LogoKIRA B 50 
  • Algemene instructies
    • Gebruikersgroepen
  • Reglementair gebruik
  • Veiligheidsinstructies
    • Gevarenniveaus
    • Persoonlijke veiligheidsuitrusting
    • Algemene veiligheidsinstructies
    • Gevaar voor elektrische schokken
    • Werking
      • Werking met reinigingsmiddel
      • Batterij
      • Apparaten met roterende borstels
    • Verzorging en onderhoud
    • Toebehoren en reserveonderdelen
    • vervoer
    • Veiligheidsinrichtingen
      • Noodstopknop
      • Veiligheidsschakelaars
      • Afstandssensor
      • Optische sensor
    • Dockingstation
    • Waarschuwingssymbolen
  • Milieubescherming
  • Toebehoren en reserveonderdelen
  • Leveringsomvang
  • Garantie
  • Beschrijving apparaat
    • Bedieningselementen
      • Voorzijde
      • Grofvuilkorf (BR-variant)
      • Reinigingskop
      • Achterzijde
      • Bedieningsveld
    • Kleurmarkering
    • Symbolen op het apparaat
  • Eerste inbedrijfstelling
    • Afladen
    • Accu laden
    • Systeem van stroomvoorziening loskoppelen
  • Inbedrijfstelling
    • Gebruiksaanwijzing downloaden
    • Bedrijfsstoffen bijvullen
      • Schoon water
        • Zonder dockingstation, met vulsysteem
        • Zonder dockingstation, zonder vulsysteem
      • Reinigingsmiddel
        • Reinigingsmiddelreservoir vervangen
    • Zuigbalk aanbrengen
      • Helling instellen
      • Hoogte instellen
    • Schuif voor grof vuil en zijskirts monteren
    • Apparaat verplaatsen zonder aandrijving
  • Werking
    • Apparaat controleren
    • Apparaat inschakelen
    • Bedieningsinstructies op aanraakscherm weergeven
    • Instellingen
      • Gebruiker aanmaken
      • Netwerkinstellingen
      • Netwerk toevoegen
      • Algemene instellingen
    • Docking
    • Regels voor het aanleren van nieuwe routes
    • Regels voor autonome werking
    • Handmatig gebruik
    • Reiniging beëindigen
    • Vuilwater aftappen
    • Verswater aftappen
  • Transport
  • Opslag
  • Verzorging en onderhoud
    • Onderhoudsintervallen
      • Na elk gebruik
      • Wekelijks
      • Eens per maand
      • Jaarlijks
    • Onderhoudswerkzaamheden
      • Onderhoudswerkzaamheden als animatie
      • Turbinebeschermzeef reinigen
      • Grofvuilfilter reinigen
      • Filter verswater reinigen
      • Zuigbalk reinigen
      • Zuigstrips vervangen of draaien
      • Grofvuilkorf legen (BR-variant)
      • Vuilwaterreservoir spoelen met spoelsysteem
      • Vuilwaterreservoir spoelen zonder spoelsysteem
      • Waterverdeelstrip reinigen
      • Borstelwalzen vervangen (BR-variant)
      • Schijfborstels vervangen (BD-variant)
      • Schraaplippen vervangen
      • Schraaplippen vooraan vervangen (BD-variant)
      • Zijbezem vervangen (BR-variant)
      • De dockingstation reinigen
      • Camera en lidar reinigen
  • Storingen weergegeven op het display
    • Interne fout

    • Noodstopknop is geactiveerd

    • Noodstopknop losgelaten

    • Deksel van vuilwaterreservoir open of verstopping

    • Dockingstation zonder stroomvoorziening

    • Dockingstation zonder watertoevoer

    • Docking station verstopt

    • Docken mislukt

    • Probleem bij lokaliseren

    • Autonome taak geannuleerd

    • Smart-Fill is mislukt

    • Robot heeft de aangewezen route verlaten

    • Schoonmaaktaak voltooid

    • Route geblokkeerd

    • Afgrond-laserscanner vuil

    • Laserscanner achteraan vuil

    • Laserscanner vooraan vuil

    • Software-update mislukt

    • Software-update succesvol

    • Software-update gestart

    • Software-update beschikbaar

    • Accu volledig opgeladen

    • Accu leeg

    • Laadstand accu laag

    • De remtest is mislukt. Handremlichter controleren

    • Remtest noodzakelijk. Houd de handgreepschakelaars geactiveerd

    • Geen motorondersteuning na uitloggen

    • Gebruiker is niet ingelogd terwijl een afgrond wordt gedetecteerd

    • Controle reinigingsmodules

    • Grote daling zuigvermogen

    • Fout in zuigsysteem

    • Overbelasting borstelmotor

    • Vuilwaterreservoir vol

    • Geen schoonwaterdebiet

  • Technische gegevens
    • KIRA BD 50
    • KIRA BR 50
  • Radiofrequenties en zendvermogens
  • EU-conformiteitsverklaring
  • Radiofrequenties en zendvermogen

      KIRA B 50 

      59803520 (07/26)

      Algemene instructies

      Lees voor het eerste gebruik van het apparaat deze oorspronkelijke gebruiksaanwijzing en volg de instructies erin op.

      Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of voor de volgende eigenaar.

      Lees vóór het eerste gebruik van het apparaat ook de volledige gebruiksaanwijzing, die op het display van het apparaat kan worden geraadpleegd of op een smartphone kan worden gedownload.

      Dit apparaat kan onderdelen bevatten die onder een open-sourcelicentie vallen en/of door derden zijn ontwikkeld. Een lijst van de in het apparaat aanwezige open-source softwarecomponenten (met inbegrip van de houders van de auteursrechten en de licentievoorwaarden) kan worden weergegeven op het aanraakscherm van het apparaat. Om dit te bekijken, opent u het hoofdmenu, ga naar Instellingen en open Systeeminfo.

      Gebruikersgroepen

      Deze handleiding is bestemd voor de gebruikersgroepen Gebruiker en Beheerder.

      Aan elke gebruiker kunnen via het aanraakscherm van het apparaat machtigingen voor diverse functies van het apparaat worden verleend of geweigerd.

      Alle beschrijvingen in deze handleiding hebben betrekking op de basisinstellingen die in het apparaat voor de respectieve gebruikersgroep worden voorgesteld.

      Reglementair gebruik

      Dit apparaat is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik, bijvoorbeeld in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels, kantoren en verhuurbedrijven. Gebruik dit apparaat uitsluitend overeenkomstig de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.

      • Het apparaat mag alleen voor de reiniging van vochtongevoelige en polijstongevoelige, gladde vloeren worden gebruikt.

      • Dit apparaat is bedoeld voor gebruik binnenshuis.

      • Dit apparaat is alleen geschikt voor gebruik in droge ruimten.

      • Het bedrijfstemperatuurbereik ligt tussen +5 °C en +40 °C.

      • Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijvoorbeeld in koelhuizen).

      • Het apparaat is geschikt voor een maximale waterhoogte van 1 cm. Rijd niet in een zone waar het gevaar bestaat dat de maximale waterhoogte wordt overschreden.

      • Bij het gebruik van oplaadapparaten of batterijen mogen alleen de in de gebruiksaanwijzing toegestane componenten worden gebruikt. Een afwijkende combinatie moet door de verantwoordelijke leverancier van het oplaadapparaat en/of de batterij zijn goedgekeurd.

      • Het apparaat is niet bedoeld voor het reinigen van openbare verkeerswegen.

      • Het apparaat mag niet worden gebruikt op drukgevoelige vloeren. Houd rekening met de toelaatbare oppervlaktebelasting van de vloer. De oppervlaktebelasting door het apparaat is aangegeven in de technische gegevens.

      • Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen.

      • Het apparaat is toegelaten voor gebruik op oppervlakken met een maximale stijging (zie hoofdstuk “Technische gegevens”).

      Veiligheidsinstructies

      Lees voor het eerste gebruik van het apparaat deze gebruiksaanwijzing en de volledige gebruiksaanwijzing (op het display van het apparaat), neem deze instructies in acht en handel dienovereenkomstig.

      • Gebruik het apparaat alleen wanneer de kap en alle afdekkingen gesloten zijn.

      • Druk in noodgevallen op de noodstopknop om de bewegingen onmiddellijk te stoppen.

      • Gebruik het apparaat alleen op oppervlakken die de maximaal toegestane helling niet overschrijden, zie Technische gegevens.

      • Plaats tijdens het dockingproces geen enkel lichaamsdeel tussen het dockingstation en het apparaat.

      Gevarenniveaus

      GEVAAR

      Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt.

      WAARSCHUWING

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden.

      VOORZICHTIG

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.

      LET OP

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.

      Persoonlijke veiligheidsuitrusting

      VOORZICHTIG

      Draag bij werkzaamheden aan het apparaat geschikte handschoenen.

      Algemene veiligheidsinstructies

      GEVAAR

      Verstikkingsgevaar. Houd verpakkingsfolie buiten het bereik van kinderen.

      WAARSCHUWING

      Gebruik het apparaat alleen volgens de voorschriften. Houd rekening met de plaatselijke omstandigheden en let bij het uitvoeren van werkzaamheden met het apparaat op andere personen en met name kinderen.

      WAARSCHUWING

      Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen met een fysieke, sensorische of verstandelijke beperking of een gebrek aan ervaring en/of kennis.

      WAARSCHUWING

      Alleen personen die in de omgang met het apparaat zijn geïnstrueerd of hebben bewezen dat ze het apparaat correct bedienen en uitdrukkelijk de opdracht hebben dit apparaat te gebruiken, mogen het apparaat gebruiken.

      WAARSCHUWING

      Kinderen mogen het apparaat niet gebruiken.

      WAARSCHUWING

      Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.

      WAARSCHUWING

      Houd kinderen en onbevoegden uit de buurt van het apparaat.

      VOORZICHTIG

      Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid. Verander of omzeil veiligheidsinrichtingen nooit.

      WAARSCHUWING

      Gevaar voor letsel door tankdeksel!

      Gevaar voor beknelling van ledematen door het onverwacht dichtslaan van het tankdeksel.

      Open het tankdeksel tot aan de aanslag om te voorkomen dat het per ongeluk dichtslaat.Sluit het tankdeksel alleen wanneer er zich geen ledematen tussen de tank en het tankdeksel bevinden.

      Gevaar voor elektrische schokken

      GEVAAR

      De aangegeven spanning op het typeplaatje moet overeenkomen met de spanning van de stroombron.

      GEVAAR

      Raak stekkers en stopcontacten nooit met vochtige handen aan.

      GEVAAR

      Sluit apparaten van beschermingsklasse I alleen op correct geaarde stroombronnen aan.

      GEVAAR

      Om veiligheidsredenen raden wij aan het apparaat alleen met een aardlekschakelaar (maximaal 30 mA) te gebruiken.

      WAARSCHUWING

      Schakel het apparaat onmiddellijk uit in geval van lekkage.

      WAARSCHUWING

      Schakel het apparaat bij schuimvorming of bij het uitlopen van vloeistof onmiddellijk uit en trek de netstekker van het dockingstation of van het oplaadapparaat uit.

      WAARSCHUWING

      Controleer voor elk gebruik van het apparaat of de stroomleiding met netstekker niet is beschadigd. Als de stroomleiding is beschadigd, moet deze onmiddellijk door de fabrikant, de geautoriseerde klantenservice of een elektricien worden vervangen om gevaar te vermijden.

      WAARSCHUWING

      Beschadig de stroom- en verlengkabel niet door overrijden, beknellen, scheuren en dergelijke. Bescherm de stroomkabel tegen hitte, olie en scherpe randen.

      WAARSCHUWING

      Gebruik alleen de door de fabrikant voorgeschreven stroomleiding; dit geldt ook voor de vervanging van de leiding. Bestelnummer en type, zie Gebruiksaanwijzing.

      WAARSCHUWING

      Zorg dat de stroomleiding niet in contact komt met draaiende borstels.

      WAARSCHUWING

      Vervang de koppelingen aan de stroom- of verlengkabel alleen door spatwaterbestendige kabels met dezelfde mechanische sterkte.

      Werking

      GEVAAR

      Controleer het apparaat vóór de inbedrijfstelling zoals beschreven in het hoofdstuk “Apparaat controleren”.

      GEVAAR

      Neem de regels voor autonome werking in acht zoals beschreven in het hoofdstuk “Regels voor autonome werking”.

      GEVAAR

      Let bij het gebruik van het apparaat in gevarenzones (bijv. tankstations) op de veiligheidsvoorschriften.

      GEVAAR

      Het apparaat mag niet in explosieve bereiken worden gebruikt.

      GEVAAR

      Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen, explosief stof, onverdunde zuren of oplosmiddelen rondspuiten of opzuigen. Hiertoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die explosieve dampen of mengsels kunnen vormen wanneer ze met de zuiglucht worden opgewerveld, evenals aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen, omdat deze de aan het apparaat gebruikte materialen aantasten.

      GEVAAR

      Zuig geen brandbare of gloeiende voorwerpen op.

      WAARSCHUWING

      Gebruik het apparaat niet om mensen of dieren te stofzuigen.

      WAARSCHUWING

      Gebruik het apparaat niet op gladde vloeren.

      WAARSCHUWING

      Overschrijd op hellende vlakken niet de in de gebruiksaanwijzing aangegeven waarde voor de hellingshoek naar de zijkant en in de rijrichting.

      WAARSCHUWING

      Draag nauwsluitende kleding om te voorkomen dat u door draaiende delen wordt gegrepen (geen stropdas, geen lange wijde rok enz.).

      VOORZICHTIG

      De gebruikers moeten voldoende geïnstrueerd zijn over het gebruik van het apparaat.

      VOORZICHTIG

      Controleer het apparaat en toebehoren, met name de stroomkabel en het verlengsnoer, vóór elk gebruik op correcte toestand en bedrijfsveiligheid. Trek bij beschadiging de stekker uit het stopcontact en gebruik het apparaat niet.

      VOORZICHTIG

      Vervoer geen passagiers met het apparaat.

      VOORZICHTIG

      Open de kap niet als de motor draait.

      VOORZICHTIG

      Het apparaat is niet geschikt voor het afzuigen van gezondheidsgevaarlijke stoffen.

      LET OP

      Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 0 °C.

      LET OP

      Het apparaat is geen stofzuiger. Zuig niet meer vloeistof op dan u hebt gesproeid. Gebruik het apparaat nooit voor het opzuigen van droog vuil.

      LET OP

      Het apparaat is uitsluitend geschikt voor de in de gebruiksaanwijzing aangegeven ondergronden.

      LET OP

      Het apparaat is geschikt voor vochtige tot natte bodems met een waterniveau van maximaal 1 cm. Rijd niet op terreinen waar het water hoger staat dan 1 cm.

      LET OP

      Neem de wettelijke voorschriften in acht bij het afvoeren van het vuile water en het loog.

      LET OP

      Gebruik het apparaat niet buiten.

      Werking met reinigingsmiddel

      VOORZICHTIG

      Bewaar reinigingsmiddelen buiten het bereik van kinderen.

      VOORZICHTIG

      Gebruik de aanbevolen reinigingsmiddelen niet in onverdunde vorm. De producten zijn bedrijfsveilig, omdat zij geen zuren, logen of milieuschadelijke stoffen bevatten. Als de reinigingsmiddelen in contact komen met uw ogen, dient u ze onmiddellijk grondig uit te spoelen met water en contact op te nemen met een dokter. Dit geldt ook voor het inslikken van reinigingsmiddelen.

      VOORZICHTIG

      Gebruik alleen de door de fabrikant aanbevolen reinigingsmiddelen en neem de toepassings-, verwijderings- en waarschuwingsinstructies van de reinigingsmiddelfabrikant in acht.

      Batterij

      In dit apparaat zijn Lithium-ion-batterijen ingebouwd. Deze zijn onderworpen aan speciale criteria. Het verwijderen en installeren, evenals het testen van defecte batterijen mag alleen worden uitgevoerd door de klantenservice van Kärcher of door een expert.

      Opslag- en transportinstructies ontvangt u van uw Kärcher-klantenservice.

      GEVAAR

      Aanpassingen en veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan.

      U mag de batterij niet openen, er bestaat gevaar voor kortsluiting. Bovendien kunnen irriterende dampen of bijtende vloeistoffen ontsnappen.

      Stel de batterij niet bloot aan fel zonlicht, hitte en vuur. Er is ontploffingsgevaar.

      Gebruik het oplaadapparaat niet in een explosieve omgeving.

      Gebruik het oplaadapparaat niet in verontreinigde of natte toestand.

      Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het laadproces.

      Explosiegevaar. In de buurt van een batterij of in een batterijlaadruimte mag u niet met een open vlam werken, mag u geen vonken maken of roken.

      Explosiegevaar. Leg geen gereedschappen en dergelijke op de batterij, d.w.z. op de eindpolen en celverbinders.

      WAARSCHUWING

      Controleer vóór elk gebruik het apparaat en het netsnoer op beschadigingen. Gebruik beschadigde apparaten niet meer en laat beschadigde onderdelen alleen door gekwalificeerd personeel repareren.

      Houd kinderen uit de buurt van batterijen en oplaadapparaat.

      Laad geen beschadigde batterijen op. Laat beschadigde batterijen vervangen door de Kärcher-klantenservice.

      Gooi een defecte batterij niet bij het huisvuil. Informeer de Kärcher-klantenservice.

      Vermijd contact met vloeistof die uit defecte accu's komt. Bij toevallig contact de vloeistof met water afspoelen. In geval van contact met de ogen ook een arts raadplegen.

      VOORZICHTIG

      Neem deze gebruiksaanwijzing altijd in acht. Neem de aanbevelingen van de wetgever m.b.t. de omgang met batterijen in acht.

      De netspanning moet overeenkomen met de spanning die op het typeplaatje van het apparaat is aangegeven.

      Gebruik de batterij alleen met dit apparaat. Het is verboden en gevaarlijk om ze voor andere doeleinden te gebruiken.

      Apparaten met roterende borstels

      VOORZICHTIG

      Ongeschikte borstels brengen uw veiligheid in gevaar. Gebruik alleen de borstels die bij het apparaat zijn geleverd of de borstels die in de gebruiksaanwijzing worden aanbevolen.

      Verzorging en onderhoud

      GEVAAR

      Voordat u het apparaat reinigt, onderhoudt, onderdelen vervangt of functies wijzigt, moet u ervoor zorgen dat het apparaat niet wordt opgeladen. Koppel hiervoor het apparaat los van het dockingstation of verwijder de oplaadkabel.

      WAARSCHUWING

      Voordat het apparaat wordt gereinigd, onderhouden, onderdelen ervan worden vervangen of functies erop worden gewijzigd, moet het veilig in stilstand worden gezet door op de noodstopknop te drukken. Alle gevaarlijke mechanische functies worden alleen uitgeschakeld bij een veilige stilstand. Het display blijft actief om de onderhoudsinstructies weer te geven, zodat het werk veilig en correct kan worden uitgevoerd.

      VOORZICHTIG

      Laat reparatiewerkzaamheden, de inbouw van reserveonderdelen en werkzaamheden aan elektrische onderdelen alleen door de geautoriseerde klantenservice uitvoeren.

      VOORZICHTIG

      Laat reparaties alleen uitvoeren door erkende klantenservices of experts voor dit gebied die bekend zijn met alle relevante veiligheidsvoorschriften.

      VOORZICHTIG

      Bij natte toepassingen moet de waterpeilbegrenzingsinrichting in het vuilwaterreservoir regelmatig worden gereinigd en gecontroleerd op beschadigingen.

      LET OP

      Houd u volgens de plaatselijk geldende voorschriften aan de veiligheidscontrole voor verplaatsbare, commercieel gebruikte apparaten.

      LET OP

      Kortsluitingen of andere schade. Reinig het apparaat niet met een slang of een hogedrukstraal.

      Toebehoren en reserveonderdelen

      VOORZICHTIG

      Gebruik alleen toebehoren en reserveonderdelen die worden aanbevolen door de fabrikant. Origineel toebehoren en originele reserveonderdelen garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.

      vervoer

      VOORZICHTIG

      Zet de motor vóór het transport af. Houd bij de bevestiging van het apparaat rekening met het gewicht, zie hoofdstuk Technische gegevens in de gebruiksaanwijzing.

      Veiligheidsinrichtingen

      VOORZICHTIG

      Ontbrekende of gewijzigde veiligheidsinrichtingen

      Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid.

      Verander of omzeil veiligheidsinrichtingen nooit.

      Instructie

      De beveiligingsfuncties van het apparaat worden niet beïnvloed wanneer er geen netwerkverbinding is.

      Noodstopknop

      Als de noodstoptoets wordt ingedrukt, dan worden alle reinigings- en rijfuncties onmiddellijk stopgezet.

      Veiligheidsschakelaars

      Als beide veiligheidsschakelaars tijdens handbediening worden losgelaten, blijft het apparaat staan.

      Bij autonome werking wordt door het bedienen van een veiligheidsschakelaar een werkingspauze van 10 seconden ingelast.

      Afstandssensor

      De afstandssensoren detecteren obstakels en zorgen ervoor dat het apparaat om de obstakels heen gaat. De afstandssensoren voldoen aan laserbeschermingsklasse 1 volgens IEC 60825-1:2014.

      Optische sensor

      De optische sensoren detecteren obstakels en zorgen ervoor dat het apparaat om de obstakels heen gaat. De optische sensoren voldoen aan laserbeschermingsklasse 1 volgens IEC 60825-1:2014.

      Dockingstation

      Het dockingstation is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik, bijvoorbeeld in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels, kantoren en verhuurbedrijven.

      WAARSCHUWING

      De gebruikers moeten voldoende worden geïnstrueerd over het gebruik van het dockingstation.

      Gebruik het dockingstation alleen in droge ruimtes.

      Haal de netstekker van het dockingstation uit het stopcontact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

      Voorkom dat het netsnoer van het dockingstation in contact komt met de roterende borstels van de vloerreiniger.

      VOORZICHTIG

      Gebruik het dockingstation alleen binnenshuis

      Bewaar het dockingstation alleen binnenshuis.

      Waarschuwingssymbolen

      Neem de volgende waarschuwingen in acht bij het omgaan met batterijen:

      Let op de aanwijzingen in de instructies voor de batterij, op de batterij en in deze gebruiksaanwijzing.
      Draag oogbescherming.
      Houd kinderen uit de buurt van zuur en batterijen.
      Explosiegevaar
      Vuur, vonken, open vuur en roken zijn verboden.
      Risico op brandwonden door zuur!
      Eerste hulp
      Waarschuwing
      Afvoer
      Gooi batterijen niet in de vuilnisbak.

      Milieubescherming

      De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

      Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huisvuil af.

      Instructies betreffende ingrediënten (REACH)

      Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH

      Toebehoren en reserveonderdelen

      Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.

      Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.

      Leveringsomvang

      Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur.

      Garantie

      In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice.

      (adres zie achterzijde)

      Beschrijving apparaat

      Bedieningselementen

      Voorzijde

      BR-variant

      1. Watertoevoer
      2. Vulopening voor schoon water
      3. Vlotterschakelaar voor vuil water
      4. Vlotter, turbinebeschermzeef
      5. Spoelsysteem vuilwaterreservoir
      6. Deksel vuilwaterreservoir
      7. Grofvuilzeef
      8. Pluizenzeef
      9. Deur apparaatvak
      10. Netsnoer met netstekker
      11. Aftapslang vuilwater met doseerinrichting
      12. Dockingpoort
      13. Zijbezem
      BD-variant

      1. Watertoevoer
      2. Vulopening voor schoon water
      3. Vlotterschakelaar voor vuil water
      4. Vlotter, turbinebeschermzeef
      5. Spoelsysteem vuilwaterreservoir
      6. Deksel vuilwaterreservoir
      7. Grofvuilzeef
      8. Pluizenzeef
      9. Deur apparaatvak
      10. Netsnoer met netstekker
      11. Aftapslang vuilwater met doseerinrichting
      12. Dockingpoort
      13. Schijfborstel

      Grofvuilkorf (BR-variant)


      1. Deur grofvuilkorf
      2. Grofvuilkorf

      Reinigingskop

      BR-variant

      1. Ontgrendeling van rambescherming
      2. Rambescherming
      3. Borstelwals
      4. Reinigingskop
      5. Ontgrendelingsknop borstelvervanging
      BD-variant

      1. Ontgrendeling van rambescherming
      2. Rambescherming
      3. Schijfborstel rechts
      4. Reinigingskop rechts
      5. Ontgrendelbeugel borstelvervanging
      6. Meenemer zijafscherming

      1. Klep veeglade
      2. Ontgrendelbeugel borstelvervanging
      3. Reinigingskop links
      4. Schijfborstel links

      Achterzijde


      1. Noodstopknop
      2. Zwaailicht
      3. Greep van reinigingsmiddelreservoir
      4. Sluiting van reinigingsmiddelreservoir
      5. Niveau-indicatie reinigingsmiddel
      6. Deksel reinigingsmiddelreservoir
      7. Zijbezem (alleen BR-variant)
      8. Schraaplip reinigingskop
      9. Hendel voor lossen van rem
      10. Zuigslang
      11. Zuigbalk
      12. Niveausensor reinigingsmiddel

      Bedieningsveld


      1. Veiligheidsschakelaars
      2. Starttoets
      3. Touchscreen

      Kleurmarkering

      • Bedieningselementen voor het reinigingsproces zijn geel.

      • Bedieningselementen voor onderhoud en service zijn lichtgrijs.

      Symbolen op het apparaat

      Vulniveau reinigingsmiddelreservoir 100%
      Vulniveau reinigingsmiddelreservoir 50%
      Vulniveau reinigingsmiddelreservoir 25%
      Vulopening voor reinigingsmiddel
      Ontgrendelingsknop voor borstelvervanging
      Til eerst de grofvuilkorf op en trek deze er dan uit (bij BR-variant)
      Aftapslang voor vuil water
      Watertoevoer
      Afvoer schoon water
      Netstekker voor het opladen van de accu
      Vastzetpunt voor vervoer
      Toevoer schoon water

      Eerste inbedrijfstelling

      Afladen

      1. De kartonnen doos samen met de verstevigingsbalken verwijderen van de houten onderconstructie.

      2. De spanband verwijderen.

      3. De 4 houten blokken links en rechts losschroeven van de houten onderconstructie.


        1. Houten blok (4 stuks)
        2. Houten onderconstructie
      4. De 2 houten balken losschroeven van de houten onderconstructie en verwijderen.


        1. Houten balk (2 stuks)
      5. De 3 planken losschroeven van de houten onderconstructie.


        1. Plank (3 stuks)
      6. De rakel demonteren.


        1. Rakel
        2. Vleugelschroef
        3. Zuigslang
        1. De vleugelschroeven lossen.

        2. De zuigslang lostrekken van de rakel.

        3. De rakel er van achteren uittrekken.

      7. De schuif voor grof vuil demonteren.


        1. Schroefverbinding
        2. Houder (voor)
        3. Rubberstrip
        4. Houder (achter)
        1. De schroefverbindingen losdraaien en de schroeven verwijderen.

        2. De rubberstrip en beide houders verwijderen.

      8. De zijskirts demonteren.


        1. Schroefverbinding
        2. Zijskirt.
        1. De schroefverbindingen losdraaien en de schroeven verwijderen.

        2. De zijskirt verwijderen.

        3. De zijskirt aan de tegenoverliggende zijde demonteren.

      9. De verstelborging naar onderen drukken en de hendel voor het lossen volledig naar links schuiven.


        1. Verstelborging
        2. Hendel voor lossen van rem
      10. De losgeschroefde planken en de houten balken gebruiken om een afrijplaat te leggen achter de houten onderconstructie.


        1. Plank
        2. Houten balk
      11. De planken en de houten balken met de voordien verwijderde schroeven bevestigen.

      12. Het apparaat achteruit over de afrijplaat van de houten onderconstructie naar beneden trekken.

      13. De verstelborging naar onderen drukken en de hendel voor lossen volledig naar rechts schuiven.


        1. Verstelborging
        2. Hendel voor lossen van rem
      14. De rakel monteren, zie Zuigbalk aanbrengen.

      15. De schuif voor grof vuil en de zijskirts monteren, zie Schuif voor grof vuil en zijskirts monteren.

      Accu laden

      Bij gebruik met een dockingstation wordt de batterij automatisch opgeladen.

      Zonder dockingstation:

      1. Open de deur van apparaatvak.


        1. Laadkabel
        2. Deur apparaatvak
        1. Trek de laadkabel eruit.

        2. Als het apparaat geen laadkabel heeft, steekt u een netsnoer met een IEC-stekker in de netbus op de dockingpoort.


          1. Netbus
          2. Dockingpoort
      2. Steek de netstekker van de laadkabel in een stopcontact.

        Het laadproces begint automatisch.

        De ladingstoestand wordt weergegeven op het aanraakscherm.

        Het apparaat kan tijdens laden niet worden gebruikt.

        Als de batterij helemaal leeg is, duurt het laadproces ongeveer 8 uur.

      3. Trek na het opladen de stekker uit het stopcontact.

      4. Berg het netsnoer op in het apparaatvak of haal het netsnoer uit de dockingpoort.

      Systeem van stroomvoorziening loskoppelen

      Instructie

      Als het niet meer mogelijk is om het systeem normaal op te starten, kan de RESET-knop worden gebruikt om het systeem volledig los te koppelen van de stroomvoorziening en het opnieuw op te starten.

      1. Voorste afdekking afnemen.

      2. Verwijder het reinigingsmiddelreservoir.


        1. Reinigingsmiddelreservoir
        2. Afdekking
      3. Houd de RESET-knop ongeveer 10 seconden ingedrukt.


        1. RESET-knop

        Het systeem wordt nu volledig losgekoppeld van de stroomvoorziening.

      4. Druk op de Power-On-knop om het apparaat op te starten.

        Het systeem start nu op.

      5. Zet het reinigingsmiddelreservoir terug.

      6. Zet de afdekking terug.

      Inbedrijfstelling

      Gebruiksaanwijzing downloaden

      Na de inbedrijfstelling kan de gebruiksaanwijzing van het apparaat op het aanraakscherm worden weergegeven. Als de gebruiksaanwijzing ook op een smartphone wordt gedownload, kunnen de bedieningsstappen parallel aan de bediening worden gelezen.

      1. Scan de volgende code op de smartphone en volg de instructies om de gebruiksaanwijzing te downloaden.


      Bedrijfsstoffen bijvullen

      Schoon water

      Bij gebruik met een dockingstation wordt het schoonwaterreservoir automatisch gevuld.

      Zonder dockingstation, met vulsysteem

      1. WAARSCHUWING

        Gevaar voor letsel door tankdeksel!

        Gevaar voor beknelling van ledematen door het onverwacht dichtslaan van het tankdeksel.

        Open het tankdeksel tot aan de aanslag om te voorkomen dat het per ongeluk dichtslaat.Sluit het tankdeksel alleen wanneer er zich geen ledematen tussen de tank en het tankdeksel bevinden.

        Het deksel van het vuilwaterreservoir omhoog zwenken.

      2. Sluit de watertoevoerslang aan op de slangkoppeling op het apparaat. Let op een maximale watertemperatuur van 50 °C!


        1. Slangkoppeling
      3. De deksel vuilwaterreservoir sluiten.

      4. De watertoevoer openen.

      Het vullen stopt automatisch wanneer het schoonwaterreservoir vol is.

      Zonder dockingstation, zonder vulsysteem

      1. WAARSCHUWING

        Gevaar voor letsel door tankdeksel!

        Gevaar voor beknelling van ledematen door het onverwacht dichtslaan van het tankdeksel.

        Open het tankdeksel tot aan de aanslag om te voorkomen dat het per ongeluk dichtslaat.Sluit het tankdeksel alleen wanneer er zich geen ledematen tussen de tank en het tankdeksel bevinden.

        Het deksel van het vuilwaterreservoir omhoog zwenken.

      2. De watertoevoerslang in de vulopening steken. Let op een maximale watertemperatuur van 50 °C!


        1. Vulopening
      3. De watertoevoer openen.

      4. Let op het vulniveau en sluit de watertoevoer af als de tank vol is.

      Reinigingsmiddel

      VOORZICHTIG

      Beschadigingsgevaar

      Gebruik alleen aanbevolen reinigingsmiddelen. Met andere reinigingsmiddelen draagt u zelf het verhoogde risico op het gebied van bedrijfsveiligheid, kans op ongevallen en verminderde levensduur van het apparaat. Gebruik alleen reinigingsmiddelen die vrij zijn van oplosmiddelen, zout- en fluorwaterstofzuur. Neem de veiligheidsaanwijzingen op de reinigingsmiddelen in acht.

      Instructie

      Gebruik geen sterk schuimende reinigingsmiddelen.

      Neem de doseerinstructies in acht.

      Aanbevolen reinigingsmiddelen:

      Toepassing
      Reinigingsmiddel
      Onderhoudsreiniging van alle waterbestendige vloeren
      CA 50 C
      RM 756
      Onderhoudsreiniging met verzorgingscomponenten
      RM 746
      RM 780
      Onderhoudsreiniging en basisreiniging van industriële ondergronden
      RM 69
      Onderhoudsreiniging van glanzende ondergronden
      RM 755
      Onderhoudsreiniging en basisreiniging van steengoed tegels
      RM 753
      Onderhoudsreiniging en basisreiniging van zuurbestendige ondergronden
      RM 751
      Reiniging en desinfectie
      RM 732
      Basisreiniging van alle alkalibestendige vloerbedekkingen
      RM 752
      Basisreiniging en decoating van alkaligevoelige vloeren
      RM 754
      1. Open het deksel van de vulopening voor het reinigingsmiddel.


        1. Vulopening voor reinigingsmiddel
        2. Deksel vulopening
        3. Niveau-indicatie reinigingsmiddel
      2. Giet het reinigingsmiddel erin.

      Opmerking:

      Om het reinigingsmiddel snel te kunnen vervangen, kan het reinigingsmiddelreservoir worden verwijderd en vervangen door een ander reinigingsmiddelreservoir.

      Reinigingsmiddelreservoir vervangen


        1. Reinigingsmiddelreservoir
        2. Sluiting van reinigingsmiddelreservoir
        3. Niveausensor reinigingsmiddel
        4. Deksel reinigingsmiddelreservoir
      1. Deksel van reinigingsmiddelreservoir verwijderen.

      2. Schroef de sluiting van het reinigingsmiddelreservoir los en verwijder het met de niveausensor voor het reinigingsmiddel.

      3. De reinigingsmiddelslang met het filter uit het reinigingsmiddelreservoir trekken.

      4. Het reinigingsmiddelreservoir uit het apparaat nemen.

      5. Het nieuwe reinigingsmiddelreservoir in het apparaat plaatsen.

      6. De reinigingsmiddelslang met het filter in het reinigingsmiddelreservoir plaatsen.

      7. De niveausensor voor het reinigingsmiddel in het reinigingsmiddelreservoir steken.

      8. De sluiting vastdraaien.

      9. Het deksel van het reinigingsmiddelreservoir plaatsen.

      Zuigbalk aanbrengen

      1. De zuigbalk in de zuigbalkophanging schuiven.


        1. Zuigbalkophanging
        2. Zuigslang
        3. Vleugelschroef
        4. Zuigbalk
        5. Slangstopper
      2. De vleugelschroeven aantrekken.

      3. De zuigslang in de slangaansluiting steken.

      Helling instellen

      De helling van de zuigbalk wordt in de fabriek ingesteld. Hij hoeft alleen opnieuw te worden afgesteld als de luchtbel van de waterpas niet tussen de twee merktekens staat wanneer de zuigstang op een vlakke ondergrond wordt neergelaten.

      1. De moer losdraaien.


        1. Moer
        2. Draaigreep
        3. Waterpas
      2. Stel de draaihendel zo in dat de luchtbel van de waterpas zich tussen de twee lijnen bevindt wanneer de zuigstang wordt neergelaten.

      3. Draai de moer weer vast.

      Hoogte instellen

      Met de hoogteverstelling wordt de buiging van de zuiglippen bij contact met de vloer beïnvloed.

      Instructie

      Basisinstelling: 3 onderlegringen boven, 3 onderlegringen onder de zuigbalk.

      Oneffen ondergrond: 5 onderlegringen boven, 1 onderlegring onder de zuigbalk.

      Zeer gladde ondergrond: 1 onderlegring boven, 5 onderlegringen onder de zuigbalk.

      1. De schroef eruit draaien.


        1. Schroef
        2. Onderlegring
        3. Afstandsrol met houder
        4. Zuigbalk
      2. Steek het gewenste aantal onderlegringen op de schroef boven de zuigbalk.

      3. Steek de schroef door de houder van de afstandsrol.

      4. Plaats de resterende onderlegringen op de schroef onder de afstandsrol.

      5. De schroef in de zuigbalk draaien en vastdraaien.

      6. Het proces bij de tweede afstandsrol herhalen.

        Instructie

        Beide afstandsrollen op dezelfde hoogte instellen.

      Schuif voor grof vuil en zijskirts monteren


        1. Machineframe
        2. Schroeven (7x)
        3. Houder (voor)
        4. Rubberstrip
        5. Houder (achter)
        6. Zijskirt
      1. De schuif voor grof vuil – bestaande uit een houder (voor), rubberstrip en houder (achter) – aan het machineframe vastschroeven.

        1. Vóór het vastdraaien, de rubberstrip horizontaal uitlijnen aan de hand van de sleufgaten.

      2. Beide zijskirts vastschroeven aan het machineframe.

      Apparaat verplaatsen zonder aandrijving

      1. Apparaat moet uitgeschakeld zijn.

        Instructie

        De hendel voor lossen van rem bevindt zich rechts onderaan, achter de zuigbalk.

      2. De verstelborging naar onderen drukken en de hendel voor het lossen volledig naar links schuiven.


        1. Verstelborging
        2. Hendel voor lossen van rem
      3. Het apparaat verplaatsen.

        Instructie

        Na deze verplaatsing, de hendel voor lossen van de rem terug naar rechts in zijn oorspronkelijke positie zetten en daar laten vastklikken.

      Werking

      Apparaat controleren

      WAARSCHUWING

      Gevaar voor ongevallen

      Een beschadigd of defect apparaat kan leiden tot ongelukken tijdens het gebruik.

      Controleer het apparaat vóór het gebruik en meld eventuele beschadigingen of functiestoringen aan de verantwoordelijke persoon.Gebruik het apparaat niet als het beschadigd is of functiestoringen vertoont.
      1. Het apparaat op dichtheid controleren.

      2. Noodstopschakelaar op goede werking controleren.

      3. Controleer de werking van beide veiligheidsschakelaars (remt het apparaat wanneer beide veiligheidsschakelaars worden losgelaten bij handbediening?).

        GEVAAR

        Gevaar voor ongevallen door defecte veiligheidsschakelaar

        Neem het apparaat onmiddellijk uit bedrijf indien één of beide veiligheidsschakelaars niet op betrouwbare wijze terugkeren naar de onbediende stand.
      4. De sensoren controleren op vervuiling, indien nodig reinigen.

      5. Het apparaat opnieuw starten.

      6. De werking van de sensoren controleren (detecteert het apparaat obstakels?).

      Apparaat inschakelen

      1. De noodstoptoets ontgrendelen door deze te draaien.

      2. De startknop indrukken.

        Het apparaat start op.

      3. Wacht tot het aanmeldscherm op het aanraakscherm wordt weergegeven.


        1. Nieuwe gebruiker
        2. Beheerder
        3. Service
        4. Gebruiker
        • Beheerder: Kan alle functies van het apparaat gebruiken en heeft alle gebruikersrechten.

        • Service: Alleen beschikbaar voor de klantenservice.

        • Gebruiker: Kan alle functies gebruiken die vallen onder de bevoegdheden die zijn toegekend door de Beheerder.

      4. Maak een nieuw gebruikersprofiel aan.

      5. Wijs een wachtwoord toe.


        De uitvoerbare functies worden in het hoofdmenu weergegeven.


        1. Hoofdmenu

      Bedieningsinstructies op aanraakscherm weergeven

      De bij het apparaat gevoegde gebruiksaanwijzing omvat alleen de handelingen voor de inbedrijfstelling en een gids voor het oplossen van problemen in geval van een defect aanraakscherm.

      De volledige gebruiksaanwijzing kan worden opgeroepen en weergegeven op het aanraakscherm nadat het apparaat in gebruik is genomen.

      1. Druk op de knop “Onderhoud” in het hoofdmenu.

      2. Druk op de knop “Bedieningshandleiding”

        De gebruiksaanwijzing wordt op het aanraakscherm weergegeven.

      Instellingen

      1. Druk op de knop Instellingen in het hoofdmenu.


        1. Instellingen

        Het menu Instellingen wordt weergegeven.


        1. Gebruikers aanmaken en beheren
        2. Tijd en datum instellen
        3. Netwerkverbinding configureren
        4. Systeeminformatie (bedrijfsuren, softwareversie, materiaalnummer, serienummer, updates)

      Gebruiker aanmaken

      1. Druk op de knop "Gebruikersbeheer" in het menu Instellingen.


        1. Knop "Gebruikersbeheer"
      2. Druk op de knop “Nieuwe gebruiker”.

      3. Selecteer de gewenste taal.

      4. Tik op het invoerveld voor de gebruikersnaam.


        1. Invoerveld Gebruikersnaam
        2. Enter-toets
      5. Voer de gebruikersnaam in met het toetsenbord op het scherm en sluit af met de Enter-toets.

      6. Druk op de knop “PIN”


        1. Bevestigen
        2. Knop "PIN"
        3. Wachtwoord bevestigen
        4. Wachtwoord invoeren
      7. Tik op het invoerveld Wachtwoord invoeren.

      8. Voer het wachtwoord in met het toetsenbord op het scherm.

      9. Voer het wachtwoord ter bevestiging opnieuw in het invoerveld Wachtwoord bevestigen in.

      10. Druk op de knop Bevestigen.

      11. Druk op de knop “Autorisaties”


        1. Bevestigen
        2. Knop "Autorisaties"
        3. Lijst van machtigingen
        4. Fabrieksinstelling Machtigingen Gebruiker
        5. Fabrieksinstelling Machtigingen Beheerder
      12. Druk op de toets voor de fabrieksinstelling van de gewenste gebruikersgroep Gebruiker of Beheerder .

      13. Wijzig zo nodig de individuele machtigingen in de lijst.

      14. Druk op de knop Bevestigen.

      Netwerkinstellingen

      1. Druk op de knop "Internet" in het menu "Instellingen".


        1. Knop "Internet"

        De "Zichtbare netwerken" en de "Bekende netwerken" worden weergegeven.


        1. Zichtbare netwerken
        2. Instellingen
        3. Bekende netwerken
      2. Druk op de knop "Instellingen".

        De huidige netwerkinstellingen worden weergegeven.


        1. Netwerkinstellingen
        2. WLAN
        3. Netwerkinterfaces
        • Bij het activeren van "WLAN" worden nu zowel de "Zichtbare netwerken" als de "Bekende netwerken" weergegeven.

      Netwerk toevoegen

      1. Druk op de knop "Internet" in het menu "Instellingen".


        1. Knop "Internet"
      2. Druk op de knop "Toevoegen".


        1. SSID
        2. Encryptie
        3. Wachtwoord
      3. Voer de SSID van het draadloze toegangspunt/router in.

      4. Selecteer de encryptie.

      5. Voer het wachtwoord in.

      6. Druk op het vinkje.

        Het netwerk wordt toegevoegd.

      Algemene instellingen

      1. Druk op de knop "Algemene instellingen" in het menu "Instellingen".


        1. Knop "Algemene instellingen"
      2. Druk op de knop "Algemene instellingen".

        De huidige algemene instellingen worden weergegeven.


        • Wanneer "" is geactiveerd, wordt de geactiveerd.

        • De bijbehorende tijdzone kan worden ingesteld onder "".

        • Wanneer "" is geactiveerd, wordt de geactiveerd.

        Fastmode geactiveerd
        Fastmode gedeactiveerd

      Docking

      Bij docking wordt het apparaat aangesloten op een optioneel dockingstation. Na een succesvolle koppeling worden de volgende acties uitgevoerd:

      • Het vuilwaterreservoir wordt geleegd en gespoeld.

      • Het schoonwaterreservoir wordt gevuld.

      • De accu wordt geladen.

      1. Druk op de knop “Docking” in het hoofdmenu.

        Het apparaat maakt zich klaar voor docking en zoekt naar een Positiecode.


      2. Druk op een veiligheidsschakelaar en schuif het apparaat voor het dockingstation.

        1. Lijn de dockingpoort uit met het dockingstation.

        2. Houd een afstand van ongeveer 2 m van het dockingstation.

      3. Wacht tot het apparaat de Positiecode op het dockingstation heeft gedetecteerd.

      4. Bevestig de Positiecode.


        Wanneer het apparaat op het dockingstation is aangesloten, kunnen de volgende functies worden uitgevoerd:


        1. Onderhoudswerkzaamheden uitvoeren
        2. Docking beëindigen
        3. Docking beëindigen en de autonome werking starten

      Regels voor het aanleren van nieuwe routes

      WAARSCHUWING

      Risico dat de robot naar beneden valt bij randen en trappen

      Het naar beneden vallen van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel bij personen in de valzone en tot onherroepelijke schade aan de robot.

      Houd bij het aanleren van nieuwe routes altijd een minimale afstand van 2 meter tot alle valranden aan.Zorg ervoor dat er zich geen personen in de gevarenzone onder de valrand bevinden of deze betreden.

      LET OP

      Risico op materiële schade door lage obstakels

      Obstakels die zich op minder dan 15 cm boven de vloer bevinden (bijv. plinten, tapijten, vorken van een vorkheftruck, kabels, stopcontacten, pallets), worden niet door het apparaat herkend. Botsingen kunnen leiden tot schade aan de robot.

      Zorg ervoor dat er zich geen dergelijke obstakels binnen het te reinigen oppervlak bevinden.

      Het aanleren van nieuwe routes wordt beschreven in de softwaredocumentatie "KIRA B-Range Software".

      Daarnaast gelden de volgende apparaatspecifieke beperkingen:

      Optimale afstand tussen de wand en de rechterkant van het apparaat
      10 cm
      Minimale gangpadbreedte voor enkelvoudige doorgang
      1,05 m
      Minimale gangpadbreedte voor U-turns
      1,7 m

      Regels voor autonome werking

      Voor een betrouwbare en veilige uitvoering van de autonome werking moeten de volgende regels in acht worden genomen.

      1. Beperk het reinigingsbereik met barrières op de volgende punten:

        • Randen

        • Trappen

        • Roltrappen, rolpaden

        • Hefplatforms

      2. Plaats geen ladders, steigers of andere tijdelijke obstakels in het reinigingsbereik.

      3. Laat geen elektrische kabels of andere lage obstakels (tot 15 cm hoogte) in het reinigingsbereik achter.

      4. Routes voor autonome werking lopen niet door liften of automatisch opengaande deuren. Gebruik liften en automatische deuren alleen in de handmatige modus.

      5. Houd voldoende afstand tot waterbassins en glasoppervlakken.

      6. Vermijd directe, sterke lichtinval (bijv. laagstaande zon) op de sensoren.

      7. Vermijd het overschrijden van sterke licht-/schaduwgrenzen.

      8. Bij autonome routes mag u rolpoorten niet frontaal naderen, maar parallel aan de poort.

      9. Markeer het reinigingsbereik met waarschuwingsborden en wijs op natte vloeren.

      Handmatig gebruik

      Bij handmatig gebruik wordt het apparaat door de gebruiker over het te reinigen oppervlak geleid.

      1. Selecteer de functie "Handmatige reiniging" op het aanraakscherm.


        1. Verbergen/tonen menu-items Borstelkracht en Zuigcapaciteit
        2. Ladingstoestand van de accu
        3. Reinigingsmiddelendosering
        4. Zuigcapaciteit
        5. Borstelkracht
        6. Terug naar de functieselectie
        7. Waterhoeveelheid
        8. Zijbezems activeren/deactiveren
        9. Reinigingskop activeren/deactiveren
        10. Afzuiging activeren/deactiveren
        11. Vulniveau schoonwaterreservoir
      2. Bedien en houd een veiligheidsschakelaar vast.

      3. Duw het apparaat naar de plaats van gebruik.

      4. De veiligheidsschakelaar loslaten.

      5. Kies de gewenste instellingen voor watermassa, reinigingsmiddelendosering, borstelkracht en zuigcapaciteit.

      6. Activeer de gewenste functies (afzuiging, reinigingskop, zijbezems).

        De geactiveerde functies zijn groen gemarkeerd.

        Instructie

        De zijbezems kunnen alleen worden geactiveerd als de reinigingskop is ingeschakeld.

      7. Bedien en houd een veiligheidsschakelaar vast.

      8. Schuif het apparaat over het te reinigen oppervlak.

      Reiniging beëindigen

      1. Deactiveer de reinigingskop en de zijbezems.

      2. Ga nog even door om restwater af te zuigen.

      3. Deactiveer de afzuiging.

      Vuilwater aftappen

      Bij gebruik met een dockingstation wordt het schoonwaterreservoir automatisch geleegd.

      Zonder dockingstation:

      VOORZICHTIG

      Vuil en detergenten in het vuile water kunnen uw gezondheid schaden of het milieu verontreinigen.

      Neem de plaatselijk geldende voorschriften voor de omgang met accu's in acht.
      1. Open de deur van apparaatvak.


        1. Deksel
        2. Doseerinrichting
        3. Aftapslang
      2. De aftapslang uit de houder nemen.

      3. Laat de aftapslang zakken over een geschikte opvangvoorziening.

      4. De doseerinrichting in elkaar drukken of knikken.

      5. De deksel openen.

      6. Controleer het debiet van vuil water door druk uit te oefenen of door de doseerinrichting te knikken.

      7. Het vuilwaterreservoir spoelen.

      8. De deksel sluiten.

      9. De aftapslang in de houder aan het apparaat drukken.

      10. Open de deur van apparaatvak.

      Verswater aftappen

      1. Plaats het apparaat boven een waterafvoer.

      2. De afsluiting verswaterreservoir losschroeven.


        1. Zeef
        2. Afsluiting verswaterreservoir
      3. Water laten weglopen.

      4. Leeg naar behoefte het opvoerwerk en maak zie zo nodig schoon:

      5. Plaats de zeef terug.

      6. De sluiting van het schoonwaterreservoir losschroeven.

        Instructie

        Richt de sluiting zodanig dat de slangaansluiting zich aan de onderkant bevindt.

      Transport

      VOORZICHTIG

      Niet in acht nemen van het gewicht

      Gevaar voor letsel en beschadiging

      Neem bij het transport en de opslag het gewicht van het apparaat in acht.Rijd niet op gladde vloeren of hellingen.
      1. Het schoonwaterreservoir en het vuilwaterreservoir legen.

      2. Bij het transport in voertuigen het apparaat conform de geldende richtlijnen tegen wegglijden en omvallen beveiligen.


        1. Ogen voor het vervoer

      Opslag

      VOORZICHTIG

      Niet-naleving van het gewicht

      Gevaar voor letsel en beschadiging

      Neem bij het transport en de opslag het gewicht van het apparaat in acht.

      Het apparaat alleen in binnenruimtes opslaan.

      Verzorging en onderhoud

      GEVAAR

      Onbedoeld startend apparaat, contact met onder spanning staande delen

      Gevaar voor letsel, elektrische schok

      Voordat u werkzaamheden uitvoert, koppelt u het apparaat los van het dockingstation of haalt u de stekker uit het stopcontact.

      Onderhoudsintervallen

      LET OP

      Beschadigingsgevaar

      Spuit het apparaat niet schoon met water. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.

      Opmerking: Onderhoudswerkzaamheden gemarkeerd met "##" worden automatisch uitgevoerd indien een dockingstation aanwezig is.

      Na elk gebruik

      1. ##Het vuilwater aftappen.

      2. ##Het vuilwaterreservoir spoelen.

      3. De turbinebeschermzeef reinigen.

      4. De grofvuilzeef uit het vuilwaterreservoir verwijderen en reinigen.

      5. Maak de buitenkant van het apparaat schoon met een doek en mild zeepsop.

      6. De pluizenzeef controleren, indien nodig reinigen.

      7. Verwijder en reinig de grofvuilkorf op de reinigingskop.

      8. Reinig de waterverdeling in de reinigingskop.

      9. Reinig de zuigstrips in de zuigbalk en controleer op slijtage. Draai versleten zuigstrips om of vervang ze.

      10. Controleer of de zuigstrips goed in de aanzuigbalk passen. Plaats, indien nodig, de zuigstrips opnieuw correct in de groeven van de zuigmond.

      11. Reinig de schraaplippen aan beide zijden van de reinigingskop en controleer op slijtage. Vervang versleten schraaplippen .

      12. Borstels op slijtage controleren. Vervang versleten borstels.

      13. Opmerking: De borstelrollen zijn versleten als de gele indicatorharen even lang zijn als de andere borstelharen.

      14. ## De accu opladen.

      Wekelijks

      1. Reinig de sensoren met een vochtige microvezeldoek. Gebruik indien nodig extra glasreiniger.

      2. ## Bij regelmatig gebruik de accu's minstens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen.

      Eens per maand

      1. De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en het deksel reinigen.

      2. Controleer de afdichting tussen het vuilwaterreservoir en het deksel, vervang de afdichting indien nodig.

      3. De borsteltunnel reinigen.

      4. Reinig het schoonwaterfilter.

      5. Bij een langere stilstandtijd het apparaat alleen met volledig opgeladen accu's afzetten. Minstens eens per maand de accu's opnieuw volledig opladen.

      Jaarlijks

      1. De voorgeschreven inspectie door de klantenservice laten uitvoeren.

      Onderhoudswerkzaamheden

      Onderhoudswerkzaamheden als animatie

      Diverse onderhoudstaken worden als animaties in het apparaat opgeslagen en kunnen op het aanraakscherm worden opgeroepen.

      1. Druk op de knop “Onderhoud” in het hoofdmenu.

      2. Druk op de knop “Onderhoudsinstructies”.

      3. Tik op het onderhoudswerk dat u zoekt.


      4. Roep de afzonderlijke stappen van de animatie op met de pijltjestoetsen.

      Turbinebeschermzeef reinigen

      1. De deksel van het vuilwaterreservoir openen.

      2. De vergrendelingshaken samendrukken.


        1. Vlotter
        2. Veiligheidsring
        3. Grendelhaak
        4. Turbinebeschermzeef
      3. Trek de veiligheidsring eraf.

      4. De vlotter verwijderen.

      5. De turbinebeschermzeef linksom draaien.

      6. De turbinebeschermzeef verwijderen.

      7. De turbinebeschermzeef onder stromend water reinigen.

      8. De turbinebeschermzeef opnieuw aanbrengen.

      9. De vlotter aanbrengen.

      10. Duw op de veiligheidsring en trek hem dan terug naar de vergrendelhaken.

      Instructie

      Bij lichte verontreiniging is het voldoende het turbinebeveiligingszeef te reinigen wanneer het geïnstalleerd is.

      Grofvuilfilter reinigen

      1. De deksel van het vuilwaterreservoir openen.


        1. Grofvuilzeef
      2. De grofvuilzeef er omhoog aftrekken.

      3. De grofvuilzeef onder stromend water schoonspoelen.

      4. De grofvuilzeef in het vuilwaterreservoir plaatsen.

      Filter verswater reinigen

      1. Tap vers water af (zie hoofdstuk "Vers water aftappen").

      2. De afsluiting van het verswatertank losschroeven.


        1. Filter verswater
        2. Afsluiting verswaterreservoir
      3. Het filter verswater eruit trekken en met schoon water schoonspoelen.

      4. Het filter verswater plaatsen.

      5. De afsluiting van het verswaterreservoir aanbrengen.

        Opmerking: Zorg ervoor dat de slangaansluiting in de afsluiting verswaterreservoir na het vastschroeven op het diepste punt ligt.

      Zuigbalk reinigen

      1. Beide vleugelschroeven losdraaien

      2. De zuigbalk van het apparaat verwijderen.


        1. Zuigbalk
        2. Vleugelschroef
        3. Zuigslang
        4. Zuigstrips
      3. De zuigslang van de zuigbalk lostrekken.

      4. Spoel de onderkant van de zuigbalk af met water.

      5. Veeg de zuigstrips schoon met een doek.

      6. Plaats de zuigbalk op het apparaat.

      7. Beide vleugelschroeven aantrekken.

      8. De zuigslang met de zuigbalk verbinden.

      Zuigstrips vervangen of draaien

      De zuigstrips worden gedraaid of vervangen wanneer zij tot aan de slijtagemarkering zijn afgesleten.


        1. Slijtagemarkering
        2. Zuigstrips
      1. De zuigbalk van het apparaat verwijderen.

      2. Schroef de stergreep los.


        1. Stergreep
        2. Afbuigrollen
        3. Eindstuk
        4. Zuigstrips
      3. Verwijder de hulzen en de afbuigrollen.

      4. Trek de eindstukken eraf.

      5. Trek de zuigstrips in de lengterichting los.

      6. Schuif nieuwe of gedraaide zuigstrips in de zuigbalk.

      7. Duw op de eindstukken.

      8. Breng de afbuigrollen en de hulsen aan.

      9. De stergreep erin draaien en aantrekken.

      Grofvuilkorf legen (BR-variant)

      1. De deur van de grofvuilkorf openen.


        1. Deur grofvuilkorf
        2. Grofvuilkorf
      2. De grofvuilkorf optillen en eruit trekken.

      3. De grofvuilkorf leegmaken en indien nodig reinigen.

      4. De grofvuilkorf terugplaatsen.

      Vuilwaterreservoir spoelen met spoelsysteem

      1. Leeg het vuilwaterreservoir. Laat de aftapslang met het deksel open over de waterafvoer lopen.

      2. Open het menu "Onderhoud" op het aanraakscherm.

      3. Start de functie "Tankspoeling".

        WAARSCHUWING

        Gevaar voor letsel door tankdeksel!

        Gevaar voor beknelling van ledematen door het onverwacht dichtslaan van het tankdeksel.

        Open het tankdeksel tot aan de aanslag om te voorkomen dat het per ongeluk dichtslaat.Sluit het tankdeksel alleen wanneer er zich geen ledematen tussen de tank en het tankdeksel bevinden.
      4. De deksel van het vuilwaterreservoir openen.

      5. Sluit een watertoevoerslang aan op de slangkoppeling op het apparaat

      6. De deksel van het vuilwaterreservoir sluiten.

      7. De watertoevoer openen.

      8. Spoel gedurende ca. 30 seconden lang.

      9. De watertoevoer sluiten.

      10. Sluit de functie "Tankspoeling" af.

      11. De watertoevoerslang van het apparaat scheiden.

      12. Sluit de afvoerslang voor vuil water af en druk hem in de houder.

      13. Open de deur van apparaatvak.

      Vuilwaterreservoir spoelen zonder spoelsysteem

      1. Leeg het vuilwaterreservoir. Laat de aftapslang met het deksel open over de waterafvoer lopen.

        WAARSCHUWING

        Gevaar voor letsel door tankdeksel!

        Gevaar voor beknelling van ledematen door het onverwacht dichtslaan van het tankdeksel.

        Open het tankdeksel tot aan de aanslag om te voorkomen dat het per ongeluk dichtslaat.Sluit het tankdeksel alleen wanneer er zich geen ledematen tussen de tank en het tankdeksel bevinden.
      2. De deksel van het vuilwaterreservoir openen.

      3. Spoel het vuilwaterreservoir met de hand af met een waterslang.

      4. Sluit de afvoerslang voor vuil water af en druk hem in de houder.

      5. Open de deur van apparaatvak.

      Waterverdeelstrip reinigen

      1. De deur van de grofvuilkorf openen.


        1. Waterverdeelbalk
        2. Deur grofvuilkorf
      2. De grofvuilkorf optillen en eruit trekken.

      3. Til de waterverdeelstrip op en trek hem eruit.

      4. De waterverdeelstrip reinigen.

      5. Vervang de waterverdeelstrip.

      6. Plaats de grofvuilkorf.

      Borstelwalzen vervangen (BR-variant)

      1. Druk op de drukknop en zwaai de rambescherming naar de zijkant.


        1. Drukknop
        2. Rambescherming
      2. De ontgrendelingsknop indrukken.


        1. Lagerdeksel
        2. Borstel
        3. Ontgrendelingsknop
      3. Draai de lagerkap naar buiten.

      4. De borstelwalsen eruit trekken.

      5. Opmerking: De borstelwalzen zijn versleten als de gele indicatorborstelharen en de andere borstelharen even lang zijn.

      6. Plaats nieuwe borstelwalzen en centreer deze op de aandrijvers door ze heen en weer te draaien.

      7. Draai de lagerkap terug en zet de eindkappen van de borstelwalzen vast in de lagerkap.

      8. Til de schraaplip op en draai de rambescherming naar achteren en vergrendel hem.

      Schijfborstels vervangen (BD-variant)

      1. De reinigingskoppen omhoog zetten (zie hoofdstuk: "Menu servicefuncties" in de meegeleverde softwarehandleiding "KIRA B-Range Software" onderdeelnummer handleiding: 5.980-324.0).

      2. Druk op de drukknop.

      3. Til de meenemer van de zijafscherming op en draai de rambescherming opzij.


        1. Drukknop
        2. Rambescherming
        3. Meenemer zijafscherming
      4. Druk de ontgrendelbeugel tot de weerstand stopt naar onderen.


        1. Reinigingskop
        2. Rechter schijfborstel
        3. Ontgrendelbeugel
      5. De rechter schijfborstel zijdelings onder de reinigingskop eruit trekken.

      6. De klep van de veeglade openen.


        1. Klep veeglade
        2. Ontgrendelbeugel
        3. Reinigingskop
        4. Linker schijfborstel
      7. Druk de ontgrendelbeugel tot de weerstand stopt naar onderen.

      8. De linker schijfborstel zijdelings onder de reinigingskop eruit trekken.

      9. Opmerking: De schijfborstels zijn versleten als de indicatorborstelharen en de andere borstelharen even lang zijn.

      10. Plaats de nieuwe schijfborstels op de vloer onder de reinigingskoppen.

      11. De reinigingskoppen laten zakken en vastzetten (zie hoofdstuk: "Menu servicefuncties" in de meegeleverde softwarehandleiding "KIRA B-Range Software" onderdeelnummer handleiding: 5.980-324.0).

      12. De klep van de veeglade sluiten.

      13. De meenemer van de zijafscherming optillen en de rambescherming terugplaatsen en vastzetten.

      Schraaplippen vervangen

      1. 3 schroeven eruit draaien.


        1. Plug
        2. Afstrijklip
        3. Schroef
        4. Houder
      2. Verwijder de schraaplip samen met de houder.

      3. Verwijder de versleten schraaplip uit de houder.

      4. Breng de nieuwe schraaplip aan op de pennen van de houder.

      5. Bevestig de houder samen met de schraaplip terug op het apparaat.

      6. Het proces aan de andere zijde van het apparaat herhalen.

      Schraaplippen vooraan vervangen (BD-variant)

      1. De schroeven (2x) eruit draaien.


        1. Schroeven
        2. Schroeven
        3. Schraaplip
        4. Houder
      2. Verwijder de schraaplip samen met de houder.

      3. De schroeven (3x) eruit draaien.

      4. Verwijder de versleten schraaplip uit de houder.

      5. Bevestig de nieuwe schraaplip aan de houder met de schroeven (3x).

      6. Bevestig de houder samen met de schraaplip terug op het apparaat.

      7. Het proces aan de andere zijde van het apparaat herhalen.

      8. De schroeven (3x) eruit draaien.


        1. Schroeven
        2. Houder
        3. Schraaplip
        4. Plug
      9. Verwijder de houder.

      10. Verwijder de versleten schraaplippen.

      11. Breng de nieuwe schraaplip aan op de pennen.

      12. Bevestig de houder terug op het apparaat.

      Zijbezem vervangen (BR-variant)

      1. Draai de vleugelschroef los.


        1. Zijbezem
        2. Vleugelschroef
        3. Onderlegring
      2. De zijbezem verwijderen.

      3. De nieuwe zijbezems bevestigen.

      4. De vleugelschroef met onderlegring indraaien en vastdraaien.

      De dockingstation reinigen

      WAARSCHUWING

      Gevaar voor elektrische schokken.

      Voordat u aan het dockingstation gaat werken, haalt u de stekker uit het stopcontact.

      1. Bak voor vuil water
      2. Bedekken
      3. Basisstation
      4. Positiecode
      5. Docking plunjer
      6. Vlotterschakelaar met vlotter
      1. Verwijder het deksel.

      2. Controleer de vlotterschakelaar en vlotter, reinig indien nodig.

      3. Reinig de vuilwaterbak en spoel af met water.

      4. Bevestig het deksel.

      5. De Positiecode Reinig met adamp kleding.

      6. Controleer of de dockingzuiger vrij kan bewegen.

      Instructie

      Voor een geschikt gebruik van het dockingstation is een open ruimte voor het dockingstation 2x2 m2 om te voorzien in

      Camera en lidar reinigen

      1. Reinig alle sensoren die in de illustratie worden getoond met een vochtige microvezeldoek. Gebruik indien nodig extra glasreiniger.


        1. Lidar
        2. Camera
      2. Start het apparaat na de reiniging opnieuw op.

      Storingen weergegeven op het display

      • Interne fout 

      • Noodstopknop is geactiveerd 

      • Noodstopknop losgelaten 

      • Deksel van vuilwaterreservoir open of verstopping 

      • Dockingstation zonder stroomvoorziening 

      • Dockingstation zonder watertoevoer 

      • Docking station verstopt 

      • Docken mislukt 

      • Probleem bij lokaliseren 

      • Autonome taak geannuleerd 

      • Smart-Fill is mislukt 

      • Robot heeft de aangewezen route verlaten 

      • Schoonmaaktaak voltooid 

      • Route geblokkeerd 

      • Afgrond-laserscanner vuil 

      • Laserscanner achteraan vuil 

      • Laserscanner vooraan vuil 

      • Software-update mislukt 

      • Software-update succesvol 

      • Software-update gestart 

      • Software-update beschikbaar 

      • Accu volledig opgeladen 

      • Accu leeg 

      • Laadstand accu laag 

      • De remtest is mislukt. Handremlichter controleren 

      • Remtest noodzakelijk. Houd de handgreepschakelaars geactiveerd 

      • Geen motorondersteuning na uitloggen 

      • Gebruiker is niet ingelogd terwijl een afgrond wordt gedetecteerd 

      • Controle reinigingsmodules 

      • Grote daling zuigvermogen 

      • Fout in zuigsysteem 

      • Overbelasting borstelmotor 

      • Vuilwaterreservoir vol 

      • Geen schoonwaterdebiet 

      Interne fout

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. Er is een interne fout opgetreden. Start de robot opnieuw op. Als de fout zich blijft voordoen, roep dan de herstellingsservice in.

      Noodstopknop is geactiveerd

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. Robot stopte met rijden en schoonmaken. Controleer de robot en zijn omgeving. Laat de noodstopknop los als er geen gevaar is.

      Noodstopknop losgelaten

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. Noodstopknop losgelaten. De robot blijft normaal functioneren.

      Deksel van vuilwaterreservoir open of verstopping

      Oorzaak:

      De vuilwateruitlaat is open, maar het vuilwaterniveau in de robot verandert niet. Mogelijk staat het deksel van het reservoir open of is de vuilwaterafvoer verstopt.

      Oplossing:

      1. Sluit het deksel van het vuilwaterreservoir. Controleer de vuilwateruitlaat en het vuilwaterreservoir op beschadigingen en verstoppingen.

      Dockingstation zonder stroomvoorziening

      Oorzaak:

      Inbouwlaadapparaat van de robot wordt niet gevoed met stroom.

      Oplossing:

      1. Controleer of het dockingstation correct op het stopcontact is aangesloten. Controleer of de voedingskabel van het dockingstation beschadigd is. Controleer of het stopcontact onder spanning staat. Controleer of de stroomaansluiting van de dockingpoort beschadigd is.

      Dockingstation zonder watertoevoer

      Oorzaak:

      Vlotterschakelaar in de kuip van het dockingstation is geactiveerd.

      Oplossing:

      1. Water in kuip van dockingstation loopt niet weg. Controleer het dockingstation op beschadigingen en verstoppingen. Controleer of de vlotterschakelaar in de kuip van het dockingstation vrij kan bewegen en in goede staat verkeert.

      Docking station verstopt

      Oorzaak:

      Kan niet docken in dockingstation.

      Oplossing:

      1. Controleer robot, dockingstation en omgeving. Verwijder obstakels.

      Docken mislukt

      Oorzaak:

      De robot verloor zijn lokalisatie.

      Oplossing:

      1. Stuur de robot naar een positiecode en start een reinigingstaak. Als de fout zich blijft voordoen, moet u de route opnieuw aanleren.

      Probleem bij lokaliseren

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. Een bediener heeft de lopende autonome taak geannuleerd.

      Autonome taak geannuleerd

      Oorzaak:

      Het aangeleerde Smart-Fill-gebied kan niet worden afgewerkt.

      Oplossing:

      1. Leer de route opnieuw aan en vermijd ingewikkelde Smart-Fill-patronen (vermijd bijvoorbeeld kruisende routes bij Smart-Fill).

      Smart-Fill is mislukt

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. Breng robot terug op aangewezen route.

      Robot heeft de aangewezen route verlaten

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. De robot heeft de reinigingstaak succesvol afgerond.

      Schoonmaaktaak voltooid

      Oorzaak:

      De robot is gestopt omdat zijn route geblokkeerd is.

      Oplossing:

      1. Controleer de omgeving van de robot. Verwijder obstakels uit de route.

      Route geblokkeerd

      Oorzaak:

      De afgrond-laserscanner heeft vuil gedetecteerd en werkt niet meer correct.

      Oplossing:

      1. Maak de afgrond-laserscanner schoon en controleer hem op beschadigingen. Als de fout zich blijft voordoen na het opnieuw opstarten van de robot, roep dan de herstellingsservice in.

      Afgrond-laserscanner vuil

      Oorzaak:

      De laserscanner aan de achterkant heeft vuil gedetecteerd en werkt niet meer correct.

      Oplossing:

      1. Maak de laserscanner achteraan schoon en controleer hem op beschadigingen. Als de fout zich blijft voordoen na het opnieuw opstarten van de robot, roep dan de herstellingsservice in.

      Laserscanner achteraan vuil

      Oorzaak:

      De laserscanner aan de achterkant heeft vuil gedetecteerd en werkt niet meer correct.

      Oplossing:

      1. Maak de laserscanner achteraan schoon en controleer hem op beschadigingen. Als de fout zich blijft voordoen na het opnieuw opstarten van de robot, roep dan de herstellingsservice in.

      Laserscanner vooraan vuil

      Oorzaak:

      De laserscanner aan de voorkant heeft vuil gedetecteerd en werkt niet meer correct.

      Oplossing:

      1. Maak de laserscanner vooraan schoon en controleer hem op beschadigingen. Als de fout zich blijft voordoen na het opnieuw opstarten van de robot, roep dan de herstellingsservice in.

      Software-update mislukt

      Oorzaak:

      Software-update kon niet correct worden geïnstalleerd.

      Oplossing:

      1. Systeem is teruggezet naar vorige softwarestand.

      Software-update succesvol

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. Software-update succesvol geïnstalleerd.

      Software-update gestart

      Oorzaak:

      Software-update wordt geïnstalleerd.

      Oplossing:

      1. Schakel de robot niet uit.

      Software-update beschikbaar

      Oorzaak:

      Software-update is succesvol gedownload en is klaar voor installatie.

      Oplossing:

      1. Start software-update in het instellingenmenu.

      Accu volledig opgeladen

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. De accu is volledig opgeladen en de robot is klaar voor gebruik.

      Accu leeg

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. De accu onmiddellijk opladen.

      Laadstand accu laag

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. De accu binnenkort opladen.

      De remtest is mislukt. Handremlichter controleren

      Oorzaak:

      Er werd beweging gedetecteerd terwijl de robot de ingeschakelde remmen testte.

      Oplossing:

      1. De remmen waren waarschijnlijk niet ingeschakeld. Duw de rode hendel tussen de wielen naar rechts om ze in te schakelen.

      Remtest noodzakelijk. Houd de handgreepschakelaars geactiveerd

      Oorzaak:

      De handgreepschakelaars werden geactiveerd en een remtest is noodzakelijk.

      Oplossing:

      1. Houd de handgreepschakelaars geactiveerd tot de remtest voltooid is, de remmen worden gelost en de robot weer kan worden verplaatst.

      Geen motorondersteuning na uitloggen

      Oorzaak:

      De afgrond-laserscanner detecteerde een afgrond en activeerde een veiligheidsstop. Handmatige bediening van de robot in de buurt van een afgrond is alleen toegestaan wanneer de gebruiker ingelogd is.

      Oplossing:

      1. Log in met uw gebruikersprofiel wanneer u de robot in de buurt van een afgrond bedient.

      Gebruiker is niet ingelogd terwijl een afgrond wordt gedetecteerd

      Oorzaak:

      De afgrond-laserscanner detecteerde een afgrond en activeerde een veiligheidsstop. Handmatige bediening van de robot in de buurt van een afgrond is alleen toegestaan wanneer de gebruiker ingelogd is.

      Oplossing:

      1. Log in met uw gebruikersprofiel wanneer u de robot in de buurt van een afgrond bedient.

      Controle reinigingsmodules

      Oorzaak:

      De reinigingsmodules worden gecontroleerd op goede werking.

      Oplossing:

      1. Wacht tot de robot klaar is met het controleren van de reinigingsmodules. Dit kan tot 30 seconden duren.

      Grote daling zuigvermogen

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. Controleer of de zuigslang goed is aangesloten op de opvangtank en de rubberstrip. Controleer zuigslang, rubberstrip en aftreklippen op beschadigingen. Controleer of het water goed wordt opgenomen.

      Fout in zuigsysteem

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. Controleer de zuigslang en de rubberstrip op verstoppingen en beschadigingen.

      Overbelasting borstelmotor

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. Controleer of de borstels in goede staat zijn en ongehinderd kunnen draaien.

      Vuilwaterreservoir vol

      Oorzaak:

      De vlotterschakelaar in het vuilwaterreservoir werd geactiveerd omdat een reservoirdeksel open staat of het vuilwaterreservoir vol is.

      Oplossing:

      1. Ledig het vuilwaterreservoir.

      Geen schoonwaterdebiet

      Oorzaak:

       

       

      Oplossing:

      1. Er komt geen vers water op de vloer. Maak het schoonwaterfilter en het waterverdeelkanaal van het borsteldek schoon. Als de fout zich blijft voordoen na het opnieuw opstarten van de robot, roep dan de herstellingsservice in.

      Technische gegevens

      • KIRA BD 50 

      • KIRA BR 50 

      KIRA BD 50

      Algemeen
      Autonome rijsnelheid (max.)
      4,3 km/h
      Handmatige rijsnelheid (max.)
      5,5 km/h
      Theoretische oppervlaktecapaciteit autonoom
      2578 m2/h
      Theoretische oppervlaktecapaciteit handmatig
      3297 m2/h
      Oppervlaktecapaciteit per tankvulling
      1833 m2/h
      Volume schoon-/vuilwaterreservoir
      55 l
      Volume grofvuilkorf
      - l
      Volume reinigingsmiddeltank (optie dosering)
      5 l
      Reinigingsmiddeldosering
      0...3 %
      Waterdosering
      0...2,7 l/min
      Afmetingen
      Lengte
      1062 mm
      Breedte zonder zuigbalk
      750 mm
      Breedte zuigbalk
      790 mm
      Hoogte
      1161 mm
      Werkbreedte
      600 mm
      Werkbreedte met 1 zijbezem
      - mm
      Doorrijdbreedte autonoom (min.)
      1000 mm
      Randafstand autonoom (min.)
      100 mm
      Afmeting verpakking lxbxh
      1165x880x1395 mm
      Bandenuitrusting
      Voorwiel, breedte
      32 mm
      Voorwiel, diameter
      100 mm
      Achterwiel, breedte
      80 mm
      Achterwiel, diameter
      200 mm
      Gewicht
      Toegestaan totaal gewicht
      285 kg
      Leeggewicht (transportgewicht)
      236 kg
      Borstelcontactkracht, max.
      273 (27,8) N (kg)
      Borstelcontactkracht, max.
      1962 (20,0) N/m2 (g/cm2)
      Oppervlaktedruk
      Zwenkwiel
      0,61 N/mm2
      Achterwiel
      0,53 N/mm2
      Gegevens capaciteit apparaat
      Aantal batterijen
      2
      Nominale spanning, li-ion
      25,6 V
      Batterijcapaciteit, li-ion
      180 Ah (5 h)
      Gemiddelde netbelasting
      1600 W
      Vermogen rijmotor
      2x280 W
      Vermogen zuigturbine
      630 W
      Vermogen borstelaandrijving
      2x450 W
      Looptijd met volle batterij
      4 h
      Beschermingsgraad
      IPX3
      Zuigen
      Zuigvermogen, luchthoeveelheid
      16,8...22,2 l/s
      Onderdruk (max.)
      10,1...13,2 (101...132) kPa (mbar)
      Reinigingsborstel
      Borsteldoorsnede
      2x300 mm
      Borstellengte
      - mm
      Borsteltoerental
      150 1/min
      Interne oplader
      Nominale spanning
      100...240 V
      Stroomopname
      9,9-4,7 A
      Netbelasting
      0,9-1,1 kW
      Frequentie
      50-60 Hz
      Vermogen
      960 W
      Laadstroom
      40 A
      Oplaadduur batterij
      5,8 h
      Omgevingsvoorwaarden
      Toegestaan temperatuurbereik
      5...40 °C
      Watertemperatuuur max.
      50 °C
      Waterdruk vulsysteem
      1 (10) MPa (bar)
      Waterdruk vuilwaterreservoir-spoelsysteem
      1 (10) MPa (bar)
      Relatieve luchtvochtigheid
      20...90 %
      Helling
      Stijging werkbereik max.
      12 %
      Berekende waarden conform EN 60335-2-72
      Hand-arm-vibratiewaarde
      0,3 m/s2
      Onzekerheid K
      0,2 dB(A)
      Geluidsdrukniveau LpA
      69 dB(A)
      Onzekerheid KpA
      2 dB(A)
      Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA
      84 dB(A)

      KIRA BR 50

      Algemeen
      Autonome rijsnelheid (max.)
      4,3 km/h
      Handmatige rijsnelheid (max.)
      5,5 km/h
      Theoretische oppervlaktecapaciteit autonoom
      2365 m2/h
      Theoretische oppervlaktecapaciteit handmatig
      3025 m2/h
      Oppervlaktecapaciteit per tankvulling
      1833 m2/h
      Volume schoon-/vuilwaterreservoir
      55 l
      Volume grofvuilkorf
      2 l
      Volume reinigingsmiddeltank (optie dosering)
      5 l
      Reinigingsmiddeldosering
      0...3 %
      Waterdosering
      0...2,7 l/min
      Afmetingen
      Lengte
      1062 mm
      Breedte zonder zuigbalk
      750 mm
      Breedte zuigbalk
      790 mm
      Hoogte
      1161 mm
      Werkbreedte
      550 mm
      Werkbreedte met 1 zijbezem
      768 mm
      Doorrijdbreedte autonoom (min.)
      1000 mm
      Randafstand autonoom (min.)
      100 mm
      Afmeting verpakking lxbxh
      1165x880x1395 mm
      Bandenuitrusting
      Voorwiel, breedte
      32 mm
      Voorwiel, diameter
      100 mm
      Achterwiel, breedte
      80 mm
      Achterwiel, diameter
      200 mm
      Gewicht
      Toegestaan totaal gewicht
      285 kg
      Leeggewicht (transportgewicht)
      230 kg
      Borstelcontactkracht, max.
      181 (18,5) N (kg)
      Borstelcontactkracht, max.
      7858 (80,1) N/m2 (g/cm2)
      Oppervlaktedruk
      Zwenkwiel
      0,61 N/mm2
      Achterwiel
      0,53 N/mm2
      Gegevens capaciteit apparaat
      Aantal batterijen
      2
      Nominale spanning, li-ion
      25,6 V
      Batterijcapaciteit, li-ion
      180 Ah (5 h)
      Gemiddelde netbelasting
      1600 W
      Vermogen rijmotor
      2x280 W
      Vermogen zuigturbine
      630 W
      Vermogen borstelaandrijving
      600 W
      Looptijd met volle batterij
      4 h
      Beschermingsgraad
      IPX3
      Zuigen
      Zuigvermogen, luchthoeveelheid
      16,8...22,2 l/s
      Onderdruk (max.)
      10,1...13,2 (101...132) kPa (mbar)
      Reinigingsborstel
      Borsteldoorsnede
      - mm
      Borstellengte
      550 mm
      Borsteltoerental
      1350 1/min
      Interne oplader
      Nominale spanning
      100...240 V
      Stroomopname
      9,9-4,7 A
      Netbelasting
      0,9-1,1 kW
      Frequentie
      50-60 Hz
      Vermogen
      960 W
      Laadstroom
      40 A
      Oplaadduur batterij
      5,8 h
      Omgevingsvoorwaarden
      Toegestaan temperatuurbereik
      5...40 °C
      Watertemperatuuur max.
      50 °C
      Waterdruk vulsysteem
      1 (10) MPa (bar)
      Waterdruk vuilwaterreservoir-spoelsysteem
      1 (10) MPa (bar)
      Relatieve luchtvochtigheid
      20...90 %
      Helling
      Stijging werkbereik max.
      12 %
      Berekende waarden conform EN 60335-2-72
      Hand-arm-vibratiewaarde
      0,3 m/s2
      Onzekerheid K
      0,2 dB(A)
      Geluidsdrukniveau LpA
      69 dB(A)
      Onzekerheid KpA
      2 dB(A)
      Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA
      84 dB(A)

      Radiofrequenties en zendvermogens

      Radiotechnologie
      Band
      Frequentie
      Zendvermogen
      WLAN
      2412 - 2472
      max. 100
      LTE
      B1
      1920 - 1980
      max. 250
      B7
      2500 - 2570
      max. 250
      B8
      880 - 915
      max. 250
      B20
      820 - 832
      max. 250
      B38
      2570 - 2620
      max. 250
      B41
      2496 - 2690
      max. 250

      EU-conformiteitsverklaring

      Hierbij verklaren wij dat het hieronder genoemde product voldoet aan de desbetreffende bepalingen van de vermelde richtlijnen en verordeningen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van het product verliest deze verklaring zijn geldigheid. De fabrikant is als enige verantwoordelijk voor de afgifte van deze conformiteitsverklaring.

      Product: bodemreiniger

      Type: 1.533-xxx

      Richtlijnen en verordeningen

      2006/42/EG (+2009/127/EG)

      2014/53/EU

      2011/65/EU

      Toegepaste geharmoniseerde normen

      EN 60335-1

      EN 60335-2-29

      EN 60335-2-72

      EN 62311: 2008

      EN 55012: 2007 + A1: 2009

      EN 61000-6-2: 2005

      EN 61000-6-3: 2007 + A1:2011

      EN 61000-3-2: 2014

      EN 61000-3-3: 2013

      EN IEC 63000: 2018

      EN 300 328 V2.2.2

      EN 301 908-1 V15.2.1

      EN 301 908-2 V13.1.1

      EN 301 908-13 V13.3.1

      EN 18031-1:2024

      EN 18031-2:2024

      Bijkomende toegepaste norm

      EN IEC 63327:2021

      IEC 60335-2-72:2021

      EN IEC 60335-1:2023+A11:2023

      Naam en adres

      Gevolmachtigde voor de documentatie:

      S. Reiser

      Alfred Kärcher SE & Co. KG

      Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

      71364 Winnenden (Germany)

      Tel.: +49 7195 14-0

      Fax: +49 7195 14-2212


      Winnenden, 2025/12/01

      De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

      Alfred Kärcher SE & Co. KG

      Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

      71364 Winnenden (Germany)

      Tel.: +49 7195 14-0

      Fax: +49 7195 14-2212

      Radiofrequenties en zendvermogen

      Apparaat
      Type
      Frequentieband, MHz
      Vermogen, max. EIRP, mW
       
       
       
       
      <BackPage>

       


       



      </BackPage>