B 260 RI Combo

5.980-047.0 (06/26)

5.980-047.0 (06/26)
Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele gebruiksaanwijzing en de meegeleverde veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen.
Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgende eigenaars.
Neem voor het eerste gebruik van het apparaat deze handleiding en de bijbehorende brochure veiligheidsinstructies voor borstelreinigingsapparaten en sproei-extractieapparaten, nr. 5.956-251.0 in acht, en handel overeenkomstig.
Het apparaat is toegelaten voor gebruik op vlaktes met een begrensde stijging (zie “Technische gegevens”).
Het apparaat kan kantelen
Gevaar voor letsel
Gebruik het apparaat alleen op oppervlakken die de toegestane helling niet overschrijden (zie hoofdstuk "Technische gegevens").Gevaren voor ongevallen door onjuiste bediening
Er kunnen mensen gewond raken.
Bedieners moeten adequaat in het gebruik van het apparaat worden getraind.Het apparaat mag alleen worden gebruikt, als de kap en alle deksel gesloten zijn.
De Li-ionversie heeft ingebouwde lithium-ionbatterijen. Deze zijn onderworpen aan speciale criteria. Het verwijderen en installeren, evenals het testen van defecte batterijen mag alleen worden uitgevoerd door de klantenservice van Kärcher of door een expert.
Opslag- en transportinstructies ontvangt u van uw Kärcher-klantenservice.
Aanpassingen en veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan.
U mag de batterij niet openen, er bestaat gevaar voor kortsluiting. Bovendien kunnen irriterende dampen of bijtende vloeistoffen ontsnappen.
Stel de batterij niet bloot aan fel zonlicht, hitte en vuur. Er is ontploffingsgevaar.
Gebruik het oplaadapparaat niet in een explosieve omgeving.
Gebruik het oplaadapparaat niet in verontreinigde of natte toestand.
Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het laadproces.
Explosiegevaar. In de buurt van een batterij of in een batterijlaadruimte mag u niet met een open vlam werken, mag u geen vonken maken of roken.
Explosiegevaar. Leg geen gereedschappen en dergelijke op de batterij, d.w.z. op de eindpolen en celverbinders.
Controleer vóór elk gebruik het apparaat en het netsnoer op beschadigingen. Gebruik beschadigde apparaten niet meer en laat beschadigde onderdelen alleen door gekwalificeerd personeel repareren.
Houd kinderen uit de buurt van batterijen en oplaadapparaat.
Laad geen beschadigde batterijen op. Laat beschadigde batterijen vervangen door de Kärcher-klantenservice.
Gooi een defecte batterij niet bij het huisvuil. Informeer de Kärcher-klantenservice.
Vermijd contact met vloeistof die uit defecte batterijen komt. Bij toevallig contact de vloeistof met water afspoelen. In geval van contact met de ogen ook een arts raadplegen.
Neem deze gebruiksaanwijzing altijd in acht. Neem de aanbevelingen van de wetgever m.b.t. de omgang met batterijen in acht.
De netspanning moet overeenkomen met de spanning die op het typeplaatje van het apparaat is aangegeven.
Gebruik het oplaadapparaat alleen voor het opladen van toegestane accupacks.
Gebruik de batterij alleen met dit apparaat. Het is verboden en gevaarlijk om ze voor andere doeleinden te gebruiken.
Gevaar voor letsel!
Ernstig letsel door ontbrekende, aangepaste of ineffectieve veiligheidsinrichtingen.
De veiligheidsinrichtingen niet omzeilen of verwijderen en ze niet buiten werking stellen. Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid.Voor onmiddellijke buitenbedrijfstelling van alle functies: Zet de veiligheidsschakelaar op „0“.
Het apparaat remt hard, als de veiligheidsschakelaar is uitgeschakeld.
De veiligheidsschakelaar werkt rechtstreeks op alle apparaatfuncties
Als de bestuurder tijdens het werk of tijdens het rijden de stoel verlaat, schakelt de stoelschakelaar de aandrijfmotor na een korte vertraging uit.
Neem bij de omgang met accu’s volgende waarschuwingsinstructies in acht:
![]() | Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de accu en op de accu alsook in deze gebruiksaanwijzing in acht nemen. |
![]() | Oogbescherming dragen. |
![]() | Kinderen uit de buurt van zuur en accu houden. |
![]() | Explosiegevaar |
![]() | Vuur, vonken, open licht en roken verboden. |
![]() | Verbrandingsgevaar |
![]() | Eerste hulp. |
![]() | Waarschuwing |
![]() | Afvalverwijdering |
![]() | Gebruikte accu's niet met het restafval weggooien. |
Gevaar van letsel door hitte en van explosie bij kortsluiting van de batterijen!
Wanneer batterijen worden kortgesloten, kunnen er zeer hoge stromen vloeien, waardoor de temperatuur van objecten sterk kan oplopen en brand kan ontstaan. Hitte en vonken kunnen explosies veroorzaken.
Sluit batterijen niet kort en leg er geen voorwerpen op.Draag geen elektrisch geleidende voorwerpen (bijv. sieraden, horloges, kettingen) op het lichaam, of in of op de kleding.Gebruik alleen geïsoleerd gereedschap.Gevaar voor letsel!
Breng wonden nooit in contact met lood.Na het werken met accu's altijd handen wassen.
Brandgevaar
Bij aansluiting op een stopcontact of op een elektrisch contact tussen stekker en stopcontact kunnen de stekker van het oplaadapparaat en het gebruikte stopcontact zeer warm worden.
Controleer voor het insteken van de netstekker of het stopcontact voor een spanning van 16 A is toegestaan en zich in technisch onberispelijke toestand bevindt.Controleer de netstekker op properheid en correcte toestand.Gebruik het apparaat niet met een verlengkabel die meerdere stopcontacten heeft waarop ook andere apparaten zijn aangesloten.
Deze schrob-/zuigmachine wordt gebruikt voor de natte reiniging of voor het polijsten van effen vloeren gebruikt.
Bij de variant Combo neemt het apparaat los vuil vóór de reiniging op via een veeginstallatie.
Het apparaat kan door instellen van de waterhoeveelheid, de aanpersdruk, het borsteltoerental, de reinigingsmiddelhoeveelheid en de rijsnelheid aan de desbetreffende reinigingstaak worden aangepast.
Dankzij een werkbreedte van 1000 mm resp. 1200 mm en een capaciteit van het schoonwater- en vuilwaterreservoir van elk 260 l is een effectieve reiniging bij een lange gebruiksduur mogelijk.
Het apparaat heeft een rijaandrijving, de rijmotor wordt aangedreven door een tractiebatterij.
Bij loodbatterij-variant: De accu's kunnen met behulp van een oplaadapparaat aan een 230V-contactdoos worden opgeladen.
Bij Li-ion-variant: De batterijen kunnen met behulp van een oplaadapparaat aan een 400V-contactdoos worden opgeladen.
Accu's en oplaadapparaat zijn bij de Package-varianten inbegrepen.
Overeenkomstig de desbetreffende reinigingstaak kan het apparaat met verschillend toebehoren worden uitgerust. Vraag naar onze catalogus of bezoek ons op internet op www.kaercher.com.
Dit apparaat is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik, bijvoorbeeld in logistieke hallen, fabrieken, industriële installaties, parkeergarages, beurzen en detailhandel. Gebruik dit apparaat uitsluitend overeenkomstig de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
Het apparaat mag alleen voor de reiniging van vochtongevoelige en polijstongevoelige vloeren worden gebruikt.
Het apparaat is bedoeld voor het reinigen van binnenvloeren of overdekte oppervlakken. Voor andere toepassingen moet het gebruik van alternatieve borstels of het gebruik van de veeginstallatie worden gecontroleerd.
Het gebruikstemperatuurbereik ligt tussen +5 °C en +40 °C.
Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijvoorbeeld in koelhuizen).
Bij variant Combo: Het apparaat mag over obstakels tot maximaal 2 cm rijden.
Het apparaat mag niet zonder pluizenzeef in het vuilwaterreservoir worden gebruikt.
Het apparaat is niet bedoeld voor het reinigen van openbare verkeerswegen.
Het apparaat mag niet worden gebruikt op drukgevoelige vloeren. Houd rekening met de toelaatbare oppervlaktebelasting van de vloer. De oppervlaktebelasting door het apparaat is aangegeven in deTechnische gegevens.
Het apparaat mag alleen worden uitgerust met originele toebehoren en reserveonderdelen.
Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen.
Er mogen geen ontvlambare gassen, onverdunde zuren of oplosmiddelen met het apparaat worden opgenomen. Daartoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie, die door opwerveling met de zuiglucht explosieve mengsels kunnen vormen. Verder ook aceton, onverdunde zuren of oplosmiddelen, aangezien deze de in het apparaat gebruikte materialen aantasten.
De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.
Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huisvuil af.
Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH
In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice.
Meer informatie vindt u onder: www.kaercher.com/dealersearch
Meer informatie over de garantie (indien beschikbaar) vindt u in het servicegedeelte van uw lokale KÄRCHER-website onder "Downloads".
Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.
Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.
Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur.

*** Alleen variant Combo

* Optioneel
*** Alleen variant Combo

* Optioneel


*** Alleen variant Combo





* Optioneel
*** Alleen variant Combo

![]() | Afvoer schoon water |
![]() | Afvoer vuil water |
![]() | Schoon water |
| Automatisch vulsysteem schoonwaterreservoir |
| Grofvuilkorf verwijderen |
![]() | Sjoroog |
![]() | Maximumgewicht kap (alleen variant Combo) |
![]() | Batterij vol |
![]() | Batterij leeg |
![]() | Rem geactiveerd |
| Voor-veegwerk geactiveerd |
| Water uit |
| Reinigingsmiddel geactiveerd |
![]() | Reinigingsmiddel leeg |
![]() | Schoon water 100% |
![]() | Schoon water 0% |
Bestelnr. | |
Batterijset (nat) 36V/630Ah | 2.815-108.0 |
Oplaadapparaat | 4.035-191.0 |
Volume (m3)* | 71,78 |
Luchtstroom (m3/h)** | 27,71 |
Bestelnr. | |
Batterijset (Li-ion) 36V/525Ah | 2.654-000.0 |
Oplaadapparaat | 6.654-543.0 |
* Minimaal volume van de acculaadruimte
** Minimale luchtstroom tussen acculaadruimte en omgeving
Accu's en oplaadapparaten zijn verkrijgbaar bij gespecialiseerde dealers.
Lengte | Breedte | Hoogte |
|---|---|---|
842 | 627 mm | 537 mm |
Bij het plaatsen van de natte batterijen moet het volgende in acht worden genomen:
De maximale accu-afmetingen moeten in acht worden genomen.
Bij het opladen van natte batterijen moet de stoel omhoog worden gezwenkt.
Bij het opladen van natte batterijen moeten de instructies van de fabrikant van de batterij in acht worden genomen.
Bij de Bp-variant zijn de accu's al ingebouwd. Als u geen Bp-variant hebt ontvangen, zijn de batterijen achteraf ingebouwd bij het nationale bedrijf of bij uw vertrouwde dealer. Dit kan zijn vanwege beschikbaarheid, tijd, kosten, invoer, service, vervoer of soortgelijke redenen in uw voordeel.
Gevaar voor beschadiging van de besturingselektronica!
De besturingselektronica kan worden vernield door de polariteit van de batterijaansluitingen om te keren.
Let bij het aansluiten van de accu op juiste poling.De stuurwielpositie helemaal naar voren instellen.
De stoel naar voren zwenken.
De schroef zitaanslag verwijderen.
De stekker van de stoelcontactschakelaar eruit trekken en door de opening terugschuiven.

De stoel ontgrendelen en omhoog wegtrekken.
De stekker stoelcontactschakelaar uit de houder demonteren.
De steun voor de stoelconsole loshaken en de stoelconsole sluiten.
De scharnieren van de stoelconsole verwijderen.
De stoelconsole in de voetruimte opbergen.
Bij variant Dose: De bak voor de reinigingsmiddelenjerrycan demonteren.
Bij variant Fleet: De kabel demonteren.
Het batterijdeksel eraf halen.
Het schoonwaterreservoir rechts demonteren.
Het zijpaneel van het batterijvak rechts demonteren.
De batterijen plaatsen. Aansluitcontacten van de batterij in de rijrichting voor.
Alleen voor natte batterij:
De meegeleverde aansluitkabel aan de nog vrije batterijpolen (+) en (‑) klemmen. De kabel zo plaatsen dat hij niet door de stoel kan worden afgekneld.
De Li-ion batterij wordt geleverd met de connector aangesloten.
Bij variant Fleet: De kabels monteren.
Het zijpaneel van het batterijvak rechts monteren.
Het schoonwaterreservoir rechts monteren.
Het batterijdeksel erop plaatsen.
De accustekker erin steken.
De stoelconsole plaatsen.
De scharnieren van de stoelconsole vastschroeven.
De stoelconsole openen en de steun voor de stoelconsole inhaken.
De stekker stoelcontactschakelaar aan de houder monteren.
De stoel plaatsen.
De stekker stoelcontactschakelaar insteken.
De schroef zitaanslag monteren.
De stoel omlaag zwenken.
Het stuurwiel instellen.
Levensgevaar door brand of explosie bij diep ontladen accu’s!
Verkeerd opladen van diep ontladen accu's kan brand veroorzaken.
Gebruik het apparaat niet als de accu diep ontladen is.Zorg ervoor dat de accu is opgeladen voordat u het systeem start.Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen diepontlading. Dat betekent dat als de nog toegestane minimale capaciteit wordt bereikt, alleen met het apparaat kan worden gereden. Op het display verschijnt de weergave "Accu leeg - opladen a.u.b.". De reinigingsfunctie wordt niet beperkt voor apparaten met Li-ion-batterijen.
Bij gebruik van andere batterijen (bijv. van andere fabrikanten) moet de diepontladingsbeveiliging voor de betreffende batterij door de Kärcher-klantenservice opnieuw worden ingesteld.
Levensgevaar door elektrische schok!
Explosiegevaar bij het opladen van de accu!
Er bestaat gevaar voor een elektrische schok als het oplaadapparaat verkeerd wordt gebruikt
Bij het opladen van de accu ontstaan brandbare gassen
Neem de netspanning en de zekering op het typeplaatje van het apparaat in acht.Gebruik het oplaadapparaat alleen in droge ruimtes met voldoende ventilatie.Laad de accu's alleen in een geschikte ruimte. De ruimte moet een minimumvolume hebben, afhankelijk van het accutype en een luchtverversing met een minimumluchtstroom (zie "Aanbevolen accu's").Laad natte batterijen alleen op met de stoel omhoog.Als het apparaat een Li-ion-batterij heeft, dan is het de batterij die uitschakelt wanneer het oplaadniveau te laag is, niet het apparaat. Vanaf een oplaadniveau van <15%, <10% en <5% zendt het systeem ook akoestische signalen uit met toenemende intensiteit.
De oplaadtijd voor natte batterijen bedraagt gemiddeld ca. 10-12 uur.
De oplaadtijd voor Li-ion-batterijen bedraagt gemiddeld ca. 3 uur.
De aanbevolen oplaadapparaten (passen bij de telkens gebruikte batterijen) zijn elektronisch geregeld en beëindigen het laadproces automatisch.
Het apparaat kan tijdens laden niet worden gebruikt.
Het apparaat direct naar de oplader verplaatsen, hierbij stijgingen vermijden.
De stoel omhoog zwenken.
De batterijkabel aansluiten op de batterij.
Bij loodbatterij-variant: De batterijstekker loskoppelen en aansluiten op de laadkabel.
Bij Li-ion-variant: De kabel van het oplaadapparaat via de aparte connector aansluiten op de batterij.
Sluit het oplaadapparaat aan op het net en zet hem aan.
Loodbatterij:
Het oplaadapparaat uitschakelen en van het net loskoppelen.
De batterijkabel loskoppelen van de laadkabel en aansluiten op het apparaat.
De laadkabel zo in het batterijvak plaatsen dat hij niet bekneld kan raken.
Li-ionbatterij:
De stekkerverbinding naar het oplaadapparaat loskoppelen.
De connector van de Li-ion batterij naar het apparaat blijft aangesloten tijdens het opladen.
Bijvullen van water in ontladen toestand van de batterij
Risico op brandwonden door uittreden van zuur, onbruikbaar worden van kleding
Gebruik bij de hantering van accuzuur een veiligheidsbril, beschermende kleding en beschermende handschoenen.Neem de voorschriften in acht.Spoel eventuele zuurspatten op de huid of de kleding onmiddellijk weg met veel water.Gevaar voor beschadiging van de accu’s!
Bij gebruik van water met toevoegingen vervalt de garantie op de accu.
Gebruik voor het bijvullen van de accu's alleen gedestilleerd of ontzilt water (EN 50272-T3).Gebruik geen vreemde additieven of verbeteringsmiddelen.Een uur voor het einde van de laadprocedure gedestilleerd water toevoegen. Hierbij de juiste zuurstand conform de kenmerking van de accu in acht nemen.
Aan het einde van de laadprocedure moeten alle cellen gassen.
Na het volledig opladen het water controleren, en bijvullen. Water wordt tijdens het opladen verbruikt door elektrolyse.
Gemorst water verwijderen. Ga hiervoor te werk zoals beschreven in het gedeelte “Accu's reinigen” van het hoofdstuk Verzorging en onderhoud.
Natte-batterij-variant:
De laadtoestand van de accu's wordt op het display op het bedieningspaneel weergegeven.
De lengte van de balk geeft de laadtoestand van de accu weer.
Li-ion-batterij-variant:
De laadtoestand van de batterijen wordt op een apart display van het batterijsysteem weergegeven.
Het percentage SoC (State of Charge) geeft de ladingstoestand aan.
Voor onmiddellijke buitenwerkingstelling van alle functies de veiligheidsschakelaar op "0” zetten.
De verpakkingsfolie verwijderen.
De spanband verwijderen.
De oprijplanken en het kanthout van de pallet schroeven.

Het kanthout voor de pallet leggen.
De oprijplanken op het kanthout leggen.
De oprijplanken vastschroeven.
Het in de verpakking meegeleverde blok ter ondersteuning onder de helling schuiven.
De houten lijsten vóór de wielen verwijderen.

Het apparaat van de pallet duwen.
Monteer de zuigbalk pas na het lossen.
De parkeerrem loszetten met de hendel (zie hoofdstukApparaat duwen).
Eén persoon moet op de stoel gaan zitten en in geval van gevaar tijdens het duwen het rempedaal indrukken.
Het apparaat over de helling van de pallet af duwen.
De parkeerrem met de hendel vastzetten.
Om van de pallet te kunnen rijden, moeten de accu's geplaatst en opgeladen zijn.
Monteer de zuigbalk pas na het lossen.
De intelligente sleutel aan het bedieningspaneel erin steken.
Het apparaat inschakelen met de Easy-Operation-schakelaar.
Zet de programmaschakelaar op transport.
De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
Het gaspedaal intrappen.
Langzaam met het apparaat van de pallet rijden.
Het apparaat uitschakelen met de Easy-Operation-schakelaar.
Vóór de ingebruikname moeten de schijfborstels worden gemonteerd (zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden).
De borstels zijn gemonteerd.
Beide klemhendels naar boven zwenken.

De zuigbalk in de zuigbalkophanging plaatsen.
Beide klemhendels naar beneden zwenken.
De basismachine moet voorbereid zijn voor de montage van de voorveegeenheid.
De machine uitschakelen, zie Werking beëindigen.
De voorveegeenheid voor het apparaat plaatsen.

Til de aansluiting van de voorveegeenheid iets op en duw hem in de houder.
Gevaar voor letsel en beschadiging door wegrollende machine
Een onbeveiligde machine kan onbedoeld wegrollen bij het vasthaken, vooral op hellingen.
De machine beveiligen tegen wegrollen, vooral met dischtgezwenkt zijwiel.De bevestigingsbouten monteren. Het aanbrengen van de bouten kan worden vereenvoudigd door het zijwiel dicht te zwenken.
De stergrepen erin draaien en aantrekken.

De bowdenkabels verbinden met de borgklem.
Daartoe de borgklem naar voren draaien en vastklikken.
De hoofdstekker aansluiten op de voorveegeenheid.
De slangkoppeling aansluiten (alleen met optie sproeier).
Het voorste steunwiel omhoog klappen. Daartoe de stergreep opzij trekken en het wiel omhoog draaien tot het vastklikt.
De machine uitschakelen, zie hoofdstuk Het apparaat uitschakelen.
De slangkoppeling loskoppelen (alleen met optie sproeier).

De hoofdstekker loskoppelen van de voorveegeenheid.
De borgklem van de bowdenkabel openen en de borgklem verwijderen.
Het voorste steunwiel uitklappen.
De stergrepen eruit draaien.
De bevestigingsbouten demonteren.
De vergrendelingsbout naar voren trekken, het zijsteunwiel van de voorveegeenheid uitklappen en het vastzetten met de rubberen band.
De voorveegeenheid naar voren uit de houder schuiven.
Vallende voorwerpen
Gevaar voor letsel
In gebieden waar het bedieningspersoneel geraakt kan worden door vallende voorwerpen, mag het apparaat niet zonder beschermdak worden gebruikt.Gevaarlijke situatie tijdens bedrijf
Gevaar voor letsel
Zet bij gevaar de veiligheidsschakelaar in de stand "0".Op de bestuurdersplaats plaats nemen.
De intelligente sleutel erin steken.
Alleen bij Li-ionbatterij: Op de aan/uit-toets aan de onderkant van het aparte display drukken.
De veiligheidsschakelaar op “1” zetten.
De programmaschakelaar op de gewenste functie draaien.
Als op het display een van de onderstaande indicaties verschijnt, dan de voet van het gaspedaal nemen, de veiligheidsschakelaar op “0” zetten en de nodige onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
Display | Handeling |
|---|---|
Onderhoud zuigbalk | De zuigbalk reinigen. |
Onderhoud borstelkop | De borstels op slijtage controleren en reinigen. |
Onderhoud zuigstrips | De zuiglipppen op slijtage en instelling controleren. |
Onderhoud turbinezeef | De turbinebeschermzeef reinigen. |
Onderhoud schoon w. Filter | Het filter verswater reinigen. |
Op de infoknop drukken.
De teller voor het onderhoud terugzetten (zie “Grijze intelligente sleutel/onderhoudsteller terugzetten”).
Als de teller niet wordt teruggezet, verschijnt de onderhoudsindicator telkens bij het inschakelen van het apparaat opnieuw.
Levensgevaar door defecte parkeerrem!
Het apparaat kan ongecontroleerd gaan rollen als de parkeerrem niet goed werkt.
Controleer vóór elk gebruik de werking van de parkeerrem op een vlakke ondergrond.Het apparaat inschakelen.
De rijrichtingsschakelaar op “vooruit” zetten.
Zet de programmaschakelaar op transport.
Het gaspedaal licht intrappen.
De rem moet hoorbaar ontgrendelen. Het apparaat moet op effen terrein vlot wegrollen.
Het gaspedaal loslaten.
De rem moet hoorbaar vergrendelen.
Als de parkeerrem niet vergrendelt, het apparaat buiten gebruik stellen, beveiligen tegen ongecontroleerd rollen en contact opnemen met de klantenservice.
Gevaar voor ongevallen door defecte voetrem!
Het apparaat kan ongecontroleerd gaan rollen als de voetrem niet goed werkt.
Controleer vóór elk gebruik de werking van de voetrem.Het apparaat inschakelen.
De rijrichtingsschakelaar op “vooruit” zetten.
Zet de programmaschakelaar op transport.
Het gaspedaal intrappen.
Tijdens het rijden uw voet van het gaspedaal halen en de voetrem intrappen.
Het apparaat moet merkbaar vertragen.
Is dit niet het geval, stel het apparaat dan buiten bedrijf en bel de klantenservice.
Geen remwerking
Gevaar voor ongevallen
Voordat u het apparaat gebruikt absoluut de werking van de parkeerrem controleren. Gebruik het apparaat in geen geval als de parkeerrem niet werkt.Geen remwerking tijdens bedrijf
Als het apparaat tijdens het gebruik geen remwerking meer heeft, ga dan als volgt te werk:
Als het apparaat op een helling van meer dan 2% bij het loslaten van het gaspedaal niet tot stilstand komt, mag u om veiligheidsredenen de veiligheidsschakelaar alleen op "0" zetten als u de correcte mechanische werking van de parkeerrem vóór de ingebruikneming van het apparaat hebt gecontroleerd.Stel het apparaat na het bereiken van de stilstand buiten bedrijf en bel de klantenservice.Neem de onderhoudsvoorschriften voor remmen in acht.Onvoorzichtig rijden
Uitzwenkende veeginstallatie voor Combo-variant
Kantelgevaar
Verhoogd gevaar voor ongevallen
Rijd in de rijrichting alleen op hellingen tot maximaal 15% (variant RI) en 10% (variant RI Combo). Hellingen dwars op de rijrichting tot maximaal 15 %.Draai niet op hellingen.Rijd langzaam door bochten en op natte ondergrond.Rijd met het apparaat uitsluitend op verharde ondergrond.Wees zeer voorzichtig bij het achteruitrijden.Houd bij het sturen rekening met het uitzwenken van de veeginstallatie.De rijrichting kan tijdens het rijden worden gewijzigd. Zo kunnen bijv. door het meermaals vooruit- en terugrijden heel matte plaatsen worden gepolijst.
De zitpositie innemen.
De intelligente sleutel erin steken.
De programmaschakelaar op “Transportrit” zetten.
De rijrichting met de rijrichtingsschakelaar aan het bedieningspaneel instellen.
De rijsnelheid door het indrukken van het gaspedaal bepalen.
Het gaspedaal loslaten.
Het apparaat stopt.
Bij overbelasting wordt de rijmotor uitgeschakeld. Op het display verschijnt een storingsmelding. Bij oververhitting van de besturing wordt het betreffende aggregaat uitgeschakeld.
Het apparaat minstens 15 minuten laten afkoelen.
De programmaschakelaar op “0” zetten, kort wachten en op het gewenste programma zetten.

De hendel voor de stoelverstelling bedienen.
De stoel in de gewenste stand zetten.
De hendel voor de stoelverstelling loslaten.
De vleugelmoeren voor het verstellen van het stuurwiel losdraaien.
Het stuurwiel positioneren.
De vleugelmoeren vastdraaien.
Beschadiging van de zuigturbines!
Door te werken zonder pluizenzeef kan de zuigturbine beschadigd raken.
Gebruik het apparaat niet zonder de pluizenzeef.Voordat het apparaat in gebruik wordt genomen moet de pluizenzeef op de volgende punten worden gecontroleerd:
Is het aanwezig?
Is het in een bruikbare staat?
Is het correct gemonteerd?

Een beschadigde pluizenzeef vervangen.
De parkeerrem loszetten door de hendel weg te trekken.
Er moet voortdurend aan de hendel worden getrokken.
Gevaar voor letsel door rollend apparaat!
De parkeerrem kan alleen in gebukte houding in de gevarenzone worden gelost.
Gebruik een voorwerp om de hendel permanent aangetrokken te houden en ga onmiddellijk na het lossen van de parkeerrem weg uit de gevarenzone.
Duw het apparaat.
De parkeerrem vastzetten door de hendel los te laten.
Het deksel van het verswaterreservoir openen.
De verswaterslang bevestigen met de klem.
Het verswater (maximaal 60 °C) tot ca. 5 cm onder de vultrechter vullen.
Vóór de eerste ingebruikneming het verswaterreservoir volledig vullen om het waterleidingsysteem te ontluchten.
Het deksel van de verswatertank sluiten.
Wij raden u aan een slang te gebruiken met een Aquastop-koppeling aan de apparaatzijde. Dit minimaliseert het uitspatten van water bij het loskoppelen na het vullen.
De waterslang verbinden met het automatische vulsysteem.
De watertoevoer (max. 60 °C, max. 10 bar) openen.
Het vullen bewaken, het automatische vulsysteem onderbreekt de watertoevoer als het schoonwaterreservoir vol is.
De watertoevoer sluiten.
De waterslang verwijderen.
Beschadigingsgevaar bij gebruik van ongeschikte reinigings- en onderhoudsmiddelen
Materiële schade
Gebruik alleen reinigings- en onderhoudsmiddelen die worden aanbevolen door Kärcher. Als ongeschikte reinigings- en onderhoudsproducten worden gebruikt, kunnen het apparaat, de vloeren en de oppervlakken beschadigd raken.
Neem de aangegeven gebruiksdoeleinden en veiligheidsgegevensbladen van de reinigings- en onderhoudsmiddelen in acht.Gebruik nooit reinigings- en onderhoudsmiddelen die ontvlambaar zijn, sterk schuimen of oplosmiddelen, zoutzuur of fluorwaterstofzuur bevatten.Gebruik geen sterk schuimende reinigingsmiddelen.
Aanbevolen reinigingsmiddelen
Toepassing | Reinigingsmiddelen |
|---|---|
Onderhoudsreiniging van alle waterbestendige vloeren | RM 756 |
Onderhoudsreiniging met verzorgingscomponenten | RM 746 RM 780 |
Onderhoudsreiniging en basisreiniging van industriële ondergronden | RM 69 |
Onderhoudsreiniging van glanzende ondergronden | RM 755 |
Onderhoudsreiniging en basisreiniging van stenen tegels | RM 753 |
Onderhoudsreiniging en basisreiniging van zuurbestendige ondergronden | RM 751 |
Reiniging en desinfectie | RM 732 |
Basisreiniging van alle alkalibestendige vloerbedekkingen | RM 752 |
Basisreiniging en decoating van alkaligevoelige vloeren | RM 754 |
Eerst water in het reinigingsmiddelenreservoir doen, dan het reinigingsmiddel in de juiste dosering in het reservoir doen. Als het reinigingsmiddel als eerste wordt ingegoten, kan dit tot sterke schuimvorming leiden.
Gevaar voor verstopping
Bij het toevoegen van het reinigingsmiddel aan het schoonwaterreservoir kan het reinigingsmiddel uitdrogen en de werking van de doseerinrichting verstoren.
Spoel na het toevoegen van het reinigingsmiddel in de verswatertank het apparaat met helder water: Selecteer een reinigingsprogramma met watertoepassing, stel de hoeveelheid water in op de hoogste waarde, stel de reinigingsmiddelendosering in op “0”.Aan het vers water wordt op weg naar de reinigingskop door een doseerinrichting reinigingsmiddel toegevoegd.
Met de doseerinrichting kan maximaal 3 % reinigingsmiddel worden gedoseerd. Als de dosering hoger is, moet het reinigingsmiddel in het verswaterreservoir worden gedaan.
Gevaar voor verstopping
Bij het toevoegen van het reinigingsmiddel aan het schoonwaterreservoir kan het reinigingsmiddel uitdrogen en de werking van de doseerinrichting verstoren.
Spoel na het toevoegen van het reinigingsmiddel in de verswatertank het apparaat met helder water: Selecteer een reinigingsprogramma met watertoepassing, stel de hoeveelheid water in op de hoogste waarde, stel de reinigingsmiddeldosering in op 0.De jerrycan met het reinigingsmiddel in de bak reinigingsmiddel achter de stoel zetten.
Het deksel van de jerrycan eraf schroeven.
De zuiglans reinigingsmiddel van het doseersysteem in de jerrycan steken.
Het apparaat heeft een verswaterniveau-indicator op het display. Bij een leeg verswaterreservoir wordt de dosering van het reinigingsmiddel uitgeschakeld. De reinigingskop blijft werken zonder toevoer van vloeistof.
Als het reinigingsmiddelvat leeg is, wordt de dosering ook uitgeschakeld. Op het display verschijnt een aanwijzingssymbool. Er wordt alleen nog schoon water naar de reinigingskop gevoerd.
In het apparaat zijn de parameters voor de verschillende reinigingsprogramma's vooraf ingesteld.
Afhankelijk van de autorisatie van de gele intelligente sleutel kunnen afzonderlijke parameters worden gewijzigd.
De wijziging van de parameters is slechts actief tot met de programmaschakelaar een ander reinigingsprogramma wordt gekozen.
Als parameters permanent moeten worden gewijzigd, dan moet voor de instelling een grijze intelligente sleutel worden gebruikt. De instelling wordt beschreven in de paragraaf "Grijze intelligente sleutel".
Alleen voor R-reinigingskop: Vrijwel alle displayteksten over de parameterinstelling spreken normaal gesproken voor zich. Als u meer gedetailleerde informatie over de parameters nodig heeft, neem dan contact op met de klantenservice.
Fine Clean: Laag borsteltoerental voor het verwijderen van grijze waas op keramische steen.
Whisper Clean: Gemiddeld borsteltoerental voor de onderhoudsreiniging met verlaagd geluidsniveau.
Power Clean: Hoog borsteltoerental voor het polijsten, kristalliseren en vegen.
De programmaschakelaar op het gewenste reinigingsprogramma zetten.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot de gewenste parameter wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert.
De gewenste waarde instellen door aan de infoknop te draaien.
De gewijzigde instelling door het indrukken van de infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch wordt overgenomen.
De zuigbalk moet alleen in speciale gevallen worden bijgesteld. De instelling af fabriek is voor de meeste toepassingen geschikt.
De helling moet zodanig worden ingesteld dat de zuiglippen van de zuigbalk over de gehele lengte gelijkmatig op de vloer worden gedrukt.
Het apparaat op een ondergrond zonder helling neerzetten.
Het programma “Afzuiging” selecteren.
Het apparaat een klein stuk vooruit rijden.
De zuigbalk wordt neergelaten.
De waterpas aflezen.

De moer M 12 losdraaien, daarbij de M 10-inbusbout met een inbussleutel vasthouden.
De schroef zo instellen dat de waterpasindicator zich tussen de twee strepen bevindt.
De moer M 12 vastdraaien, daarbij de M 10-inbusbout met een inbussleutel vasthouden.
Om de nieuwe instelling te controleren, het apparaat met neergelaten zuigbalk in zuigwerking een stukje vooruit rijden en de waterpas observeren. Indien nodig de instelprocedure herhalen.
De veeginstallatie neemt los vuil op voordat de vloer wordt gereinigd.
Gevaar van letsel door bewegende delen
Let erop dat zuigturbine, zijbezems en filterreiniging na het uitschakelen nalopen.Ondeskundig gebruik van het apparaat bij het vegen
Gevaar van beschadiging van de veeginstallatie.
Veeg geen verpakkingsbanden, draden of dergelijke op. Rijd alleen over obstakels tot maximaal 2 cm.Veeg alleen droge oppervlakken om verstopping en kiemvorming van het stoffilter te voorkomen.Het stoffilter wordt om de 5 minuten automatisch gereinigd.De schakelaar “Vegen” inschakelen.
De veeginstallatie wordt geactiveerd.
De grofvuilklep kan worden opgetild om grotere voorwerpen (tot ongeveer 6 cm hoog) op te vegen.
Gevaar voor letsel door veeggoed!
Door de grofvuilklep te openen, kan er veeggoed naar buiten worden geslingerd.
Til de grofvuilklep alleen op als er geen mensen in de buurt zijn.Als de grofvuilklep opgetild is, gaan het veegeffect en de stofafzuiging achteruit. Til de grofvuilklep alleen op als dat nodig is.
Het pedaal om de grofvuilklep op te tillen bedienen.

De schakelaar “Vegen” op "0" zetten.
De veeginstallatie wordt gedeactiveerd. Na beëindiging van de veegwerking wordt het stoffilter gedurende ongeveer 15 seconden gereinigd.
Druk indien nodig op de schakelaar om de filterreiniging in of uit te schakelen.
Er wordt een reinigingscyclus van het stoffilter gestart.
De zijdelingse schrobmodule vergemakkelijkt het werk dicht bij randen.

De schakelaar “Zijdelingse schrobmodule inschakelen/uitschakelen” indrukken.
De zijdelingse schrobmodule wordt in-/uitgeschakeld.
De schakelaar “Zijdelingse schrobmodule inschuiven/uitschuiven” indrukken.
De zijdelingse schrobmodule wordt ingeschoven/uitgeschoven.
De programmaschakelaar op Rijden zetten.
Een kort traject verder rijden.
Het restwater wordt afgezogen.
De programmakeuzeschakelaar naar de stand "0" draaien.
Alleen bij Li-ionbatterij: Op de aan/uit-knop aan de onderkant van het aparte display drukken tot het batterijsysteem in de stand-bymodus wordt gezet.
De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
De intelligente sleutel eruit trekken.
Gevaar voor letsel en beschadiging door wegrollen van apparaat!
Als het apparaat ongecontroleerd wegrolt, kunnen lichaamsdelen worden overreden, bekneld raken of worden geplet. Er kan materiële schade ontstaan als het apparaat tegen voorwerpen botst.
Zorg ervoor dat er geen rijprogramma ingesteld is en dat het gaspedaal niet wordt ingedrukt.Beveilig het apparaat tegen wegrollen.Het apparaat tegen wegrollen beveiligen.
Eventueel de accu laden.
Onjuiste afvoer van afvoerwater
Milieuverontreiniging
Neem de plaatselijke voorschriften inzake de behandeling van afvoerwater in acht.Als het vuilwaterreservoir vol is, schakelt de zuigturbine uit en het display toont “Vuilwaterreservoir vol".
De aftapslang vuil water uit de houder nemen.
Het slangeinde boven de afvoerinrichting neerlaten.

Het vuile water laten weglopen door het deksel op de aftapslang te openen.
De waterstroom kan worden verminderd door de doseerinrichting samen te drukken of te verdraaien.
Het spuitpistool uit de houder nemen.
De programmaschakelaar op Transport zetten.
Op het display "Tankspoeling" selecteren.
Op de infoknop drukken.
Het menu “Tankspoeling” selecteren.
Het afsluitventiel aan de achterkant van het vuilwaterreservoir openen.
Het vuilwaterreservoir met het spuitpistool schoonspoelen.
Het spuitpistool in de houder hangen.
Het deksel aan de afvoerslang sluiten.
De vuilwaterslang in de houder aan het apparaat drukken.
Het afsluitventiel aan de achterkant van het vuilwaterreservoir sluiten.
Op het display "Tankspoeling" selecteren.
Het vuilreservoir kan alleen via de bestuurderszijde worden verwijderd en is alleen beschikbaar op R-reinigingskoppen.
Aan de lus trekken.
De houder schraaplip omhoog zwenken.
Het vuilreservoir afnemen.

Het vuilreservoir legmaken.
Het vuilreservoir plaatsen.
Het vuilreservoir moet vastklikken.
De houder schraaplip omlaag zwenken.
Het vuilreservoir van de voorveegeenheid aan de zijkant naar buiten trekken en het leegmaken (alleen bij de variant Combo).
Reinigingsoplossing in het schoonwaterreservoir
Beschadiging van het schoonwaterreservoir, ventielen en afdichtingen
De reinigingsoplossing na gebruik nooit achterlaten in het schoonwaterreservoir.De aftapslang schoon water uit de houder nemen en boven een geschikt verzamelreservoir neerlaten.
De reinigingsoplossing aftappen.
Het deksel van het schoonwaterreservoir verwijderen.
Het schoonwaterreservoir met helder water (maximaal 60 °C) uitspoelen.
De programmaschakelaar op "OFF" draaien.
De intelligente sleutel eruit trekken.
Het apparaat tegen wegrollen beveiligen.
Eventueel de accu laden.
De grijze Intelligent Key geeft de het toezichtspersoneel uitgebreide bevoegdheden en instelmogelijkheden.
Steek de Intelligent Key erin.
Selecteer de gewenste functie door verdraaien van de infoknop.
De programmaschakelaar op "transportrit" zetten.
Op de infoknop drukken.
In het menu "Transportrit" kunnen volgende instellingen worden uitgevoerd:
Onderhoudsteller terugzetten
Dagteller resetten
Sleutelbeheer
Borstelvorm selecteren
Nalooptijden
Basisinstelling
Taal instellen
Schakelaar menu
Rijsnelheid
Fabrieksinstelling
Handmatig reservoirspoelpistool activeren
Als er onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd die op het display worden weergegeven, moet vervolgens de onderhoudsteller wordt teruggezet.
Aan de infoknop draaien tot "Onderhoudsteller" wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
De tellerstanden worden weergegeven.
Aan de infoknop draaien tot de te wissen teller wordt geaccentueerd.
Op de infoknop drukken.
"Yes" selecteren door aan de infoknop te draaien.
Op de infoknop drukken.
De teller is gewist.
De serviceteller kan alleen door de klantenservice worden gereset.
De serviceteller toont de tijd tot de volgende servicebeurt die door de klantenservice moet worden uitgevoerd.
Aan de infoknop draaien tot “Teller” wordt weergegeven.
Dit menu toont de totale bedrijfsuren en de dagteller.
Dagteller wissen:
Op de infoknop drukken.
Het menu "Teller wissen" verschijnt.
Aan de infoknop draaien tot “Dagteller” wordt geaccentueerd.
Op de infoknop drukken.
In het menupunt "Sleutelmenu" worden de machtigingen voor elke gebruikte gele Intelligent Key toegewezen en wordt de taal van de displayweergave voor deze Intelligent Key ingesteld.
De grijze Intelligent Key erin steken.
Aan de infoknop draaien tot op het display het menupunt "Sleutelmenu" verschijnt.
Op de infoknop drukken.
De grijze Intelligent Key eruit trekken en de te personaliseren gele Intelligent Key of de witte Intelligent Key erin steken.
Het te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
Op de infoknop drukken.
De instelling van het menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
De instelling bevestigen door op het menupunt te drukken.
Het volgende te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
Nadat alle instellingen zijn uitgevoerd, het menu "Opslaan?" oproepen door aan de infoknop te draaien.
Op de infoknop drukken.
De machtigingen zijn opgeslagen.
De displayweergave "Sleutelmenu voortzetten" verschijnt.
Yes: Andere Intelligent Key programmeren
No: Sleutelmenu verlaten
Op de infoknop drukken.
Deze functie is vereist bij het vervangen van de reinigingskop.
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Borstelkop" op het display wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot de gewenste borstelvorm is gemarkeerd.
Op de infoknop drukken.
De hefaandrijving voor het vervangen van de reinigingskop bewegen door aan de infoknop te draaien:
"omhoog": Heffen
"omlaag": Neerlaten
"OFF": Stoppen
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "OFF" wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
Het menu wordt verlaten.
De besturing voert een herstart uit.
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Nalooptijden" op het display wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot de gewenste functie is gemarkeerd.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot de gewenste nalooptijd wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot het menupunt “Basisinstelling” op het display wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot het gewenste toebehoren is gemarkeerd.
Op de infoknop drukken om AAN/UIT te bevestigen.
Op de infoknop drukken om het menu te verlaten.
Het apparaat uit- en weer inschakelen om de instelling toe te passen.
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Taal" op het display wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot de gewenste taal is gemarkeerd.
Op de infoknop drukken.
De volgende functies worden via het “Schakelaar menu” in- en uitgeschakeld:
Reinigingsmiddelendosering*
Zwaailicht/spotlight*
Sproeiers zijbezems*
Spuitzuigen
Schijnwerpers
Tankspoeling
Het “Schakelaar menu” is in alle standen van de programmaschakelaar beschikbaar, uitgezonderd in de stand "OFF".
Op de infoknop drukken.
Het "Schakelaar menu" verschijnt.
Op de infoknop drukken.
De lijst met de in het apparaat beschikbare functies wordt getoond.
Aan de infoknop draaien tot de gewenste functie wordt gemarkeerd.
Op de infoknop drukken om de schakelaarstand te wijzigen.
Aan de infoknop draaien tot “Menu beëindigen?” wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
* Optioneel
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Rijsnelheid" op het display verschijnt.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot de gewenste maximale snelheid is gemarkeerd.
Op de infoknop drukken.
De fabrieksinstelling van alle parameters (behalve rijsnelheid transportrit) wordt hersteld.
Aan de infoknop draaien tot het menupunt “Fabrieksinstelling” wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot “Yes” wordt geaccentueerd.
Op de infoknop drukken.
Alle parameters voor reinigingsprogramma's blijven behouden tot een andere instelling wordt geselecteerd of het apparaat wordt uitgeschakeld.
De programmaschakelaar op het gewenste reinigingsprogramma zetten.
Op de infoknop drukken.
De eerste instelbare parameter wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken
De ingestelde waarde knippert.
De gewenste waarde instellen door aan de infoknop te draaien.
De gewijzigde instelling door het indrukken van de infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch wordt overgenomen.
De volgende parameter selecteren door aan de infoknop te draaien.
Na het wijzigen van alle gewenste parameters aan de infoknop draaien tot het menupunt “Menu beëindigen?” wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
Het menu wordt verlaten.
Tijdens het gebruik uitgevoerde wijzigingen aan de parameters van de verschillende reinigingsprogramma's worden na het uitschakelen van het apparaat naar de basisinstelling teruggezet.
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Basisinstelling" op het display wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot het gewenste reinigingsprogramma is gemarkeerd.
Op de infoknop drukken.
Aan de infoknop draaien tot de gewenste parameter wordt gemarkeerd.
Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert.
De gewenste waarde instellen door aan de infoknop te draaien.
Op de infoknop drukken.
De gele Intelligent Key autoriseert functies die nodig zijn voor de reinigingstaak.
In het apparaat zijn de parameters voor de verschillende reinigingsprogramma's vooringesteld. Afhankelijk van de autorisatie van de gele Intelligent Key, kunnen individuele parameters worden gewijzigd.
De displayteksten voor parameterinstelling spreken grotendeels voor zich.
Parameter "FACT" (alleen beschikbaar met R-reinigingskop):
“Fine Clean”: Laag borsteltoerental voor het verwijderen van grijze sluiers op steenwerk.
“Whisper Clean”: Gemiddelde borstelsnelheid voor routinematige reiniging met verlaagd geluidsniveau.
“Power Clean”: Hoge borstelsnelheid voor polijsten, kristalliseren en vegen.
Algemene toegang via de Intelligent Key
Werksnelheid
Borsteltoerental
Afzuiging
Aanpersdruk
Waterhoeveelheid
Reinigingsmiddel dosering
RAB/ Blue Spot
Spuitzuigen
Tankspoeling
Het "Sleutelmenu" selecteren met de infoknop.
De "toegang" bevestigen door op de infoknop te drukken.
De overige toegangen vastleggen en deze met de infoknop activeren en bevestigen.
Met de infoknop op "Opslaan?" drukken om de gemaakte instellingen te bevestigen en op te slaan.
Door een witte intelligente sleutel in te steken wordt het apparaat ontgrendeld en vrijgegeven voor gebruik met vooraf ingestelde parameters.
Witte intelligente sleutels zijn zo toepasbaar dat voor elke reinigingstaak een intelligente sleutel met aangepaste parameters kan worden aangemaakt.
De parameters kunnen niet door de gebruiker worden gewijzigd en zijn onafhankelijk van de keuze van het reinigingsprogramma op de programmakeuzeschakelaar (de functies "0", transport en afzuiging blijven ongewijzigd).
Met behulp van de grijze intelligente sleutel kunnen de volgende parameters worden ingesteld voor de witte intelligente sleutel:
Rijsnelheid
Werksnelheid
Borsteltoerental (alleen R-reinigingskop)
Aanpersdruk
Waterhoeveelheid
RM-dosering
Afzuiging
Werklamp
Zwaailicht
RM-dosering AAN/UIT
Voorveegwerk
Waterventiel zuigbalk
Taal
De grijze intelligente sleutel erin steken.
Aan de infoknop draaien tot op het display het menupunt “Sleutelmenu” wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
De grijze intelligente sleutel eruit trekken en de te personaliseren witte intelligente sleutel erin steken.
Het te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
Op de infoknop drukken.
De instelling van het menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
De instelling bevestigen door op het menupunt te drukken.
Het volgende te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
Aan de infoknop draaien tot het menupunt “Opslaan?” wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
De instellingen worden opgeslagen.
Aan de infoknop draaien tot het menupunt “Menu beëindigen?” wordt weergegeven.
Op de infoknop drukken.
De witte intelligente sleutel erin steken.
De functies "OFF", Rijden en Afzuigen functioneren zoals normaal.
In alle andere standen van de programmakeuzeschakelaar zijn de op de witte intelligente sleutel geprogrammeerde parameters actief. Er kunnen geen verschillende reinigingsprogramma's meer worden geselecteerd.
Rijden op stijgende hellingen
Gevaar voor letsel
Gebruik het apparaat voor het laden en lossen alleen op hellingen tot de maximale waarde (zie hoofdstuk "Technische gegevens").Trap altijd het rempedaal in om snelheid te minderen.Niet in acht nemen van het gewicht
Gevaar voor letsel en beschadiging
Houd bij het vervoer rekening met het gewicht van het apparaat.Bij gemonteerde D-reinigingsknop de schijfborstels uit de borstelkop verwijderen.
Bij het transport in voertuigen het apparaat conform de geldende richtlijnen tegen wegglijden en omvallen beveiligen.
Niet in acht nemen van het gewicht
Gevaar voor letsel en beschadiging
Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het apparaat.Vorst
Vernietiging van het apparaat door bevriezend water.
Verwijder al het water uit het apparaat.Bewaar het apparaat op een vorstvrije plaats.Houd bij het kiezen van de parkeerplaats rekening met het totale gewicht van het apparaat om de stabiliteit niet in gevaar te brengen.Dit apparaat mag alleen in binnenruimtes worden opgeslagen.
Voor een langere levensduur de batterijen volledig opladen.
De batterijen bij opslag minstens één keer per maand volledig opladen.
Gevaar voor letsel door het apparaat!
Elektrische schok door per ongeluk opstartend apparaat.
De programmaschakelaar naar de stand "0" draaien.Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de intelligente sleutel uittrekken.Trek de netstekker van de oplader eruit.Trek de batterijstekker eruit.Gevaar voor letsel door bewegende elementen!
Na het uitschakelen lopen zuigturbine, zijbezems en filterreiniging na.
Voer geen werkzaamheden aan het apparaat uit voordat de componenten tot stilstand zijn gekomen.Het vuilwater en vuilwater aftappen en afvoeren.
Beschadigingsgevaar!
Gevaar voor beschadiging van het apparaat door onjuiste reiniging.
Spuit het apparaat niet af met water en gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen.Voor de gedetailleerde beschrijving van de afzonderlijke onderhoudswerkzaamheden zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden.
Het vuilwater aftappen.
De pluizenzeef controleren, indien nodig reinigen.
De vuilreservoirs eruit trekken, legen en reinigen.
Alleen R-reinigingsknop: Het reservoir voor grof vuil eruit nemen en leegmaken.
Alleen bij variant Combo: Het grofvuilreservoir van de voorveegeenheid eruit nemen, leegmaken en reinigen.
Het apparaat van buiten met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen.
De zuiglippen schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen.
De schraaplippen schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen.
De borstels schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen.
De borstelrollen zijn versleten als de gele indicatorharen even lang zijn als de andere borstelharen.
De lood-zuurbatterij opladen.
Als de laadtoestand onder 50% is, de accu volledig en zonder onderbrekingen opladen.
Als de ladingstoestand boven 50% is, de accu alleen opladen, als u bij het volgende gebruik de volledige bedrijfsduur nodig hebt.
Bij sterke vervuiling het vuilwaterreservoir reinigen.
Bij regelmatig gebruik, de lood-zuurbatterij minstens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen.
Bij tijdelijk stilgelegd apparaat (opslag): De compensatielading van de accu uitvoeren.
De accupool op oxidatie controleren, indien nodig afborstelen. Op vastheid van de verbindingskabels letten.
De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, indien nodig vervangen.
Bij niet-onderhoudsvrije accu's de zuurdichtheid van de cellen controleren.
Alleen R-reinigingsknop: De borsteltunnel reinigen.
Bij een langere stilstandtijd het apparaat met volledig opgeladen accu's afzetten. Elke batterij minstens maandelijks volledig opladen.
Daarnaast bij variant Combo:
De bowdenkabels en bewegende delen op lichtlopendheid controleren.
De afdichtlijsten van de veeginstallatie op instelling en slijtage controleren.
Alleen bij variant Combo:

Spanning, slijtage en werking van de aandrijfriemen van de veeginstallatie controleren.
Laat een beschadigde of versleten riem vervangen door de klantenservice.
De voorgeschreven inspectie door de klantenservice laten uitvoeren.
Met uw dealer kunt u een regelmatige veiligheidsinspectie vastleggen of een onderhoudscontract afsluiten. Vraag hierover advies.
Het programma Tankspoeling instellen via het display met de infoknop.
Het deksel van de reinigingsopening vuilwaterreservoir openen.
Het vuilwaterreservoir met helder water schoonspoelen.
De rand van de reinigingsopening schoonmaken.
Het deksel van de reinigingsopening vuilwaterreservoir weer sluiten.
Reinigen kan ook via andere waterbronnen.
Als de zuiglippen zijn versleten, moeten ze worden omgekeerd of vervangen.
De zuiglippen kunnen 3 keer worden omgekeerd totdat alle 4 de randen zijn versleten.
De excentrische hendel (2x) openen.
De zuigbalk verwijderen.

De spansluiting openen.
De spanband verwijderen.
De afstrijklip verwijderen.
De gebruikte of nieuwe zuiglippen op de noppen van het binnenste gedeelte van de zuigbalk drukken.

De spanband aanbrengen.
De zuigbalk plaatsen
De excentrische hendels (2x) sluiten.
Aan de lus trekken.

De zijdeur afstrijklip omhoog zwenken.

De gele grendel omhoog zwenken.

De veiligheidsklep wegzwenken.
De houderplaat borstel eraf trekken.
De borstelwals verwijderen.
De nieuwe borstelwals plaatsen.
Let er bij het plaatsen van de borstelwals op dat deze op de daarvoor bestemde pin in de borsteltunnel wordt gestoken.

De houderplaat borstel weer erop zetten.
De veiligheidsklep sluiten.
De grendel naar beneden in de haak zwenken.
De zijdeur afstrijklip omlaag zwenken.
De bewerking aan de tegenoverliggende zijde herhalen.

Aan de lus trekken.
De zijdeur afstrijklip omhoog zwenken.
De schroeven (6x) eruit draaien.

De afstrijklip vervangen.
De schroeven (6x) weer aanbrengen.
De houder afstrijklip weer omlaag zwenken.
Aan de lus van de zijdeur trekken.

De zijdeur afstrijklip omhoog zwenken.
De beugel naar beneden duwen.
De discborstel zijdelings onder de reinigingskop uittrekken.
De nieuwe schijfborstel onder de reinigingskop houden, omhoog drukken en vergrendelen.
De zijdeur afstrijklip weer omlaag zwenken.
De borstel met de klok mee draaien tot de veer borstelhouder naar voren wijst.
De veer borstelhouder uit elkaar trekken.

De borstel valt uit de houder.
De borstel op vreemde voorwerpen (bijv. pakketband of folie) controleren.
De borstel onder stromend water reinigen.
De veer borstelhouder uit elkaar trekken en de borstel plaatsen.
De borstel is versleten wanneer de lengte van de haren overeenkomt met de lengte van de gele indicatorborstel.
De borstel vervangen (zie Borstel vervangen).
De borstel met de klok mee draaien tot de veer borstelhouder naar voren wijst.
De veer borstelhouder uit elkaar trekken.

De borstel valt uit de houder.
De nieuwe borstel plaatsen.
De veer borstelhouder uit elkaar trekken en de borstel plaatsen.
De schroef M6 x 12 (6x) eruit draaien.

De montageplaat en de schraaplip verwijderen.
De nieuwe schraaplip op de montageplaat plaatsen.
De montageplaat met de schroef M6 x 12 (6x) vastzetten.
Gevaar voor beknellen en afknellen!
Gevaar voor beknellen en afknellen door draaiende riemaandrijvingen.
Voordat u het apparaat na onderhoudswerkzaamheden weer in gebruik kunt nemen, moet de kap van de voorveegeenheid beslist worden gesloten en vergrendeld.De vergrendeling op de handgreep openen, de kap omhoog zwenken en de steun vergrendelen.

De spanning, slijtage en werking van de aandrijfriem van de veegwals controleren.

Laat een beschadigde of versleten riem vervangen door de klantenservice.
Het apparaat op een vlakke ondergrond neerzetten.
De programmaschakelaar op “0” zetten.
Het apparaat met een wig tegen wegrollen beveiligen.
Het vuilreservoir verwijderen.
Voorste afdichtlijst
De moeren (5x) losdraaien.

De afdichtlijst zo uitlijnen dat deze met een naloop van 35‑40 mm naar achteren omklapt.

De moeren (5x) aandraaien.
Achterste afdichtlijst
De bodemafstand van de achterste afdichtlijst is zo ontworpen dat deze met een naloop van 5‑10 mm naar achteren omklapt.

De afdichtlijst bij slijtage vervangen.
De veegwals demonteren (zie hoofdstuk Veegwals vervangen).
De schroeven (5x) lossen.

De nieuwe afdichtlijst plaatsen.
De schroef (5x) vastschroeven.
Zijdelingse afdichtlijsten
De bevestigingsschroeven lossen.

De bodemafstand aanpassen door een 1-2 mm dik onderlegstuk aan te brengen.
De afdichtlijst uitlijnen.
De schroeven vastdraaien.
De veegwals monteren.
Gezondheidsrisico door stof
Draag een stofmasker en veiligheidsbril bij werkzaamheden aan de filterinstallatie.
Neem de veiligheidsvoorschriften bij de omgang met fijn stof in acht.De machine uitschakelen, zie hoofdstuk Werking beëindigen.
Uitbouwen:
Wacht ten minste 1 minuut totdat de automatische reiniging van het stoffilter is voltooid en het stof in de filterkast zich heeft afgezet.
De vergrendeling op de handgreep openen, de kap omhoog zwenken en de steun vergrendelen.

De hendel in de rijrichting naar rechts bewegen in de vergrendeling.
Het stoffilter langs boven eruit nemen.

Reinigen:
Het stoffilter controleren op verontreiniging en beschadiging, reinigen of vervangen indien nodig.
Het stoffilter niet reinigen met perslucht of afborstelen. Om te reinigen voorzichtig afkloppen of stofzuigen.
De behuizing van het stoffilter reinigen.
Inbouwen:
Het stoffilter zo op de aandrijfas steken dat de aandrijfpennen in de zijopeningen van het stoffilter zitten.

De hendel losmaken uit de vergrendeling en in de rijrichting gezien naar links bewegen.
De steun losmaken van de vergrendeling en de kap omlaag draaien.
De stergreep eruit draaien.

De zijbezem verwijderen.
De nieuwe zijbezem erop schuiven.
De stergreep erin draaien en vastdraaien.

De vergrendelingsbout naar voren trekken en het zijwiel van de voorveegeenheid uitzwenken.
De linker stergreep eruit schroeven.
De lagerplaat eruit trekken.
De rechter stergreep eruit schroeven.
De afdekplaat eraf trekken.

De veegwals eruit trekken.
Op slijtage en ingewikkelde banden controleren.
Indien nodig: nieuwe veegwals inbouwen.
Bij de inbouw op juiste inbouwpositie letten (veegwalsopnames zijn identiek).
De afdekplaat en de lagerplaat in omgekeerde volgorde monteren.
Het zijwiel van de voorveegeenheid inzwenken en vergrendelen.
Als er kans is op vorst:
Het schoon- en het vuilwaterreservoir legen.
Het apparaat in een vorstvrije ruimte zetten.
Gevaar voor letsel door onbedoeld starten van het apparaat!
Onbedoeld starten van het apparaat kan letsel veroorzaken bij personen die aan het apparaat werken.
Trek vóór alle werkzaamheden aan het apparaat de intelligente sleutel eruit.Trek vóór alle werkzaamheden de stekker van het oplaadapparaat uit het stopcontact.Koppel vóór alle werkzaamheden de batterijstekker los.Gevaar voor letsel door bewegende elementen!
Na het uitschakelen lopen zuigturbine, zijbezems en filterreiniging na.
Voer geen werkzaamheden aan het apparaat uit voordat de componenten tot stilstand zijn gekomen.Het vuilwater aftappen.
Het resterende verse water aftappen.
Als de storing met de volgende aanwijzingen niet kan worden verholpen, neem dan contact op met de klantenservice.
Alleen de autozekeringen met de volgende waarden mogen door de gebruiker worden vervangen:
5A– besturings- en noodstroomvoorziening
20A - per hef-/toebehorenmodulevoeding
50A - Hef-/cleanmodule 3
Beschadiging van de besturing!
Onjuiste vervanging van de zekeringen kan leiden tot schade aan de besturing.
Laat defecte poolzekeringen alleen vervangen door de klantenservice. Bij defecte poolzekeringen moeten de bedrijfsomstandigheden en de gehele besturing door de klantenservice worden gecontroleerd.De besturing bevindt zich onder het bedieningspaneel. Om bij de zekeringen te komen moet de afdekking aan de linkerkant van de voetruimte worden verwijderd.
De toewijzing van de zekeringen vindt u aan de binnenkant van de afdekking.

De schroef (3x) eruit draaien.
Verwijder de afdekking.
De zekering vervangen.
Voorste afdekking aanbrengen.
Alleen de zekeringen met de volgende waarden mogen door de bediener worden vervangen:
100A - In-line zekering Curtis-module
30A - Spanningsvoorziening Curtis-module
10A - Schakelaar bedieningsveld
20A - Hoofdzekering en KSI Curtis-module
Beschadiging van de besturing!
Onjuiste vervanging van de zekeringen kan leiden tot schade aan de besturing.
Laat defecte poolzekeringen alleen vervangen door de klantenservice. Bij defecte poolzekeringen moeten de bedrijfsomstandigheden en de gehele besturing door de klantenservice worden gecontroleerd.
De afdekkleppen links en rechts verwijderen.
De twee schroeven op de afdekking lossen.
Verwijder de afdekking.
De zekering vervangen.

Voorste afdekking aanbrengen.
Bij storingen die op het display worden weergegeven als volgt te werk gaan:
Storingsindicatie als cijfercode
Bij een storingsindicatie met cijfercode de storing (het apparaat) eerst terugzetten:
De programmaschakelaar op “0” zetten.
Wacht tot het display is uitgeschakeld.
De programmaschakelaar op het vorige programma zetten.
Pas als de fout opnieuw optreedt, de desbetreffende remedies in de opgegeven volgorde uitvoeren. De programmakeuzeschakelaar moet op "0" staan en de intelligente sleutel moet verwijderd zijn.
Als de fout niet kan worden verholpen, met de klantenservice contact opnemen en de foutmelding vermelden.
Storingsindicatie als tekst
De aanwijzingen op het display uitvoeren.
De storing door het indrukken van de infoknop bevestigen.
Storingsmeldingen die niet in de volgende tabel zijn vermeld, geven storingen aan die niet door de bediener kunnen worden verholpen. Neem in dit geval met de klantenservice contact op.
Het apparaat kan niet gestart worden
Oplossing:
De accustekker erin steken.
Alleen bij Li-ionbatterij: Op de aan/uit-toets aan de onderkant van het aparte display drukken.
De veiligheidsschakelaar op “1” zetten.
De intelligente sleutel erin steken.
De zekering F1 controleren, indien nodig vervangen (zie hoofdstuk Zekeringen vervangen).
De accu's controleren, eventueel opladen.
De waterhoeveelheid is onvoldoende
Oplossing:
Het vulniveau van het verse water controleren, eventueel het reservoir volledig vullen zodat de lucht eruit wordt geperst.
De slangen op verstopping controleren, eventueel reinigen.
Het filter schoon water verwijderen en reinigen.
De kogelkraan schoon water openen.
De zuigcapaciteit is te gering
Oplossing:
Het deksel aan de afvoerslang van vuil water sluiten.
De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, eventueel vervangen.
Het turbinefilter reinigen.
De zuiglippen van de zuigbalk reinigen, eventueel vervangen.
De zuigslang op verstopping controleren eventueel reinigen.
De aanzuigslang op dichtheid controleren, eventueel reinigen.
De instelling van de zuigbalk controleren.
Het reinigingsresultaat is onvoldoende
Oplossing:
Stel voor de reinigingstaak het passende reinigingsprogramma in.
Gebruik passende borstels voor de reinigingstaak.
Gebruik een passend reinigingsmiddel voor de reinigingstaak.
De snelheid reduceren.
Stel de contactdruk in.
Stel de schraperlippen in.
De borstels op slijtage controleren, eventueel vervangen.
Controleer de wateruitvoer.
De borstels draaien niet
Oplossing:
De aanpersdruk verminderen.
Controleren of een vreemd voorwerp de borstels blokkeert, eventueel het voorwerp verwijderen.
Oplossing:
De zekering F3 controleren, indien nodig vervangen (zie hoofdstuk Zekeringen vervangen).
Oplossing:
Het apparaat uitschakelen.
Een minuut wachten.
Het apparaat weer inschakelen.
Oplossing:
De veegwalsen en de zijbezems controleren op slijtage, eventueel vervangen.
Als de veegwals niet draait, de aandrijfriem controleren, eventueel reinigen.
De werking van de grofvuilklep controleren.
De afdichtstrippen op slijtage controleren, eventueel instellen of vervangen.
Oplossing:
Het vuilreservoir legen.
De werking van de afzuiging op de veeginstallatie controleren.
De afdichtmanchet op de aanzuigventilator controleren.
Het stoffilter controleren, eventueel reinigen of vervangen.
De afdichting van het filteromhulsel controleren.
De afdichtstrip op slijtage controleren, eventueel instellen of vervangen.
Het reinigingsresultaat bij het vegen in het randgebied is onvoldoende
Oplossing:
De hoogte-instelling van de zijbezems controleren, eventueel instellen.
De zijbezems vervangen.
Het apparaat kan niet gestart worden
Oplossing:
De accustekker erin steken.
Alleen bij Li-ionbatterij: Op de aan/uit-toets aan de onderkant van het aparte display drukken.
De veiligheidsschakelaar op “1” zetten.
De intelligente sleutel erin steken.
De zekering F1 controleren, indien nodig vervangen (zie hoofdstuk Zekeringen vervangen).
De accu's controleren, eventueel opladen.
De waterhoeveelheid is onvoldoende
Oplossing:
Het vulniveau van het verse water controleren, eventueel het reservoir volledig vullen zodat de lucht eruit wordt geperst.
De slangen op verstopping controleren, eventueel reinigen.
Het filter schoon water verwijderen en reinigen.
De kogelkraan schoon water openen.
De zuigcapaciteit is te gering
Oplossing:
Het deksel aan de afvoerslang van vuil water sluiten.
De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, eventueel vervangen.
Het turbinefilter reinigen.
De zuiglippen van de zuigbalk reinigen, eventueel vervangen.
De zuigslang op verstopping controleren eventueel reinigen.
De aanzuigslang op dichtheid controleren, eventueel reinigen.
De instelling van de zuigbalk controleren.
Het reinigingsresultaat is onvoldoende
Oplossing:
Stel voor de reinigingstaak het passende reinigingsprogramma in.
Gebruik passende borstels voor de reinigingstaak.
Gebruik een passend reinigingsmiddel voor de reinigingstaak.
De snelheid reduceren.
Stel de contactdruk in.
Stel de schraperlippen in.
De borstels op slijtage controleren, eventueel vervangen.
Controleer de wateruitvoer.
De borstels draaien niet
Oplossing:
De aanpersdruk verminderen.
Controleren of een vreemd voorwerp de borstels blokkeert, eventueel het voorwerp verwijderen.
Oplossing:
De zekering F3 controleren, indien nodig vervangen (zie hoofdstuk Zekeringen vervangen).
Oplossing:
Het apparaat uitschakelen.
Een minuut wachten.
Het apparaat weer inschakelen.
Oplossing:
De veegwalsen en de zijbezems controleren op slijtage, eventueel vervangen.
Als de veegwals niet draait, de aandrijfriem controleren, eventueel reinigen.
De werking van de grofvuilklep controleren.
De afdichtstrippen op slijtage controleren, eventueel instellen of vervangen.
Oplossing:
Het vuilreservoir legen.
De werking van de afzuiging op de veeginstallatie controleren.
De afdichtmanchet op de aanzuigventilator controleren.
Het stoffilter controleren, eventueel reinigen of vervangen.
De afdichting van het filteromhulsel controleren.
De afdichtstrip op slijtage controleren, eventueel instellen of vervangen.
Het reinigingsresultaat bij het vegen in het randgebied is onvoldoende
Oplossing:
De hoogte-instelling van de zijbezems controleren, eventueel instellen.
De zijbezems vervangen.
Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid.
Product: Vloerreiniger zittend bediende machine
Type: 1.480-xxx / 2.480-xxx
Relevante EU-richtlijnen2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2014/53/EU (TCU)
Toegepaste geharmoniseerde normenEN 60335-1
EN 60335-2-72
EN 62233: 2008
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 61000-6-2: 2005
TCUEN 300 328 V2.2.2
EN 300 330 V2.1.1
EN 300 440 V2.1.1
EN 301 511 V12.5.1
Toegepaste nationale normen-
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

Gevolmachtigde voor de documentatie:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40
71364 Winnenden (Germany)
Tel.: +49 7195 14-0
Fax: +49 7195 14-2212
Winnenden, 2021/03/01
Algemeen | |
Rij-/reinigingssnelheid | 10 km/h |
Transportsnelheid | 10 km/h |
Snelheid achteruit | 6 km/h |
Toelaatbare remweg op een vlakke ondergrond bij een maximale rijsnelheid van 10 km/h | 1,9 m |
Gebruiksduur afhankelijk van borstelkop, borsteldruk en ruwheid van de ondergrond | 4 h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit | 10000 m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijdelingse schrobmodule | 11200 m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems | 11500 m2/h |
Praktische oppervlaktecapaciteit met borstelkop | 7000 m2/h |
Volume schoon-/vuilwaterreservoir | 260 l |
Volume grofvuilreservoir | 26 l |
Reinigingsmiddelreservoir (optie Dose) | 10 l |
Doseerhoeveelheid reinigingsmiddel (van - tot) | 0-3 % |
Minimale waterdosering | 0,9 l/min |
Maximale waterdosering | 9 l/min |
max. oppervlaktedruk (incl. bestuurder, water) | 1,33 N/mm2 |
Gegevens capaciteit apparaat | |
Nominale spanning | 36 V |
Accucapaciteit | 525/630 Ah |
Gemiddelde netbelasting | 6500 W |
Vermogen rijmotor | 2200 W |
Vermogen zuigmotor | 2x840 W |
Vermogen borstelmotor | 2x 1100 W |
Oplaadtijd bij lege batterij (lood-zuur) | 10 h |
Oplaadtijd bij lege batterij (Li-ion) | 3 h |
Vermogen veegwalsaandrijving | --- W |
Vermogen zijbezems (optie) | 2x80 W |
Vermogen zuigturbine veeginstallatie | --- W |
Zuigen | |
Zuigvermogen, luchthoeveelheid | 28 x 2 l/s |
Zuigvermogen, onderdruk | 14 (140) kPa (mbar) |
Onderdruk turbine/zuigbalk | 22/11 (220/110) kPa (mbar) |
Filteroppervlak stoffilter | --- m2 |
Reinigingsborstel | |
Borsteldoorsnede | 160 mm |
Borstellengte | 914 mm |
Borsteltoerental | 1250 1/min |
Borstelsnelheid zijschrobdek | 140 1/min |
Borsteldiameter zijschrobdek | 300 mm |
Diameter veegwals | --- mm |
Breedte veegwals | --- mm |
Veegwalstoerental | --- 1/min |
Zijbezemdiameter | 450 mm |
Afmetingen | |
Lengte | 1925 mm |
Breedte (zonder zuigbalk) | 1070 mm |
Breedte (met zuigbalk) | 1140 mm |
Hoogte | 1565 mm |
Hoogte (met beschermdak, zwaailicht) | 2200 mm |
Werkbreedte met zijdelingse schrobmodule | 1120 mm |
Werkbreedte met 1 zijbezem | 1150 mm |
Draaicirkel (Ø) | 2120 mm |
Afmetingen batterijvak (lxbxh) | 840 x 625 x 520 mm |
Voorwiel, breedte | 132 mm |
Voorwiel, diameter (buiten) | 300 mm |
Achterwiel, breedte | 108 mm |
Achterwiel, diameter (buiten) | 375 mm |
Gewicht | |
Toegestaan totaal gewicht | 1840 kg |
Transportgewicht (met 525/630 Ah batterij, 75 kg bestuurder, gem. borstelkop) | 960/1460 kg |
Gewicht, gebruiksklaar (met 525/630 Ah batterij en vol reservoir) | 1141/1641 kg |
Borstelaanpersdruk | 150 kg |
Borstelaanpersdruk | 210 g/cm2 |
Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaterreservoir) | |
Oppervlaktebelasting wiel veeginstallatie | --- N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, voorwiel | 207 N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, achterwiel | 60 N/cm2 |
Oplaadapparaat offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 230 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 420 x 260 x 115 mm |
Gewicht | 10 kg |
Beschermingsklasse | IP 21 |
Type stekker | Schuko |
Laadstroom | 65 A |
Oplaadapparaat Li-ion offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 380 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 535 x 210 x 360 mm |
Gewicht | 35 kg |
Beschermingsklasse | IP 22 |
Type stekker | CEE 32 A |
Laadstroom | 200 A |
Vermogen | 13,3 kW |
Omgevingsvoorwaarden | |
Maximale omgevingstemperatuur | 40 °C |
Minimale omgevingstemperatuur | 5 °C |
Maximale watertemperatuur | 60 °C |
Helling | |
Maximale helling (bij transportrit) | 15 % |
Maximale helling (in schrobmodus) | 15 % |
Berekende waarden conform EN 60335-2-72 | |
Totale trillingswaarde | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde armen | ≤ 2,5 m/s2 |
Vibratiewaarde hand-arm, onzekerheid K | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde zitvlak | ≤ 0,5 m/s2 |
Vibratiewaarde zetel, onzekerheid K | ≤ 0,5 m/s2 |
Geluidsdrukniveau | 73 dB(A) |
Onzekerheid KpA | 3 dB(A) |
Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA | 94 dB(A) |
Beschermingsklasse | IPX3 |
Zijdelingse schrobmodule | |
Vermogen | 260 W |
Aanpersdruk | 9,7 kg |
Aanpersdruk | 0,00239 N/mm2 |
Algemeen | |
Rij-/reinigingssnelheid | 10 km/h |
Transportsnelheid | 10 km/h |
Snelheid achteruit | 6 km/h |
Toelaatbare remweg op een vlakke ondergrond bij een maximale rijsnelheid van 10 km/h | 1,9 m |
Gebruiksduur afhankelijk van borstelkop, borsteldruk en ruwheid van de ondergrond | 3,5 h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit | 10000 m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijdelingse schrobmodule | --- m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems | 11500 m2/h |
Praktische oppervlaktecapaciteit met borstelkop | 7000 m2/h |
Volume schoon-/vuilwaterreservoir | 260 l |
Volume grofvuilreservoir | 26 l |
Reinigingsmiddelreservoir (optie Dose) | 10 l |
Doseerhoeveelheid reinigingsmiddel (van - tot) | 0-3 % |
Minimale waterdosering | 0,9 l/min |
Maximale waterdosering | 9 l/min |
max. oppervlaktedruk (incl. bestuurder, water) | 1,33 N/mm2 |
Gegevens capaciteit apparaat | |
Nominale spanning | 36 V |
Accucapaciteit | 525/630 Ah |
Gemiddelde netbelasting | 8000 W |
Vermogen rijmotor | 2200 W |
Vermogen zuigmotor | 2x840 W |
Vermogen borstelmotor | 2x 1100 W |
Oplaadtijd bij lege batterij (lood-zuur) | 10 h |
Oplaadtijd bij lege batterij (Li-ion) | 3 h |
Vermogen veegwalsaandrijving | 600 W |
Vermogen zijbezems (optie) | 2x80 W |
Vermogen zuigturbine veeginstallatie | 115 W |
Zuigen | |
Zuigvermogen, luchthoeveelheid | 28 x 2 l/s |
Zuigvermogen, onderdruk | 14 (140) kPa (mbar) |
Onderdruk turbine/zuigbalk | 22/11 (220/110) kPa (mbar) |
Filteroppervlak stoffilter | 4 m2 |
Reinigingsborstel | |
Borsteldoorsnede | 160 mm |
Borstellengte | 914 mm |
Borsteltoerental | 1250 1/min |
Borstelsnelheid zijschrobdek | --- 1/min |
Borsteldiameter zijschrobdek | --- mm |
Diameter veegwals | 250 mm |
Breedte veegwals | 610 mm |
Veegwalstoerental | 650 1/min |
Zijbezemdiameter | 450 mm |
Afmetingen | |
Lengte | 2710 mm |
Breedte (zonder zuigbalk) | 1070 mm |
Breedte (met zuigbalk) | 1140 mm |
Hoogte | 1565 mm |
Hoogte (met beschermdak, zwaailicht) | 2200 mm |
Werkbreedte met zijdelingse schrobmodule | --- mm |
Werkbreedte met 1 zijbezem | 1260 mm |
Draaicirkel (Ø) | 4960 mm |
Afmetingen batterijvak (lxbxh) | 840 x 625 x 520 mm |
Gebruiksduur afhankelijk van borstelkop, borsteldruk en ruwheid van de ondergrond | 4,5 h |
Voorwiel, breedte | 132 mm |
Voorwiel, diameter (buiten) | 300 mm |
Achterwiel, breedte | 108 mm |
Achterwiel, diameter (buiten) | 375 mm |
Gewicht | |
Toegestaan totaal gewicht | 2020 kg |
Transportgewicht (met 525/630 Ah batterij, 75 kg bestuurder, gem. borstelkop) | 1160/1660 kg |
Gewicht, gebruiksklaar (met 525/630 Ah batterij en vol reservoir) | 1341/1841 kg |
Borstelaanpersdruk | 150 kg |
Borstelaanpersdruk | 210 g/cm2 |
Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaterreservoir) | |
Oppervlaktebelasting wiel veeginstallatie | --- N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, voorwiel | 207 N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, achterwiel | 60 N/cm2 |
Oplaadapparaat offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 230 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 420 x 260 x 115 mm |
Gewicht | 10 kg |
Beschermingsklasse | IP 21 |
Type stekker | Schuko |
Laadstroom | 65 A |
Oplaadapparaat Li-ion offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 380 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 535 x 210 x 360 mm |
Gewicht | 35 kg |
Beschermingsklasse | IP 22 |
Type stekker | CEE 32 A |
Laadstroom | 200 A |
Vermogen | 13,3 kW |
Omgevingsvoorwaarden | |
Maximale omgevingstemperatuur | 40 °C |
Minimale omgevingstemperatuur | 5 °C |
Maximale watertemperatuur | 60 °C |
Helling | |
Maximale helling (bij transportrit) | 10 % |
Maximale helling (in schrobmodus) | 10 % |
Berekende waarden conform EN 60335-2-72 | |
Totale trillingswaarde | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde armen | ≤ 2,5 m/s2 |
Vibratiewaarde hand-arm, onzekerheid K | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde zitvlak | ≤ 0,5 m/s2 |
Vibratiewaarde zetel, onzekerheid K | ≤ 0,5 m/s2 |
Geluidsdrukniveau | 74 dB(A) |
Onzekerheid KpA | 3 dB(A) |
Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA | 94 dB(A) |
Beschermingsklasse | IPX3 |
Zijdelingse schrobmodule | |
Vermogen | --- W |
Aanpersdruk | --- kg |
Aanpersdruk | --- N/mm2 |
Algemeen | |
Rij-/reinigingssnelheid | 10 km/h |
Transportsnelheid | 10 km/h |
Snelheid achteruit | 6 km/h |
Toelaatbare remweg op een vlakke ondergrond bij een maximale rijsnelheid van 10 km/h | 1,9 m |
Gebruiksduur afhankelijk van borstelkop, borsteldruk en ruwheid van de ondergrond | 4 h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit | 12000 m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijdelingse schrobmodule | --- m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems | 13400 m2/h |
Praktische oppervlaktecapaciteit met borstelkop | 8400 m2/h |
Volume schoon-/vuilwaterreservoir | 260 l |
Volume grofvuilreservoir | 32 l |
Reinigingsmiddelreservoir (optie Dose) | 10 l |
Doseerhoeveelheid reinigingsmiddel (van - tot) | 0-3 % |
Minimale waterdosering | 0,9 l/min |
Maximale waterdosering | 9 l/min |
max. oppervlaktedruk (incl. bestuurder, water) | 1,33 N/mm2 |
Gegevens capaciteit apparaat | |
Nominale spanning | 36 V |
Accucapaciteit | 525/630 Ah |
Gemiddelde netbelasting | 6500 W |
Vermogen rijmotor | 2200 W |
Vermogen zuigmotor | 2x840 W |
Vermogen borstelmotor | 2x 1100 W |
Oplaadtijd bij lege batterij (lood-zuur) | 10 h |
Oplaadtijd bij lege batterij (Li-ion) | 3 h |
Vermogen veegwalsaandrijving | --- W |
Vermogen zijbezems (optie) | 2x80 W |
Vermogen zuigturbine veeginstallatie | --- W |
Zuigen | |
Zuigvermogen, luchthoeveelheid | 28 x 2 l/s |
Zuigvermogen, onderdruk | 14 (140) kPa (mbar) |
Onderdruk turbine/zuigbalk | 22/11 (220/110) kPa (mbar) |
Filteroppervlak stoffilter | --- m2 |
Reinigingsborstel | |
Borsteldoorsnede | 160 mm |
Borstellengte | 1118 mm |
Borsteltoerental | 1250 1/min |
Borstelsnelheid zijschrobdek | --- 1/min |
Borsteldiameter zijschrobdek | --- mm |
Diameter veegwals | --- mm |
Breedte veegwals | --- mm |
Veegwalstoerental | --- 1/min |
Zijbezemdiameter | 450 mm |
Afmetingen | |
Lengte | 1925 mm |
Breedte (zonder zuigbalk) | 1328 mm |
Breedte (met zuigbalk) | 1340 mm |
Hoogte | 1565 mm |
Hoogte (met beschermdak, zwaailicht) | 2200 mm |
Werkbreedte met zijdelingse schrobmodule | --- mm |
Werkbreedte met 1 zijbezem | 1340 mm |
Draaicirkel (Ø) | 2120 mm |
Afmetingen batterijvak (lxbxh) | 840 x 625 x 520 mm |
Voorwiel, breedte | 132 mm |
Voorwiel, diameter (buiten) | 300 mm |
Achterwiel, breedte | 108 mm |
Achterwiel, diameter (buiten) | 375 mm |
Gewicht | |
Toegestaan totaal gewicht | 1840 kg |
Transportgewicht (met 525/630 Ah batterij, 75 kg bestuurder, gem. borstelkop) | 960/1460 kg |
Gewicht, gebruiksklaar (met 525/630 Ah batterij en vol reservoir) | 1141/1641 kg |
Borstelaanpersdruk | 150 kg |
Borstelaanpersdruk | 168 g/cm2 |
Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaterreservoir) | |
Oppervlaktebelasting wiel veeginstallatie | --- N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, voorwiel | 207 N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, achterwiel | 60 N/cm2 |
Oplaadapparaat offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 230 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 420 x 260 x 115 mm |
Gewicht | 10 kg |
Beschermingsklasse | IP 21 |
Type stekker | Schuko |
Laadstroom | 65 A |
Oplaadapparaat Li-ion offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 380 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 535 x 210 x 360 mm |
Gewicht | 35 kg |
Beschermingsklasse | IP 22 |
Type stekker | CEE 32 A |
Laadstroom | 200 A |
Vermogen | 13,3 kW |
Omgevingsvoorwaarden | |
Maximale omgevingstemperatuur | 40 °C |
Minimale omgevingstemperatuur | 5 °C |
Maximale watertemperatuur | 60 °C |
Helling | |
Maximale helling (bij transportrit) | 15 % |
Maximale helling (in schrobmodus) | 15 % |
Berekende waarden conform EN 60335-2-72 | |
Totale trillingswaarde | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde armen | ≤ 2,5 m/s2 |
Vibratiewaarde hand-arm, onzekerheid K | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde zitvlak | ≤ 0,5 m/s2 |
Vibratiewaarde zetel, onzekerheid K | ≤ 0,5 m/s2 |
Geluidsdrukniveau | 73 dB(A) |
Onzekerheid KpA | 3 dB(A) |
Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA | 94 dB(A) |
Beschermingsklasse | IPX3 |
Zijdelingse schrobmodule | |
Vermogen | --- W |
Aanpersdruk | --- kg |
Aanpersdruk | --- N/mm2 |
Algemeen | |
Rij-/reinigingssnelheid | 10 km/h |
Transportsnelheid | 10 km/h |
Snelheid achteruit | 6 km/h |
Toelaatbare remweg op een vlakke ondergrond bij een maximale rijsnelheid van 10 km/h | 1,9 m |
Gebruiksduur afhankelijk van borstelkop, borsteldruk en ruwheid van de ondergrond | 3,5 h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit | 12000 m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijdelingse schrobmodule | --- m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems | 13400 m2/h |
Praktische oppervlaktecapaciteit met borstelkop | 8400 m2/h |
Volume schoon-/vuilwaterreservoir | 260 l |
Volume grofvuilreservoir | 32 l |
Reinigingsmiddelreservoir (optie Dose) | 10 l |
Doseerhoeveelheid reinigingsmiddel (van - tot) | 0-3 % |
Minimale waterdosering | 0,9 l/min |
Maximale waterdosering | 9 l/min |
max. oppervlaktedruk (incl. bestuurder, water) | 1,33 N/mm2 |
Gegevens capaciteit apparaat | |
Nominale spanning | 36 V |
Accucapaciteit | 525/630 Ah |
Gemiddelde netbelasting | 8000 W |
Vermogen rijmotor | 2200 W |
Vermogen zuigmotor | 2x840 W |
Vermogen borstelmotor | 2x 1100 W |
Oplaadtijd bij lege batterij (lood-zuur) | 10 h |
Oplaadtijd bij lege batterij (Li-ion) | 3 h |
Vermogen veegwalsaandrijving | 600 W |
Vermogen zijbezems (optie) | 2x80 W |
Vermogen zuigturbine veeginstallatie | 115 W |
Zuigen | |
Zuigvermogen, luchthoeveelheid | 28 x 2 l/s |
Zuigvermogen, onderdruk | 14 (140) kPa (mbar) |
Onderdruk turbine/zuigbalk | 22/11 (220/110) kPa (mbar) |
Filteroppervlak stoffilter | 4 m2 |
Reinigingsborstel | |
Borsteldoorsnede | 160 mm |
Borstellengte | 1118 mm |
Borsteltoerental | 1250 1/min |
Borstelsnelheid zijschrobdek | --- 1/min |
Borsteldiameter zijschrobdek | --- mm |
Diameter veegwals | 250 mm |
Breedte veegwals | 610 mm |
Veegwalstoerental | 650 1/min |
Zijbezemdiameter | 450 mm |
Afmetingen | |
Lengte | 2710 mm |
Breedte (zonder zuigbalk) | 1328 mm |
Breedte (met zuigbalk) | 1340 mm |
Hoogte | 1565 mm |
Hoogte (met beschermdak, zwaailicht) | 2200 mm |
Werkbreedte met zijdelingse schrobmodule | --- mm |
Werkbreedte met 1 zijbezem | 1260 mm |
Draaicirkel (Ø) | 4960 mm |
Afmetingen batterijvak (lxbxh) | 840 x 625 x 520 mm |
Voorwiel, breedte | 132 mm |
Voorwiel, diameter (buiten) | 300 mm |
Achterwiel, breedte | 108 mm |
Achterwiel, diameter (buiten) | 375 mm |
Gewicht | |
Toegestaan totaal gewicht | 2020 kg |
Transportgewicht (met 525/630 Ah batterij, 75 kg bestuurder, gem. borstelkop) | 1160/1660 kg |
Gewicht, gebruiksklaar (met 525/630 Ah batterij en vol reservoir) | 1341/1841 kg |
Borstelaanpersdruk | 150 kg |
Borstelaanpersdruk | 168 g/cm2 |
Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaterreservoir) | |
Oppervlaktebelasting wiel veeginstallatie | --- N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, voorwiel | 207 N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, achterwiel | 60 N/cm2 |
Oplaadapparaat offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 230 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 420 x 260 x 115 mm |
Gewicht | 10 kg |
Beschermingsklasse | IP 21 |
Type stekker | Schuko |
Laadstroom | 65 A |
Oplaadapparaat Li-ion offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 380 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 535 x 210 x 360 mm |
Gewicht | 35 kg |
Beschermingsklasse | IP 22 |
Type stekker | CEE 32 A |
Laadstroom | 200 A |
Vermogen | 13,3 kW |
Omgevingsvoorwaarden | |
Maximale omgevingstemperatuur | 40 °C |
Minimale omgevingstemperatuur | 5 °C |
Maximale watertemperatuur | 60 °C |
Helling | |
Maximale helling (bij transportrit) | 10 % |
Maximale helling (in schrobmodus) | 10 % |
Berekende waarden conform EN 60335-2-72 | |
Totale trillingswaarde | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde armen | ≤ 2,5 m/s2 |
Vibratiewaarde hand-arm, onzekerheid K | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde zitvlak | ≤ 0,5 m/s2 |
Vibratiewaarde zetel, onzekerheid K | ≤ 0,5 m/s2 |
Geluidsdrukniveau | 74 dB(A) |
Onzekerheid KpA | 3 dB(A) |
Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA | 94 dB(A) |
Beschermingsklasse | IPX3 |
Zijdelingse schrobmodule | |
Vermogen | --- W |
Aanpersdruk | --- kg |
Aanpersdruk | --- N/mm2 |
Algemeen | |
Rij-/reinigingssnelheid | 10 km/h |
Transportsnelheid | 10 km/h |
Snelheid achteruit | 6 km/h |
Toelaatbare remweg op een vlakke ondergrond bij een maximale rijsnelheid van 10 km/h | 1,9 m |
Gebruiksduur afhankelijk van borstelkop, borsteldruk en ruwheid van de ondergrond | 4 h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit | 10000 m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijdelingse schrobmodule | 11200 m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems | 11500 m2/h |
Praktische oppervlaktecapaciteit met borstelkop | 7000 m2/h |
Volume schoon-/vuilwaterreservoir | 260 l |
Volume grofvuilreservoir | --- l |
Reinigingsmiddelreservoir (optie Dose) | 10 l |
Doseerhoeveelheid reinigingsmiddel (van - tot) | 0-3 % |
Minimale waterdosering | 0,9 l/min |
Maximale waterdosering | 9 l/min |
max. oppervlaktedruk (incl. bestuurder, water) | 1,33 N/mm2 |
Gegevens capaciteit apparaat | |
Nominale spanning | 36 V |
Accucapaciteit | 525/630 Ah |
Gemiddelde netbelasting | 6500 W |
Vermogen rijmotor | 2200 W |
Vermogen zuigmotor | 2x840 W |
Vermogen borstelmotor | 2x 1100 W |
Oplaadtijd bij lege batterij (lood-zuur) | 10 h |
Oplaadtijd bij lege batterij (Li-ion) | 3 h |
Vermogen veegwalsaandrijving | --- W |
Vermogen zijbezems (optie) | 2x80 W |
Vermogen zuigturbine veeginstallatie | --- W |
Zuigen | |
Zuigvermogen, luchthoeveelheid | 28 x 2 l/s |
Zuigvermogen, onderdruk | 14 (140) kPa (mbar) |
Onderdruk turbine/zuigbalk | 22/11 (220/110) kPa (mbar) |
Filteroppervlak stoffilter | --- m2 |
Reinigingsborstel | |
Borsteldoorsnede | 510 mm |
Borstellengte | --- mm |
Borsteltoerental | 140 1/min |
Borstelsnelheid zijschrobdek | 140 1/min |
Borsteldiameter zijschrobdek | 300 mm |
Diameter veegwals | --- mm |
Breedte veegwals | --- mm |
Veegwalstoerental | --- 1/min |
Zijbezemdiameter | 450 mm |
Afmetingen | |
Lengte | 1925 mm |
Breedte (zonder zuigbalk) | 1040 mm |
Breedte (met zuigbalk) | 1140 mm |
Hoogte | 1565 mm |
Hoogte (met beschermdak, zwaailicht) | 2200 mm |
Werkbreedte met zijdelingse schrobmodule | 1120 mm |
Werkbreedte met 1 zijbezem | 1150 mm |
Draaicirkel (Ø) | 2120 mm |
Afmetingen batterijvak (lxbxh) | 840 x 625 x 520 mm |
Voorwiel, breedte | 132 mm |
Voorwiel, diameter (buiten) | 300 mm |
Achterwiel, breedte | 108 mm |
Achterwiel, diameter (buiten) | 375 mm |
Gewicht | |
Toegestaan totaal gewicht | 1840 kg |
Transportgewicht (met 525/630 Ah batterij, 75 kg bestuurder, gem. borstelkop) | 960/1460 kg |
Gewicht, gebruiksklaar (met 525/630 Ah batterij en vol reservoir) | 1141/1641 kg |
Borstelaanpersdruk | 130 kg |
Borstelaanpersdruk | 42 g/cm2 |
Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaterreservoir) | |
Oppervlaktebelasting wiel veeginstallatie | --- N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, voorwiel | 207 N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, achterwiel | 60 N/cm2 |
Oplaadapparaat offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 230 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 420 x 260 x 115 mm |
Gewicht | 10 kg |
Beschermingsklasse | IP 21 |
Type stekker | Schuko |
Laadstroom | 65 A |
Oplaadapparaat Li-ion offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 380 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 535 x 210 x 360 mm |
Gewicht | 35 kg |
Beschermingsklasse | IP 22 |
Type stekker | CEE 32 A |
Laadstroom | 200 A |
Vermogen | 13,3 kW |
Omgevingsvoorwaarden | |
Maximale omgevingstemperatuur | 40 °C |
Minimale omgevingstemperatuur | 5 °C |
Maximale watertemperatuur | 60 °C |
Helling | |
Maximale helling (bij transportrit) | 15 % |
Maximale helling (in schrobmodus) | 15 % |
Berekende waarden conform EN 60335-2-72 | |
Totale trillingswaarde | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde armen | ≤ 2,5 m/s2 |
Vibratiewaarde hand-arm, onzekerheid K | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde zitvlak | ≤ 0,5 m/s2 |
Vibratiewaarde zetel, onzekerheid K | ≤ 0,5 m/s2 |
Geluidsdrukniveau | 73 dB(A) |
Onzekerheid KpA | 3 dB(A) |
Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA | 94 dB(A) |
Beschermingsklasse | IPX3 |
Zijdelingse schrobmodule | |
Vermogen | 260 W |
Aanpersdruk | 9,7 kg |
Aanpersdruk | 0,00239 N/mm2 |
Algemeen | |
Rij-/reinigingssnelheid | 10 km/h |
Transportsnelheid | 10 km/h |
Snelheid achteruit | 6 km/h |
Toelaatbare remweg op een vlakke ondergrond bij een maximale rijsnelheid van 10 km/h | 1,9 m |
Gebruiksduur afhankelijk van borstelkop, borsteldruk en ruwheid van de ondergrond | 3,5 h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit | 10000 m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijdelingse schrobmodule | --- m2/h |
Theoretische oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems | 11500 m2/h |
Praktische oppervlaktecapaciteit met borstelkop | 7000 m2/h |
Volume schoon-/vuilwaterreservoir | 260 l |
Volume grofvuilreservoir | --- l |
Reinigingsmiddelreservoir (optie Dose) | 10 l |
Doseerhoeveelheid reinigingsmiddel (van - tot) | 0-3 % |
Minimale waterdosering | 0,9 l/min |
Maximale waterdosering | 9 l/min |
max. oppervlaktedruk (incl. bestuurder, water) | 1,33 N/mm2 |
Gegevens capaciteit apparaat | |
Nominale spanning | 36 V |
Accucapaciteit | 525/630 Ah |
Gemiddelde netbelasting | 8000 W |
Vermogen rijmotor | 2200 W |
Vermogen zuigmotor | 2x840 W |
Vermogen borstelmotor | 2x 1100 W |
Oplaadtijd bij lege batterij (lood-zuur) | 10 h |
Oplaadtijd bij lege batterij (Li-ion) | 3 h |
Vermogen veegwalsaandrijving | 600 W |
Vermogen zijbezems (optie) | 2x80 W |
Vermogen zuigturbine veeginstallatie | 115 W |
Zuigen | |
Zuigvermogen, luchthoeveelheid | 28 x 2 l/s |
Zuigvermogen, onderdruk | 14 (140) kPa (mbar) |
Onderdruk turbine/zuigbalk | 22/11 (220/110) kPa (mbar) |
Filteroppervlak stoffilter | 4 m2 |
Reinigingsborstel | |
Borsteldoorsnede | 510 mm |
Borstellengte | --- mm |
Borsteltoerental | 140 1/min |
Borstelsnelheid zijschrobdek | --- 1/min |
Borsteldiameter zijschrobdek | --- mm |
Diameter veegwals | 250 mm |
Breedte veegwals | 610 mm |
Veegwalstoerental | 650 1/min |
Zijbezemdiameter | 450 mm |
Afmetingen | |
Lengte | 2710 mm |
Breedte (zonder zuigbalk) | 1040 mm |
Breedte (met zuigbalk) | 1140 mm |
Hoogte | 1565 mm |
Hoogte (met beschermdak, zwaailicht) | 2200 mm |
Werkbreedte met zijdelingse schrobmodule | --- mm |
Werkbreedte met 1 zijbezem | 1260 mm |
Draaicirkel (Ø) | 4960 mm |
Afmetingen batterijvak (lxbxh) | 840 x 625 x 520 mm |
Voorwiel, breedte | 132 mm |
Voorwiel, diameter (buiten) | 300 mm |
Achterwiel, breedte | 108 mm |
Achterwiel, diameter (buiten) | 375 mm |
Gewicht | |
Toegestaan totaal gewicht | 2020 kg |
Transportgewicht (met 525/630 Ah batterij, 75 kg bestuurder, gem. borstelkop) | 1160/1660 kg |
Gewicht, gebruiksklaar (met 525/630 Ah batterij en vol reservoir) | 1341/1841 kg |
Borstelaanpersdruk | 130 kg |
Borstelaanpersdruk | 42 g/cm2 |
Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaterreservoir) | |
Oppervlaktebelasting wiel veeginstallatie | --- N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, voorwiel | 207 N/cm2 |
Oppervlaktebelasting, achterwiel | 60 N/cm2 |
Oplaadapparaat offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 230 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 420 x 260 x 115 mm |
Gewicht | 10 kg |
Beschermingsklasse | IP 21 |
Type stekker | Schuko |
Laadstroom | 65 A |
Oplaadapparaat Li-ion offboard af fabriek | |
Kabellengte | 3000 mm |
Spanning | 380 V |
Frequentiebereik | 50/60 Hz |
Afmetingen | 535 x 210 x 360 mm |
Gewicht | 35 kg |
Beschermingsklasse | IP 22 |
Type stekker | CEE 32 A |
Laadstroom | 200 A |
Vermogen | 13,3 kW |
Omgevingsvoorwaarden | |
Maximale omgevingstemperatuur | 40 °C |
Minimale omgevingstemperatuur | 5 °C |
Maximale watertemperatuur | 60 °C |
Helling | |
Maximale helling (bij transportrit) | 10 % |
Maximale helling (in schrobmodus) | 10 % |
Berekende waarden conform EN 60335-2-72 | |
Totale trillingswaarde | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde armen | ≤ 2,5 m/s2 |
Vibratiewaarde hand-arm, onzekerheid K | ≤ 2,5 m/s2 |
Totale trillingswaarde zitvlak | ≤ 0,5 m/s2 |
Vibratiewaarde zetel, onzekerheid K | ≤ 0,5 m/s2 |
Geluidsdrukniveau | 74 dB(A) |
Onzekerheid KpA | 3 dB(A) |
Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA | 94 dB(A) |
Beschermingsklasse | IPX3 |
Zijdelingse schrobmodule | |
Vermogen | --- W |
Aanpersdruk | --- kg |
Aanpersdruk | --- N/mm2 |