Verwijder de batterij voordat u het voertuig afvoert en voer het voertuig af met inachtneming van de landspecifieke en plaatselijke voorschriften.

      Symbolen waarschuwingsinstructies

      Neem bij de omgang met accu’s volgende waarschuwingsinstructies in acht:

      Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de accu en op de accu alsook in deze gebruiksaanwijzing in acht nemen.
      Oogbescherming dragen.
      Kinderen uit de buurt van zuur en accu houden.
      Explosiegevaar
      Vuur, vonken, open licht en roken verboden.
      Verbrandingsgevaar
      Eerste hulp
      Waarschuwing
      Afvalverwijdering
      Accu niet in de vuilnisbak gooien.

      Veiligheidsinstructies

      GEVAAR

      Brand- en explosiegevaar

      Leg geen gereedschap of andere voorwerpen op de batterij.Vermijd absoluut roken en open vuur.Zorg bij het laden van batterijen in ruimtes voor een goede ventilatie.Gebruik uitsluitend door Kärcher vrijgegeven batterijen en oplaadapparaten (originele reserveonderdelen).

      WAARSCHUWING

      Milieugevaar door ondeskundige verwijdering van de batterij

      Voer defecte of opgebruikte batterijen op een veilige manier af (neem eventueel contact op met een afvalverwijderingsfirma of met de Kärcher-service).

      Aanbevolen accu's, oplaadapparaten

      Bestelnr.
      Li-ion-batterij 36V/300 Ah*
      6.654-597.0
      Ombouwset Li-ion-batterij 36 /300 Ah incl. display*2.654-006.0
      Snellader
      36 V/200 A
      4.654-083.0

      * Veegmachine heeft 1 accu nodig

      Accu installeren / verwijderen

      De accu mag alleen worden ingebouwd en gedemonteerd door de klantenservice van Kärcher of door Kärcher geautoriseerd personeel.

      Batterij inbouwen / aansluiten / uitbouwen

      1. De machine uitschakelen, zie Machine uitschakelen.

      2. Uitbouwen en inbouwen:

      3. Demonteer de dwarsbalk.

        1. Maak de slangklem los van de dwarsbalk.

        2. Draai de bevestigingsschroeven eruit.

        3. Verwijder de dwarsbalk.


        1. Bevestigingsschroef
        2. Slangklem
        3. Dwarsbalk
      4. De spanningsvoorziening afkoppelen, zie Spanningsvoorziening loskoppelen/aansluiten

      5. Verwijder de communicatiekabel uit de communicatie-interface.


        1. Communicatie-interface
      6. Draai de zeskantschroeven uit de 4 bevestigingspunten.


        1. Bevestigingspunt/zeskantschroef
      7. Schroef de oogbouten aan de 4 bevestigingspunten.


      8. Geschikt hefwerktuig aan de 4 oogbouten bevestigen.

        Gewicht van de accu zie Technische gegevens.

      9. De accu uit de machine tillen en veilig neerleggen.

      10. Draai de zeskantschroeven uit de bevestigingspunten van de nieuwe accu.

      11. Schroef de oogbouten aan de 4 bevestigingspunten op de nieuwe accu.

      12. Het hefwerktuig aan de nieuwe accu bevestigen.

      13. De nieuwe accu voorzichtig in de accuhouder van de machine plaatsen.

        Instructie

        De kabels van de accu moeten zich aan de linkerkant van de machine bevinden.

      14. Verwijder het hefwerktuig van de 4 oogbouten.

      15. Schroef de oogbouten uit de 4 bevestigingspunten.

      16. Schroef de zeskantschroeven in de 4 bevestigingspunten.

      17. Monteer de dwarsbalk.

        1. Schroef de dwarsbalk op de machinebehuizing.

        2. Bevestig de slangklem aan de dwarsbalk.


        1. Bevestigingsschroef
        2. Slangklem
      18. Aansluiten:

      19. Sluit de communicatiekabel aan op de communicatie-interface.


        1. Communicatie-interface
      20. De spanningsvoorziening tot stand brengen, zie Spanningsvoorziening loskoppelen/aansluiten.

      21. Druk op de startknop op de accumonitor.

      22. De laadstatus van de accu aflezen op de accumonitor en de accu indien nodig opladen, zie Accu laden.

      Spanningsvoorziening loskoppelen/aansluiten


      1. Batterijstekker aan de kant van de batterij
      2. Batterijstekker aan de kant van machine
      1. De machine uitschakelen, zie hoofdstuk Machine uitschakelen.

      2. Loskoppelen:

      3. De accustekker aan de kant van de accu afkoppelen van de accustekker aan de kant van de accu.

        De machine is spanningsloos.

      4. Aansluiten:

      5. De batterijstekker aan de kant van de batterij op de batterijstekker aan de kant van de machine steken tot de twee stekkerhuizen tegen elkaar liggen.

        De spanningsvoorziening naar de machine is tot stand gebracht.

      Accu laden

      1. De machine verrijden naar een droge, goed geventileerde binnenruimte.

      2. De sleutelschakelaar op "0" zetten en de sleutel eruit trekken.

        De accumonitor moet ingeschakeld blijven.

      3. Oplaadapparaat aansluiten:


        1. Batterijstekker aan de kant van de batterij

        2. Oplaadstekker

        3. Hoofdschakelaar

        4. Start- en stopknop

        5. Display

        6. Noodstopknop

        7. Oplaadapparaat

        8. Netsnoer

        9. Driefasenstekker

        10. Laadkabel

      4. De oplaadstekker aan de batterijstekker aan de kant van de batterij opsteken tot de twee stekkerbehuizingen tegen elkaar liggen.

      5. Steek de driefasenstekker in een driefasig stopcontact.

      6. Schakel het oplaadapparaat met de hoofdschakelaar in.

      7. Druk op de startknop.

        Het laadproces begint en eindigt automatisch.

        Het display toont de huidige oplaadstatus en de huidige stroomsterkte.

        Oplaadtijd zie hoofdstuk Technische gegevens.

      8. Het oplaadapparaat verwijderen nadat deze is opgeladen:

      9. Schakel het oplaadapparaat met de hoofdschakelaar uit.

      10. Maak de laadstekker los van de aansluiting aan de kant van de accu.

      11. Het oplaadproces onderbreken:

      12. Druk op de stopknop.

        Het laadproces is gestopt.

        LET OP

        Beschadiging van de accu.

        Als er nog steeds stroom is wanneer de stekker uit de contactstekker is getrokken, kan de accu beschadigd raken.

        Controleer of het display 0 A weergeeft voordat u de stekker uit de contactstekker haalt.
      13. Maak de contactstekker los van de aansluiting aan de kant van de accu.

      Inbedrijfstelling

      Werking

      Werkzaamheden vóór het begin van de werking

      1. De laadstand van de accu controleren. Indien nodig de accu opladen, zie Accu laden.

      2. De veegwals en de zijbezems controleren op erin verstrikte linten.

      3. De wielassen controleren op erin verstrikte linten.

      4. De werking van alle bedieningselementen testen.

      5. De machine controleren op schade.

      6. Het stoffilter reinigen.

      Bestuurdersstoel instellen

      GEVAAR

      Gevaar voor ongevallen

      Stel de bestuurdersstoel alleen bij een stilstaand apparaat in.

        1. Gewichtsinstelling
        2. Hoogteverstelling van de armleuning
        3. Hoekverstelling van de rugleuning
        4. Verstelhendel stoelpositie
      1. De vering van de stoel aan het lichaamsgewicht aanpassen door aan de verstelling te draaien.

      2. De hoogte van de armleuning aanpassen door aan het mechanisme onder de armleuning te draaien.

      3. De hoek van de rugleuning aanpassen door aan de verstelling te draaien.

      4. Door een druk op de verstelhendel het vergrendelingsmechanisme ontgrendelen en de stoelpositie aanpassen aan de lichaamslengte.

      Machine starten

      Instructie

      Om de machine te starten, moet de motorkap gesloten zijn en moet de bestuurder op de bestuurdersstoel zitten.

      Instructie

      De veegmachine wordt 3 seconden na het verlaten van de stoel uitgeschakeld.

      1. Plaats nemen op de bestuurdersstoel.

        De stoelcontactschakelaar wordt bediend.

      2. De rijrichtingschakelaar in de middenpositie zetten.

      3. Druk op de startknop op de accumonitor.

        De monitor toont de bedrijfstoestand van de accu.

      4. Contactsleutel in het contactslot steken.

      5. Het hydraulische aggregaat starten.

        1. Het rempedaal ingedrukt houden.

        2. De contactsleutel naar de stand "I" draaien en 3 seconden wachten.

          Machine is bedrijfsklaar.

        3. De contactsleutel naar de stand "II" draaien.

        Het hydraulische aggregaat start.

      Machine rijden

      GEVAAR

      Verwondingsgevaar door abrupt stoppen!

      De machine komt abrupt tot stilstand zodra de bestuurdersstoel niet meer bezet is.

      Sta tijdens het rijden niet op van de bestuurdersstoel.

      WAARSCHUWING

      Gevaar voor ongevallen bij achteruitrijden!

      Er is een verhoogd risico op ongevallen bij achteruitrijden.

      Voordat u achteruit rijdt, moet u controleren dat u niemand in gevaar brengt, let vooral op kinderen. Laat u indien nodig bijstaan door een andere persoon.Let bij het achteruitrijden op de gehele omgeving.

      WAARSCHUWING

      Gevaar voor ongevallen bij rijden met opgetild vuilreservoir!

      Bij het rijden met het vuilreservoir omhoog is er een verhoogd risico op ongevallen door een verandering in het zwaartepunt van de machine.

      Rijd niet met het vuilreservoir omhoog.

      LET OP

      Beschadigingsgevaar van de aandrijving!

      Schokkerige bediening van het rijpedaal kan de aandrijving beschadigen.

      Bedien het rijpedaal altijd langzaam en voorzichtig.Breng de machine tot stilstand voordat u van vooruit naar achteruit of vice versa schakelt.

      LET OP

      Beschadigingsgevaar

      Rijden over obstakels kan schade aan de machine veroorzaken.

      Vaste obstakels tot 70 mm hoog langzaam en voorzichtig overrijden. Vaste hindernissen van meer dan 70 mm hoogte mogen alleen met een geschikte oprijplank worden overreden.

      Instructie

      De hendel van de parkeerrem in het voorwiel moet in de rijstand staan, zie Parkeerrem vergrendelen / ontgrendelen.

      1. De rijrichtingschakelaar in de stand "Vooruitrijden" of "Achteruitrijden" zetten.

      2. De voet van het rempedaal nemen.

      3. Het rijpedaal voorzichtig intrappen en de rijsnelheid traploos regelen.

        <steptroubleshooting>

        Bedien het rijpedaal niet met schokken.



        </steptroubleshooting>
      4. Bepaal de rijrichting met het stuurwiel.

      5. Het rijpedaal loslaten om de snelheid te verminderen.

        <steptroubleshooting>

        Het rempedaal kan worden ingetrapt om het remeffect te vergroten.



        </steptroubleshooting>

      Veegbedrijf

      Vegen met veegwals en zijbezems

      GEVAAR

      Verwondingsgevaar door abrupt stoppen!

      De machine komt abrupt tot stilstand zodra de bestuurdersstoel niet meer bezet is.

      Sta tijdens het rijden niet op van de bestuurdersstoel.

      LET OP

      Beschadigingsgevaar door het opvegen van linten en touwtjes!

      Als lange, flexibele voorwerpen zoals linten of touwtjes worden opgeveegd, kunnen deze het veegmechanisme beschadigen.

      Rij niet met de machine of de zijbezem over lange, flexibele voorwerpen zoals linten of touwtjes en veeg dergelijke voorwerpen niet op.

      Instructie

      Voor een optimaal reinigingsresultaat moet de rijsnelheid aangepast zijn aan de omstandigheden.

      Instructie

      Tijdens het vegen wordt het stoffilter om de 10 minuten automatisch gereinigd. In de tussentijd kan de reiniging handmatig worden gestart.

      Instructie

      Bij het vegen van droge vloeren de blazer inschakelen.

      Bij het vegen van natte en vochtige vloeren de blazer uitschakelen om te voorkomen dat het stoffilter nat wordt.

      1. Om te vegen, de klep van het vuilreservoir openen.

      2. De veegwals neerlaten.

        • Om zijranden te vegen, ook de zijbezem neerlaten.

      Vuilreservoir ledigen

      WAARSCHUWING

      Risico op letsel door omkantelen van de machine

      Bij het ledigen op hellingen of zachte ondergrond kan de machine omkantelen door de verschuiving van het zwaartepunt, en zo personen verwonden.

      Ledig het vuilreservoir alleen als de machine op een vlakke, stevige ondergrond staat.

      WAARSCHUWING

      Risico op letsel door schokken en pletten

      Bij het optillen of neerlaten van het vuilreservoir kunnen mensen gewond raken doordat ze tussen het vuilreservoir en de container worden geduwd of geplet.

      Zorg ervoor dat zich bij het ledigen geen personen in het zwenkbereik van het vuilreservoir bevinden.

      WAARSCHUWING

      Risico op letsel door bewegende delen van de machine

      Het mechanisme van het vuilreservoir kan lichaamsdelen pletten of afrukken, vooral vingers.

      Raak geen bewegende delen aan tijdens het ledigen.

      WAARSCHUWING

      Verwondingsgevaar door het neerlaten van het vuilreservoir!

      Het opgetilde vuilreservoir kan abrupt worden neergelaten en ernstig letsel veroorzaken door beknelling en beklemming.

      Stap niet onder het onbeveiligde vuilreservoir.Zet het opgetilde vuilreservoir goed vast met de meegeleverde veiligheidsbeugel voordat u onder het vuilreservoir stapt.

      LET OP

      Gevaar voor letsel door rondvliegend veeggoed

      De veegwals die tijdens het ledigen draait, kan veeggoed wegslingeren, wat letsels kan veroorzaken.

      Zorg ervoor dat er zich geen personen voor het voertuig bevinden wanneer het vuilreservoir omhoog staat.

      Instructie

      Met het ledigen op hoog niveau van de machine kan het vuilreservoir worden geledigd in bijv.een afvalcontainer (voor de maximale loshoogte zie hoofdstuk Technische gegevens).

      1. De machine voor de losplaats positioneren.

        LET OP

        Zorgen voor voldoende vrije ruimte achter en boven het vuilreservoir.

      2. Optillen:

      3. De bedieningshendel "Zijbezems omhoog / omlaag" op "Omhoog" zetten en in die stand houden totdat de zijbezems volledig omhoog staan.

      4. De bedieningshendel "Veegwals omhoog/omlaag" op "Omhoog" zetten en in die stand houden totdat de veegwals volledig omhoog staat.

        De veegwals gaat omhoog.

      5. De bedieningshendel "Reservoirklep openen / sluiten" op "sluiten" zetten.

        Het controlelampje brandt rood.

      6. Ledigen:

      7. De bedieningshendel "Vuilreservoir omhoog / omlaag" op "Omhoog" zetten en in die stand houden totdat de gewenste hoogte is bereikt.

        Het controlelampje brandt rood.

      8. Langzaam tegen het reservoir rijden.

      9. De parkeerrem vergrendelen.

      10. De bedieningshendel "Reservoirklep openen / sluiten" op "openen" zetten.

        Het vuilreservoir wordt geleegd.

        Het controlelampje brandt groen.

      11. De bedieningshendel "Reservoirklep openen / sluiten" op "sluiten" zetten.

        De reservoirklep wordt gesloten.

        Het controlelampje brandt rood.

      12. De parkeerrem ontgrendelen.

      13. Neerlaten:

      14. De machine ca. 2 m weg van de losplaats weg rijden.

        LET OP

        Zorgen voor voldoende vrije ruimte achter en onder het vuilreservoir.

      15. De bedieningshendel "Vuilreservoir omhoog / omlaag" op "omlaag" zetten en in die stand houden totdat het vuilreservoir de eindpositie heeft bereikt.

        Het controlelampje brandt groen.

      Machine uitschakelen

      1. De machine horizontaal parkeren.

      2. De veegwals en de zijbezem optillen.

      3. De reservoirklep sluiten.

      4. Het rempedaal ingetrapt houden en de parkeerrem vergrendelen.

      5. De sleutelschakelaar op "0" zetten en de sleutel eruit trekken.

      6. Houd de startknop op de accumonitor 5 seconden ingedrukt en laat hem dan los.

        De accumonitor wordt uitgeschakeld wanneer u de knop loslaat.

      Gedrag bij machinestoringen

      1. De machine meteen uitschakelen, zie Machine uitschakelen.

      2. Zet de parkeerrem vast en beveilig de machine tegen wegrollen.

      3. Bij schade aan elektronische componenten moet u de accu loskoppelen om kortsluiting te voorkomen.

      4. Meld de storing onmiddellijk aan uw leidinggevende.

      Reactie bij machinestoringen

      1. De machine meteen uitschakelen, zie Machine uitschakelen.

      2. Blus de brand met een goedgekeurd brandblusapparaat voor elektrische systemen (bijvoorbeeld CO2 of poederblusapparaat).

      3. Indien mogelijk de accu loskoppelen.

      Vervoer

      LET OP

      Transportschade

      Rekening houden met het leeggewicht (transportgewicht) van de machine bij transport op aanhangwagens of voertuigen.Bij transport op voertuigen moet de machine worden vastgezet volgens de plaatselijk geldende richtlijnen voor transportveiligheid.

      Het volgende in acht nemen bij het transporteren van de machine:

      • De contactsleutel op de stand "0" draaien en uittrekken.

      • De parkeerrem vergrendelen.

      • De machine vastzetten aan de sjorpunten (4x) met spanriemen, touwen of kettingen.

      • De machine bij de wielen borgen met wiggen.

      Opslag

      Het volgende in acht nemen bij het opslaan van de machine:

      • Het draagvermogen van het oppervlak en het gewicht van de machine, zie Technische gegevens.

      • De veegmachine parkeren op een vlakke ondergrond in een droge, vorstvrije omgeving. Met een dekzeil beschermen tegen stof.

      • De veegmachine en de zijbezems optillen zodat de borstels niet beschadigd raken.

      • De reservoirklep sluiten.

      • De contactsleutel op de stand "0" draaien en de sleutel uittrekken.

      • De parkeerrem vergrendelen.

      • De veegmachine borgen tegen wegrollen.

      Als de veegmachine langere tijd niet wordt gebruikt, daarenboven letten op het volgende:

      • De binnen- en buitenkant van de veegmachine reinigen.

      • De accu loskoppelen

      • De accu opladen en ongeveer elke 2 maanden bijladen.

      Verzorging en onderhoud

      WAARSCHUWING

      Levens-, letsel- en beschadigingsgevaar!

      Bij verzorging en onderhoud van de machine bestaat levensgevaar, letsel- en beschadigingsgevaar als de veiligheidsinstructies niet in acht worden genomen!

      Neem alle veiligheidsinstructies voor verzorging en onderhoud in acht die in het hoofdstuk Veiligheidsinstructies aan het begin van deze gebruiksaanwijzing staan.

      Reiniging van het apparaat

      LET OP

      Kortsluitingen of andere schade. Reinig het apparaat niet met een slang of een hogedrukstraal.

      LET OP

      Ondeskundige reiniging

      Beschadigingsgevaar.

      Gebruik geen schurende of agressieve reinigingsmiddelen.

      GEVAAR

      Gezondheidsrisico door stof

      Voor inwendige reiniging met perslucht.

      Draag een stofmasker en een veiligheidsbril.

      Binnenkant van de machine reinigen

      1. De machine uitschakelen, zie Machine uitschakelen

      2. De machine reinigen met een doek

      3. De machine uitblazen met perslucht.

      Buitenkant van de machine reinigen

      1. De machine uitschakelen, zie Machine uitschakelen.

      2. Maak de buitenkant van de machine schoon met een doek die met een mild zeepsop werd bevochtigd.

      Onderhoudsintervallen

      Er wordt onderscheid gemaakt tussen onderhoudswerkzaamheden die worden uitgevoerd door de klant en onderhoudswerkzaamheden die worden uitgevoerd door de klantenservice.

      • De intervallen voor service- en onderhoudswerken door de klant/gebruiker zijn in het hoofdstuk Onderhoud door de klant vermeld. De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde expert. Raadpleeg indien nodig een vakhandelaar of klantenservice van Kärcher.

      • Verdere onderhoudswerken dienen door de erkende servicedienst te worden uitgevoerd overeenkomstig de inspectiechecklist. Neem tijdig contact op met de klantenservice.

      Onderhoud door de klant

      Instructie

      De volgende onderhoudswerken moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde vakman, raadpleeg indien nodig een Kärcher-vakhandelaar of servicedienst.

      Werkzaamheden aan het hydraulisch systeem mogen alleen door de erkende servicedienst worden uitgevoerd.

        Dagelijks:

      1. De wielassen verifiëren op erin verstrikte linten.

      2. De veegwals en de zijbezems controleren op slijtage en erin verstrikte linten.

      3. Werking van alle bedieningselementen controleren.

      4. De machine onderzoeken op schade.

      5. Wekelijks:

        WAARSCHUWING

        Verwondingsgevaar door het neerlaten van het vuilreservoir!

        Het opgetilde vuilreservoir kan abrupt worden neergelaten en ernstig letsel veroorzaken door beknelling en beklemming.

        Stap niet onder het onbeveiligde vuilreservoir.Zet het opgetilde vuilreservoir goed vast met de meegeleverde veiligheidsbeugel voordat u onder het vuilreservoir stapt.
      6. Controleer of alle bewegende delen soepel bewegen, smeer ze indien nodig of laat ze repareren.

        Instructie

        Voor alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden waarbij het vuilreservoir is opgetild, de veiligheidsbeugel inbouwen.

      7. De afdichtlijsten op de veegwalskast controleren op juiste afstelling en slijtage, de afstelling indien nodig corrigeren en versleten afdichtlijsten vervangen.

      8. De afdichtlijsten op de reservoirklep van het vuilreservoir controleren op beschadiging en indien nodig vervangen.

      9. De veegwals controleren op slijtage en beschadiging, en indien nodig vervangen.

      10. De zijbezem of zijbezems controleren op slijtage en beschadiging, en indien nodig vervangen.

      11. Het stoffilter controleren op verontreiniging en beschadiging, indien nodig vervangen en de stoffilterkast reinigen.

      12. Het hydraulisch systeem controleren op lekken en indien nodig laten repareren.

      13. De hydraulische-oliekoeler reinigen.

      14. Het hydraulische-oliepeil controleren.

      15. Het niveau van de remvloeistof controleren.

      16. Het mechanisme van de reservoirklep controleren en indien nodig smeren.

      17. Naar gelang van slijtage:

      18. Versleten afdichtlijsten vervangen.

      19. Versleten veegwals vervangen.

      20. Versleten zijbezems vervangen.

      Onderhoud door de klantenservice

      Instructie

      Om tegemoet te komen aan garantie-eisen moeten tijdens de garantielooptijd alle service- en onderhoudswerkzaamheden door een geautoriseerde Kärcher-klantenservice conform de inspectiechecklist worden uitgevoerd.

      • Eerste inspectie na 50 bedrijfsuren

      • Onderhoud volgens het onderhoudsboekje om de 250 bedrijfsuren.

      • Wanneer nodig, maar ten minste jaarlijks, de isolatieweerstand van de machine en de accu door een elektricien laten controleren overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van de accufabrikant.

      Onderhoudswerkzaamheden

      Voorbereiding

      1. De veegmachine op een vlakke ondergrond parkeren.

      2. Contactsleutel op de stand "0" draaien en sleutel uittrekken.

      3. Parkeerrem vergrendelen.

      Veiligheidsinstructies voor onderhoud

      Instructie

      Voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren onder het opgeheven vuilreservoir moet het vuilreservoir worden beveiligd tegen vallen, zie Vuilreservoir borgen.

      Vuilreservoir borgen

        WAARSCHUWING

        Gevaar van beknelling

        Een vallend vuilreservoir kan kneuzingen en botbreuken veroorzaken.

        Voordat er werkzaamheden onder het opgeheven vuilreservoir worden uitgevoerd, moet dit worden beveiligd.De beveiliging alleen van buiten de gevarenzone uitvoeren.

        1. Houder
        2. Veiligheidsstang
      1. De veiligheidsstang omhoog klappen en in de houder plaatsen.

      Remvloeistofpeil controleren en bijvullen

      WAARSCHUWING

      Gevaar van beknelling

      Een vallend vuilreservoir kan kneuzingen en botbreuken veroorzaken.

      Voordat er werkzaamheden onder het opgeheven vuilreservoir worden uitgevoerd, moet dit worden beveiligd.De beveiliging alleen van buiten de gevarenzone uitvoeren.

        1. Veiligheidsstang
        2. Afsluitdeksel
        3. Remvloeistofreservoir
      1. Het vuilreservoir omhoog brengen en met de veiligheidsstang borgen.

      2. Controleren of er voldoende remvloeistof in het remvloeistofreservoir zit.

      3. Instructie

        Het vloeistofniveau moet tussen MIN en MAX liggen.

      4. Indien nodig DOT-remvloeistof bijvullen, zie Technische gegevens.

      Peil hydraulische olie controleren en hydraulische olie bijvullen


        1. Afsluitdop en olievulopening
        2. Oliekijkglas

        Instructie

        Tijdens deze werkzaamheden mag het vuilreservoir niet omhoog staan.

      1. Het peil van de hydraulische olie controleren via het oliekijkglas.

        1. Het oliepeil moet tussen de "MIN"- en "MAX"-markering liggen.

        2. Ligt het oliepeil onder de "MIN"-markering, dan hydraulische olie bijvullen.

      2. De olievuldop verwijderen van de olievulopening.

      3. De omgeving rond de vulopening reinigen.

      4. Hydraulische olie bijvullen. (Oliesoort zie Technische Gegevens)

      5. De olievulopening afsluiten met de afsluitdop.

      Hydraulisch systeem controleren

        Instructie

        Contact opnemen met de klantenservice als er lekken worden gedetecteerd in het hydraulische systeem.

      1. De parkeerrem vergrendelen.

      2. De motor starten.

      3. Alle hydraulische slangen en aansluitingen controleren op lekken.

      Veegwals controleren op erin verstrikte linten

      1. De motor starten.

      2. Het vuilreservoir tot aan de eindpositie optillen.

      3. De motor afzetten.

      4. De parkeerrem vergrendelen.

      5. WAARSCHUWING

        Gevaar van beknelling

        Een vallend vuilreservoir kan kneuzingen en botbreuken veroorzaken.

        Voordat er werkzaamheden onder het opgeheven vuilreservoir worden uitgevoerd, moet dit worden beveiligd.De beveiliging alleen van buiten de gevarenzone uitvoeren.
      6. Het vuilreservoir borgen met de veiligheidsstang.

      7. De veegwals controleren op erop opgerolde linten en touwen, en deze verwijderen.

      8. De veiligheidsstang inklappen.

      9. De motor starten.

      10. Het vuilreservoir neerlaten tot de eindpositie.

      11. De motor afzetten.

      Veegwals controleren op slijtage

      1. De deur naar de veegwals afsluiten.

      2. De deur naar buiten zwenken.


      3. De mate van slijtage van de veegwals aflezen op de schaalverdeling.

        • Als de slijtagegraad aan het einde van de rode zone is, moet er een nieuwe veegwals worden geïnstalleerd.

      Veegwals vervangen


        1. Deur
        2. Greepschroef
        3. Veegwalshouder
        4. Veegwals
      1. De deur afsluiten.

      2. De deur naar buiten zwenken.

      3. De greepschroef lossen.

      4. De veegwalshouder naar buiten zwenken.

      5. De veegwals eruit trekken.

      6. De nieuwe veegwals inbouwen.

        1. De veegwals in de juiste montagepositie in de tegenoverliggende veegwalshouder voeren.


          Installatiepositie van de veegwals in de rijrichting (bovenaanzicht)

          Instructie

          De groeven op de veegwals moeten op de nokken van de tegenoverliggende veegwalshouder worden geplaatst.

        2. De naar buiten gezwenkte veegwalshouder terugzwenken.

        3. De greepschroef vastdraaien.

      7. De deur terugzwenken.

      8. De deur afsluiten.

      Instructie

      Na het installeren van de nieuwe veegwals moet het veegspoor opnieuw worden afgesteld.

      Zijbezem vervangen


        1. Schroef
        2. Zijbezemzitting
        3. Moer en onderlegring
      1. De schroefverbindingen bestaande uit schroeven, ringen en moeren volledig losdraaien.

      2. De zijbezem verwijderen.

      3. De contactoppervlakken van de zijbezemzitting reinigen.

      4. De nieuwe zijbezems bevestigen.

      5. De zijborstel met schroeven, ringen en moeren bevestigen.

      6. De deur terugzwenken.

      7. De deur afsluiten.

      Instructie

      Na het installeren van de nieuwe zijborstel moet het veegspoor opnieuw worden afgesteld.

      Veegspoor van de veegwals controleren en instellen

      1. De blazer uitschakelen.

      2. Met de veegmachine op een vlak en glad vloeroppervlak rijden dat herkenbaar bedekt is met stof of krijt.

      3. De veegwals neerlaten en ongeveer 10 seconden ter plaatse laten draaien.

      4. De reservoirklep sluiten.

      5. Veegwals optillen.

      6. De machine achteruit wegrijden.

      7. Het veegspoor controleren.


      8. Het veegspoor moet een gelijkmatige rechthoek zijn met een breedte van a = 60 - 65 mm.


        1. Veegspoorhendel
        2. Schaal
      9. De hendel voor het veegspoor in een van de 4 standen zetten, afhankelijk van de mate van slijtage van de veegwals.

      Het veegspoor van de zijbezem controleren en afstellen

      1. De zijbezem optillen.

      2. Met de veegmachine op een vlak en glad vloeroppervlak rijden dat herkenbaar bedekt is met stof of krijt.

      3. De veegwals en de zijbezem neerlaten en ongeveer 10 seconden ter plaatse laten lopen.

      4. De veegwals en de zijbezem optillen.

      5. De machine achteruit wegrijden.

      6. Het veegspoor controleren.


      7. Het veegspoor moet een breedte hebben van a = 40 - 50 mm en een maanvormige deelcirkel tussen 11 en 4 uur.


        1. Hoekverstelling
        2. Lengteverstelling
      8. Het veegspoor corrigeren met behulp van de hoek- en lengteverstelling.

      9. Het veegspoor controleren.

      Zijafdichtingen afstellen


        1. Deur
        2. Afdichting
        3. Schroef (8x)
        4. Montageplaat
      1. Deur afsluiten.

      2. Deur naar buiten zwenken.

      3. De montageplaat lossen door de acht bevestigingsschroeven los te draaien.

      4. De afdichting zo uitlijnen dat er een afstand van 1 - 3 mm ten opzichte van de vloer is.

      5. De acht schroeven aanhalen.

      6. De deur aan de tegenoverliggende zijde openen.


        1. Montageplaat
        2. Vleugelmoer (4x)
        3. Afdichting
      7. De montageplaat lossen door de vier vleugelmoeren los te draaien.

      8. Lijn de afdichting zo uit dat er een opening van 1 - 3 mm ten opzichte van de vloer is.

      9. De vier vleugelmoeren vastdraaien.

      Stoffilter handmatig reinigen

      1. Op de knop "Stoffilter reinigen" drukken.

        Het stoffilter wordt gereinigd.

      Stoffilter vervangen (zakfilter)

      Het vuilreservoir is geledigd. Zie Vuilreservoir ledigen.

      VOORZICHTIG

      Gezondheidsrisico vanwege fijn stof

      Het inademen van fijn stof kan leiden tot aandoeningen van de luchtwegen.

      Draag geschikte mond- en neusbescherming bij het vervangen van het stoffilter.

        1. Apparaatkap
        2. Hefstang
        3. Filterafdekking
        4. Zakfilter
      1. De apparaatkap openen.

      2. De filterafdekking openen.

      3. De twee hefstangen van de filterafdekking lossen.

      4. De twee klemplaatjes op de hefstangen in het midden van het zakfilter steken, zoals afgebeeld.


        1. Greepschroef
        2. Hefstang
      5. In ingevoerde stand, de twee hefstangen vastschroeven met de twee greepschroeven.

      6. Til het zakfilter met twee personen op en plaats het op de rand van de filterkast.

      7. LET OP

        Schade aan de machine

        Als de kabel naar het trilblok niet is losgekoppeld, kan deze afbreken.

        Koppel de kabel naar het trilblok los.

        Koppel de kabel naar het trilblok los.


        1. Kabel naar het trilblok
      8. Til het zakfilter met twee personen op en plaats het buiten de filterkast.

      9. Het trilblok demonteren van het oude zakfilter en op het nieuwe zakfilter bevestigen.

      10. De twee hefstangen demonteren van het oude zakfilter en op het nieuwe zakfilter bevestigen.

      11. Til het nieuwe zakfilter met twee personen op en plaats het op de rand van de filterkast.

      12. Sluit de kabel aan op het trilblok.

      13. Til het zakfilter met twee personen op en plaats het in de filterkast.

      14. De twee hefstangen demonteren van het nieuwe zakfilter.

      15. De twee hijsstangen aan de binnenkant van het deksel monteren.

      16. De filterafdekking dichtklappen en met de sluitingen vergrendelen.

      17. De apparaatkap sluiten.

      Stoffilter vervangen (vlak harmonicafilter)

      Het vuilreservoir is geledigd. Zie Vuilreservoir ledigen.

      VOORZICHTIG

      Gezondheidsrisico vanwege fijn stof

      Het inademen van fijn stof kan leiden tot aandoeningen van de luchtwegen.

      Draag geschikte mond- en neusbescherming bij het vervangen van het stoffilter.

        1. Apparaatkap
        2. Filterafdekking
        3. Reinigingsinrichting
      1. De apparaatkap openen.

      2. De filterafdekking openen.


        1. Reinigingsinrichting
        2. Vlak harmonicafilter
      3. De reinigingsinrichting omhoog klappen.

      4. De twee vlakke harmonicafilters eruit halen.

      5. De nieuwe vlakke harmonicafilters plaatsen.

      6. De reinigingsinrichting omlaag klappen.

      7. Het filterdeksel dichtklappen en met de sluitingen vergrendelen.

      8. De apparaatkap sluiten.

      Stoffilter vervangen (rond filter)

      Het vuilreservoir is geledigd. Zie Vuilreservoir ledigen.

      VOORZICHTIG

      Gezondheidsrisico vanwege fijn stof

      Het inademen van fijn stof kan leiden tot aandoeningen van de luchtwegen.

      Draag geschikte mond- en neusbescherming bij het vervangen van het stoffilter.

        1. Apparaatkap
        2. Filterafdekking
      1. De apparaatkap openen.

      2. De filterafdekking openen.


        1. Rond filter
        2. Vergrendeling
      3. De vergrendeling lossen.

        1. De vergrendeling er volledig uittrekken.

        2. Met de klok mee draaien tot de vergrendeling vastklikt.

      4. Het filter verwijderen.

      5. Instructie

        Bij het plaatsen van het filter ervoor zorgen dat de gaten aan de voorkant van het filter op de bouten van de filterhouder zitten.

      6. Een nieuw filter plaatsen en de vergrendeling sluiten.

      7. Het filterdeksel dichtklappen en met de sluitingen vergrendelen.

      8. De apparaatkap sluiten.

      Zekeringen vervangen

        De zekeringen FU01 tot FU12 zitten onder het stuurwiel.


        1. Afdekking
        2. Kartelschroef
      1. De kartelschroef uitschroeven.

      2. De afdekking van de zekeringhouder verwijderen.

      3. De zekeringen controleren en defecte zekeringen vervangen.

      4. De zekeringen FU13 tot FU17 zitten in de elektrische kast.


        1. FU17
        2. FU15
        3. FU16
        4. FU14
        5. FU13
      5. Open de elektriciteitskast.

      6. De zekeringen controleren en defecte zekeringen vervangen.

      Overzicht van de zekeringen


      FU 01
      Vuilreservoir
      3 A
      FU 02
      Multifunctionele indicatie
      10 A
      FU 03
      Rijrichtingsschakelaar
      3 A
      FU 04
      Inverter
      5 A
      FU 05
      Trilsysteem en blazer
      25 A
      FU 06
      Zwaailicht, claxon, Bluespot
      15 A
      FU 07
      Remlicht (optioneel)
      5 A
      FU 08
      Knipperlicht (optioneel)
      10 A
      FU 09
      Verlichting links (optioneel)
      7,5 A
      FU 10
      Werkverlichting
      10 A
      FU 11
      Verlichting rechts (optioneel)
      7,5 A
      FU 12
      Bestuurderscabine (optioneel), stofonderdrukking (optioneel)
      15 A
      FU 13
      Inverter
      150 A
      FU 14
      Hydraulisch aggregaat
      100 A
      FU 15
      Blazer
      20 A
      FU 16
      Omvormer
      30 A
      FU 17
      Ventilator
      5 A

      Hulp bij storingen

      Kleinere storingen kunt u met behulp van het volgende overzicht zelf verhelpen.

      Bij alle niet vermelde storingen met de klantenservice (service) contact opnemen!

      GEVAAR

      Gevaar voor ongevallen en letsel door onbedoelde beweging van het voertuig

      Schakel voor alle verzorgings- en onderhoudswerkzaamheden het voertuig uit en trek de contactsleutel eruit.

      GEVAAR

      Gevaar voor elektrische schokken

      Koppel de accu bij werkzaamheden aan elektrische componenten los.Reparatiewerkzaamheden en werkzaamheden aan elektrische componenten mogen alleen door de geautoriseerde klantenservice worden uitgevoerd.
      • Het voertuig beweegt slechts langzaam of helemaal niet 

      • Fluitend geluid in het hydraulisch systeem 

      • Veegwals / zijbezem draait niet 

      • Weinig of geen zuigkracht in het borstelgebied 

      • Machine stoot stof uit 

      • Veeggoed blijft liggen 

      • Vuilreservoir kan niet omhoog/omlaag worden gebracht 

      • Reservoirklep van vuilreservoir kan niet worden geopend 

      • Bedrijfsstoringen van hydraulisch bewegende delen 

      Het voertuig beweegt slechts langzaam of helemaal niet

      Oorzaak:

      Oplossing:

      • Accu opladen of vervangen als deze defect is

      • Wielen controleren op erin verstrikte linten en touwen

      • Kärcher-klantenservice informeren

      • Parkeerrem lossen

      Fluitend geluid in het hydraulisch systeem

      Oorzaak:

      Oplossing:

      • Hydraulische olie bijvullen

      • Kärcher-klantenservice informeren

      Veegwals / zijbezem draait niet

      Oorzaak:

      Oplossing:

      • Veegwals/zijbezems controleren op erin verstrikte linten en touwen.

      • Kärcher-klantenservice informeren

      Weinig of geen zuigkracht in het borstelgebied

      Oorzaak:

      Oplossing:

      • Stoffilter controleren, reinigen of vervangen.

      • Kärcher-klantenservice informeren

      Machine stoot stof uit

      Oorzaak:

      Oplossing:

      • Zijafdichtingen afstellen

      • Blazer inschakelen

      • Stoffilter controleren, reinigen of vervangen.

      • Filterafdichtingen vervangen

      • Reservoirklep van vuilreservoir openen.

      • Kärcher-klantenservice informeren

      Veeggoed blijft liggen

      Oorzaak:

      Oplossing:

      • Vuilreservoir leegmaken

      • Stoffilter controleren, reinigen of vervangen.

      • Veegwals vervangen

      • Veegspoor instellen

      • De afdichtstrip van het vuilreservoir vervangen

      • Verstopping van de veegwals verhelpen

      • Reservoirklep van vuilreservoir openen

      • Kärcher-klantenservice informeren

      Vuilreservoir kan niet omhoog/omlaag worden gebracht

      Oorzaak:

      Oplossing:

      • Zekering controleren en vervangen als deze defect is

      • Kärcher-klantenservice informeren

      Reservoirklep van vuilreservoir kan niet worden geopend

      Oplossing:

      • Kärcher-klantenservice informeren

      Bedrijfsstoringen van hydraulisch bewegende delen

      Oplossing:

      • Kärcher-klantenservice informeren

      Garantie

      In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice.

      Meer informatie vindt u onder: www.kaercher.com/dealersearch

      Meer informatie over de garantie (indien beschikbaar) vindt u in het servicegedeelte van uw lokale KÄRCHER-website onder "Downloads".

      EU-conformiteitsverklaring

      Hierbij verklaren wij dat het hieronder genoemde product voldoet aan de desbetreffende bepalingen van de vermelde richtlijnen en verordeningen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van het product verliest deze verklaring zijn geldigheid. De fabrikant is als enige verantwoordelijk voor de afgifte van deze conformiteitsverklaring.

      Product: Veeg-/zuigmachine zittend bediende apparatuur

      Type: 1.186-xxx

      Richtlijnen en verordeningen

      2006/42/EG (+2009/127/EG)

      2000/14/EG

      2014/30/EU

      2014/53/EU (TCU)

      Toegepaste geharmoniseerde normen

      EN 60335-1

      EN 60335-2-72

      EN 62233: 2008

      EN 55012: 2007 + A1: 2009

      EN 61000-6-2: 2005

      TCU

      EN 300 328 V2.2.2

      EN 300 330 V2.1.1

      EN 300 440 V2.1.1

      EN 301 511 V12.5.1

      Toegepaste conformiteitswaarderingsprocedure

      2000/14/EG: Bijlage V

      Geluidsvermogensniveau dB(A)

      KM 170/600 R D

      Gemeten: 100

      Gegarandeerd: 103

      KM 100/65 R Bp

      Gemeten: 85

      Gegarandeerd: 88

      KM 105/180 R Bp

      Gemeten: 87

      Gegarandeerd: 90

      KM 120/250 R D, KM 120/250 R BAT,

      KM 120/250 R LPG

      Gemeten: D: 97 BAT: 88 LPG: 101

      Gegarandeerd: D: 99 BAT: 90 LPG: 104

      KM 130/300 R D, KM 130/300 R LPG,

      KM 130/300 R Bp (Bp Pack),
      KM 130/300 R I D, KM 130/300 R I LPG,
      KM 130/300 R I Bp (Bp Pack)
      KM 130/300 R I Bp Li+FC

      Gemeten: D: 96 LPG: 98 Bp/Li: 90

      Gegarandeerd: D: 98 LPG: 101 Bp/Li: 94

      KM 150/500 R D, KM 150/500 R LPG

      Gemeten: D: 99 LPG: 96

      Gegarandeerd: D: 102 LPG: 99

      KM 150/500 R Bp

      Gemeten: 94

      Gegarandeerd: 96

      Naam en adres

      Gevolmachtigde voor de documentatie:

      S. Reiser

      Alfred Kärcher SE & Co. KG

      Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

      71364 Winnenden (Germany)

      Tel.: +49 7195 14-0

      Fax: +49 7195 14-2212


      De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

      Winnenden, 2021/08/01

      Alfred Kärcher SE & Co. KG

      Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

      71364 Winnenden (Germany)

      Tel.: +49 7195 14-0

      Fax: +49 7195 14-2212

      Technische gegevens

        

      Gegevens capaciteit apparaat
      Rijsnelheid, vooruit
      8 km/h
      Rijsnelheid, achteruit
      4 km/h
      Klimvermogen (max.)
      14 %
      Zijdelingse helling (max.)
      10 %
      Werkbreedte zonder zijbezem
      1000 mm
      Werkbreedte met 1 zijbezem
      1300 mm
      Werkbreedte met 2 zijbezem
      1550 mm
      Draaicirkel
      2,8 m
      Beschermingsgraad
      IPX 3
      Theoretische oppervlaktecapaciteit
      Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezem
      8000 m2/h
      Oppervlaktecapaciteit met 1 zijbezem
      10400 m2/h
      Oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezem
      12400 m2/h
      Accu
      Accucapaciteit
      300 Ah
      Oplaadtijd
      1,5 h
      Bedrijfsduur met volledig opgeladen batterij
      3,5 h
      Accuspanning
      38,4 V
      Batterijgewicht
      165 ± 5 kg
      Omgevingsvoorwaarden
      Max. bedrijfshoogte
      < 2000 m
      Omgevingstemperatuur
      -5 ... +40 °C
      Luchtvochtigheid, niet condenserend
      0 ... 90 %
      Afmetingen en gewichten
      Lengte
      2045 mm
      Breedte
      1350 mm
      Hoogte
      1430 mm
      Leeggewicht (transportgewicht)
      840 kg
      Toegestaan totaal gewicht
      1595 kg
      Max. toegestane asbelasting voor
      852 kg
      Max. toegestane asbelasting achter
      743 kg
      Breedte veegwals
      1000 mm
      Diameter veegwals
      300 mm
      Diameter zijbezem
      600 mm
      Vuilreservoir
      Volume vuilreservoir
      300 l
      Ontlaadhoogte (max.)
      1400 mm
      Filter en zuigsysteem
      Filtersysteem
      Zakfilter
      Filteroppervlak stoffilter
      7,8 m2
      Gebruikscategorie
      U
      Nominale onderdruk zuigsysteem
      15,5 mbar
      Nominaal debiet zuigsysteem
      800 l/s
      Rijmotor (elektrisch)
      Nominaal vermogen (mechanisch)
      4000 W
      Blazer- en veegwalsmotor (elektrisch)
      Motortype
      Gelijkstroommotor met permanente magneet
      Bedrijfsstoffen
      Soort hydraulische olie
      HV 46
      Hoeveelheid hydraulische olie
      25 l
      Bandenuitrusting
      Adapterplaat, voor
      15-4.5x8 mm
      Adapterplaat, achter
      15-4.5x8
      Rem
      Remvloeistof
      Ate DOT SL - US FMVSS DOT4
      Berekende waarden conform EN 60335-2-72
      Hand-arm-vibratiewaarde
      <2,0 m/s2
      Vibratiewaarde hand-arm, onzekerheid K
      0,1 m/s2
      Vibratiewaarde stoel
      <2,0 m/s2
      Vibratiewaarde zetel, onzekerheid K
      0,1 m/s2
      Geluidsdrukniveau LpA
      75 dB(A)
      Onzekerheid KpA
      3 dB(A)
      Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid LWA
      94 dB(A)
      <BackPage>

      2-2-SC-A4-GS-17339



      </BackPage>