LogoBRC 40/22 C 
  • Algemene instructies
  • Veiligheidsinstructies
    • Gevarenniveaus
  • Functie
  • Reglementair gebruik
  • Veiligheidsschakelaar
  • Milieubescherming
  • Leveringsomvang
  • Beschrijving apparaat
    • Overzicht apparaat
    • Bedieningspaneel
    • Programmakeuzeschakelaar
  • Parkeersteun neerlaten
  • Parkeersteun opheffen
  • Inbedrijfstelling
  • Bediening
    • Stuurwiel instellen
    • Borsteldruk instellen
    • Maximale bedrijfsduur
    • Reinigen
    • Extra gereedschap (optie)
    • Stoppen en parkeren
    • Vuilwaterreservoir leegmakenn
    • Schoonwaterreservoir leegmaken
  • Buitenwerkingstelling
    • Reinigen
    • Vorstbescherming
    • Stuurkolom omleggen
  • Vervoer
  • Vervoer op trappen
  • Opslag
  • Verzorging en onderhoud
    • Onderhoudsintervallen
      • Dagelijks
      • Wekelijks
      • Driemaandelijks
    • Onderhoudswerkzaamheden
      • Zuigslang spoelen
      • Zuigbalk reinigen
      • Reinigingsborstel vervangen
      • Onderhoudscontract
  • Storingen
    • Storingen met indicatie
  • Garantie
  • Technische gegevens
  • Toebehoren en reserveonderdelen
  • EU-conformiteitsverklaring

      BRC 40/22 C 

      59785370 (03/26)

      Algemene instructies

      Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele gebruiksaanwijzing en de meegeleverde veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen.

      Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgende eigenaars.

      Veiligheidsinstructies

      Lees vóór het eerste gebruik van het apparaat deze gebruiksaanwijzing en de bijbehorende veiligheidsinstructies voor borstelreinigingsapparaten, 5.956-251.0, en neem deze in acht.

      WAARSCHUWING

      Lekkend vuil of schoon water op hellende oppervlakken

      Letsel door uitglijden

      Het apparaat mag alleen worden gebruikt, als alle tankdeksel gesloten zijn.

      Gevarenniveaus

      GEVAAR

      Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt.

      WAARSCHUWING

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden.

      VOORZICHTIG

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.

      LET OP

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.

      Functie

      Deze tapijtreiniger wordt gebruikt voor het nat reinigen van tapijtvloeren. Het apparaat spuit reinigingsoplossing uit het schoonwaterreservoir op de vloer die gereinigd moet worden, werkt de reinigingsoplossing in met een borstelwals en zuigt vuil en verbruikte reinigingsoplossing op in het vuilwaterreservoir.

      De reinigingsoplossing bestaat uit schoon water en reinigingsmiddel.

      Het apparaat kan aan de betreffende reinigingstaak worden aangepast door een geschikt reinigingsprogramma te kiezen.

      Tussentijdse reiniging

      De reinigingsoplossing wordt opgesproeid en ingeborsteld. Na het drogen wordt het vuil dat door het reinigingsmiddel is gebonden, in een tweede werkfase weggezogen.

      Basisreiniging

      De reinigingsoplossing wordt opgesproeid, ingeborsteld en in dezelfde werkfase met het verwijderde vuil weer opgezogen.

      De werkbreedte en de capaciteit van de schoon- en vuilwaterreservoirs (zie hoofdstuk "Technische gegevens") zorgen voor een effectieve reiniging bij een lange gebruiksduur.

      Reglementair gebruik

      Gebruik dit apparaat uitsluitend overeenkomstig de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.

      • Dit apparaat is geschikt voor commercieel gebruik, bijvoorbeeld in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels en kantoren.

      • Gebruik het apparaat alleen om oppervlakken te reinigen die niet gevoelig zijn voor vocht of polijsten.

      • Gebruik het apparaat niet voor de reiniging van bevroren vloeren (bijvoorbeeld in koelhuizen).

      • Gebruik het apparaat niet op dikke wollen tapijten.

      • Rust het apparaat alleen uit met origineel toebehoren en dito reserveonderdelen.

      • Gebruik het apparaat alleen voor het reinigen van binnenvloeren.

      Veiligheidsschakelaar

      Als de veiligheidsschakelaar wordt losgelaten, wordt de borstelaandrijving uitgeschakeld.

      Milieubescherming

      De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

      Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huisvuil af.

      Instructies betreffende ingrediënten (REACH)

      Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH

      Leveringsomvang

      De leveringsomvang van het apparaat is op de verpakking afgebeeld. Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur.

      Beschrijving apparaat

      Overzicht apparaat


      1. Veiligheidsschakelaar
      2. Stergreep, transportstand stuurwiel
      3. Kijkglas luchtstroom
      4. Kijkglas vuil water
      5. Deksel vuilwaterreservoir
      6. Indicatie maximaal vulniveau schoonwaterreservoir
      7. Vulopening schoonwaterreservoir
      8. Greep
      9. Sproeier voor reinigingsoplossing
      10. Ontgrendelingsknop borstelwals
      11. Borstelwals
      12. Reservoir voor grof vuil
      13. Filter reinigingsoplossing
      14. Vuilwaterreservoir
      15. Aftapslang vuilwater met doseerinrichting
      16. Stergreep hoogteverstelling stuurwiel
      17. Koppeling (schoon water aflaten)
      18. Opbergvak voor toebehoren
      19. Zuigbalk
      20. Draaigreep borsteldruk
      21. Reinigingskop
      22. Schoonwaterreservoir
      23. Zeef met vlotterkogel
      24. Netstekker
      25. Stuurwiel
      26. Bedieningsveld
      27. Programmakeuzeschakelaar
      28. Overbelastingsbeveiliging voor borstelaandrijving
      29. Kabelhouder

      Bedieningspaneel


      1. Schakelaar reinigingsoplossing
      2. Controlelampje spanningsvoorziening
      3. Controlelampje Zuigen
        • Groen: Zuigturbine in werking

        • Rood knipperend: Storing

      4. Controlelampje borstelaandrijving
        • Groen: Draairichting vooruit

        • Oranje: Draairichting achteruit

        • Rood knipperend: Storing

      5. Controlelampje Reinigingsoplossing aanbrengen
        • Groen: Reinigingsmiddelpomp in werking

        • Rood knipperend: Storing

      6. Schakelaar borsteldraairichting

      Programmakeuzeschakelaar


      1. OFF (apparaat uit)
      2. Alleen borstel actief, geen reinigingsoplossing, geen afzuiging
      3. Tussentijdse reiniging, geen afzuiging
      4. Basisreiniging, volledig vermogen
      5. Afzuiging
      6. Extra gereedschap (optie)

      Parkeersteun neerlaten

      1. Stuurwiel omlaag drukken zodat het apparaat aan de voorzijde omhoog komt.

        De parkeersteun draait naar beneden.

      2. Stuurwiel loslaten.

        Het apparaat staat op de parkeersteun.
        De borstelwals is ontlast en is beschermd tegen vervorming.

      Parkeersteun opheffen

      1. Het apparaat naar voren duwen.

        De parkeersteun draait naar boven.

      Inbedrijfstelling

      WAARSCHUWING

      Gevaar voor de gezondheid door reinigingsmiddelen

      Onjuist gebruik van reinigingsmiddelen vormt een gezondheidsrisico voor de gebruiker.

      Gebruik reinigingsmiddelen alleen op de juiste manier en neem alle veiligheidsinstructies in acht die bij het reinigingsmiddel en in het veiligheidsinformatieblad worden geleverd.

      VOORZICHTIG

      Beschadigingsgevaar door reinigingsmiddelen

      Als reinigingsmiddelen verkeerd worden gebruikt, bestaat het risico dat het apparaat en het te reinigen oppervlak worden beschadigd.

      Gebruik alleen aanbevolen en voor dit apparaat goedgekeurde reinigingsmiddelen.Voor andere reinigingsmiddelen is de exploitant verantwoordelijk voor het verhoogde risico met betrekking tot de bedrijfsveiligheid, gevaar voor ongevallen en verminderde levensduur van het apparaat. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die vrij zijn van oplosmiddelen, fluorzuur en zoutzuur.

      Instructie

      Gebruik geen sterk schuimende reinigingsmiddelen.

      1. Een geschikt reinigingsmiddel selecteren.

        Toepassing
        Reinigingsmiddel
        Tapijtbasisreiniging
        RM 764 vloeibaar
        Tussentijdse tapijtreiniging
        RM 768 iCapsol

        Voor meer informatie het productinformatieblad van het desbetreffende reinigingsmiddel raadplegen.

      2. Vulopening voor schoon water openen.

      3. Het schoonwaterreservoir vullen met water (max. 50 °C) (de indicatie van maximale vulstand in het oog houden en ruimte overlaten voor reinigingsmiddel).

      4. Reinigingsmiddel toevoegen.

        Instructie

        Giet altijd eerst het water erin en pas daarna het reinigingsmiddel om schuimvorming te voorkomen.

      5. Deksel van het schoonwaterreservoir sluiten.

      Bediening

      LET OP

      Gevaar door reinigingsoplossing

      Beschadigingsgevaar

      Controleer het te reinigen voorwerp voor gebruik van het apparaat op een onopvallende plaats op kleurechtheid en waterbestendigheid.

      1. Stel het handvat in op een comfortabele werkpositie.

      2. Verwijder voor de reiniging los vuil met een stofzuiger.

      3. Steek de netstekker in een stopcontact.

      4. Stel de borstelhoogte in op de juiste hoogte voor laagpolig of hoogpolig tapijt.

      Instructie

      Voor een goede werking moet de borstel het tapijt raken.

      Als de veiligheidsschakelaar afgaat, til de borstel dan op om schade aan de motor of het tapijt te voorkomen.

      5. Druk op de toets Sproeien reinigingsoplossing.

      Instructie

      Let op de intelligente snelheidsindicator.

      6. Laat de toets ongeveer 30 cm voor het einde van de reinigingscyclus los.

      Stuurwiel instellen

      1. De stergreep van de hoogteverstelling lossen om het stuurwiel te verstellen.

      2. Stuurwiel op gewenste hoogte instellen.

      3. De stergreep weer vastdraaien.

      Borsteldruk instellen

      1. Het apparaat naar de werkplek schuiven.

      2. Parkeersteun uitklappen.

      3. Draaigreep borsteldruk op de aanbevolen waarde zetten.

        Instructie

        Aanbevolen instelling:


        A
        Naaldvlies
        2 (3)
        B
        Lussentapijt, vlak
        3 (4)
        C
        Velours, gesneden lussen, vlak
        1...2*
        D
        Pluche, hoogpolig, voelt als fluweel
        1...2*
        E
        Gesneden lussen, getwijnd
        1...2*

        (X) bij te lage voortstuwing

        * afhankelijk van de weefselhoogte

      4. Parkeersteun inklappen.

      5. Het apparaat inschakelen op het tapijt dat gereinigd moet worden.

        Als de borstelaandrijving nu bij het naar voren schuiven ondersteuning biedt, dan is de instelling correct.

        Als bij het schuiven geen ondersteuning merkbaar is, moet de instelling worden verhoogd en de procedure worden herhaald.

      6. Als het controlelampje voor de borstelaandrijving na enkele seconden gebruik een storing aangeeft, dan moet de instelling worden verlaagd.

      Maximale bedrijfsduur

      Tapijten
      Maximale bedrijfsduur, minuten
      Tussentijdse reiniging
      Basisreiniging
      Naaldvlies
      50...60
      8...10
      Lussentapijt, vlak
      40...50
      8...10
      Velours, gesneden lussen, vlak
      40...50
      6...8
      Pluche, hoogpolig, voelt als fluweel
      25...30
      2...3
      Gesneden lussen, getwijnd
      25...30
      2...3

      Na de maximale bedrijfsduur moet een bedrijfspauze van 10 minuten worden gehouden om het apparaat te laten afkoelen.

      Tijdens de bedrijfspauze kan het vuilwaterreservoir en het filter voor grof vuil worden geleegd, kunnen de borstels worden gecontroleerd en kan het schoonwaterreservoir worden bijgevuld.

      Reinigen

      LET OP

      Beschadigingsgevaar voor de vloerbedekking

      De vloerbedekking kan beschadigd raken als het apparaat ter plekke blijft staan met ingeschakelde borstelaandrijving.

      Gebruik het apparaat alleen in beweging en niet stilstaand op een zelfde plaats.
      1. Verlengsnoer in de kabelhouder hangen voor trekontlasting.

      2. Het verlengsnoer eerst verbinden met de netstekker en daarna met een stopcontact.

      3. De programmaschakelaar op de gewenste functie draaien.

      4. Schakel indien nodig de schakelaar voor de reiningingsoplossing in.

      5. De veiligheidsschakelaar naar het stuurwiel trekken, de geselecteerde functies worden ingeschakeld.

      6. Het apparaat naar voren duwen totdat de parkeersteun inklapt en de reinigingskop de vloer raakt.

      7. Het apparaat over het te reinigen oppervlak bewegen.

        Instructie

        Als de schakelaar voor de borsteldraairichting op het stuurwiel wordt bediend, dan rijdt het apparaat ook achteruit.

        Gebruik de rechterkant van het apparaat voor reiniging dicht bij een rand.

        LET OP

        Risico op beschadiging van de aandrijving en de vloerbedekking

        Een verkeerd ingestelde aanpersdruk kan de aandrijving en de vloerbedekking beschadigen.

        Als het controlelampje van de borstelaandrijving na een korte bedrijfsduur rood knippert, verlaag dan de aanpersdruk.
      8. Tijdens het werken het kijkglas voor de luchtstroom in het oog houden.

        Instructie

        Het apparaat is uitgerust met doorzichtige afdekkingen die het voor de bediener gemakkelijker maken om de vuile oplossing en de zuigluchtstroom te zien.

        LET OP

        Houd tijdens het gebruik de afdekking van de afzuiging in de gaten.

        Grote hoeveelheden water of schuim die in het zuigsysteem terechtkomen, kunnen de zuigmotor beschadigen.

        Schakel de machine onmiddellijk uit. Leeg het vuilwaterreservoir en/of voeg antischuimmiddel toe.
      9. Na het reinigen de programmaschakelaar op Uit zetten, de borstel terug in de opbergpositie zetten en de netstekker uit het stopcontact halen.

      10. Het vuilwaterreservoir leegmaken via de aftapslang en met koud water reinigen.

      11. Het schoonwaterreservoir leegmaken en reinigen.

      Extra gereedschap (optie)

      1. Het stuurwiel op achteruitrijden zetten.


        1. Zuigslang
        2. Zuigbalk
        3. Koppeling reinigingsoplossing
      2. De zuigslang lostrekken van de zuigbalk.

      3. De zuigslang van het apparaat verbinden met de zuigslang van het extra gereedschap.

      4. De slang voor de reinigingsoplossing van het extra gereedschap verbinden met de koppeling op de reinigingskop.

        Instructie

        Voor de aansluiting is een adapter nodig (zie "Toebehoren en reserveonderdelen").

      5. De programmakeuzeschakelaar op de stand extra gereedschap zetten.

      6. Schakelaar reinigingsoplossing inschakelen.

      7. De reiniging met het extra gereedschap uitvoeren.

      Stoppen en parkeren

      LET OP

      Beschadigingsgevaar voor de borstels

      De borstel kan blijvend vervormend raken als het apparaat erop wordt geparkeerd.

      Parkeer het apparaat alleen op de uitgeklapte parkeersteun.
      1. De veiligheidsschakelaar loslaten.

      2. Het apparaat nog 1-2 m naar voren rijden om het resterende water op te zuigen.

      3. De programmakeuzeschakelaar op "OFF" zetten.

      4. Parkeersteun uitklappen.

      5. Apparaat parkeren.

      Vuilwaterreservoir leegmakenn

      WAARSCHUWING

      Milieuverontreiniging door vuil water!

      Mogelijke milieuverontreiniging als gevolg van onjuiste lozing van vuil water in het rioolwater.

      Neem de plaatselijke voorschriften inzake de behandeling van afvalwater in acht en handel overeenkomstig.
      1. Als het vuilwaterreservoir vol is, de programmaschakelaar op Uit zetten.

      2. Het apparaat naar een geschikte afvoer rijden.

      3. Het deksel van vuilwaterreservoir afnemen.

      4. De aftapslang vuil water uit de houder nemen en in een geschikte afvoerinrichting voeren.

        Instructie

        De afvoerslang is uitgerust met een doseerinrichting. Door samendrukken van de zachte plek op de doseerinrichting kan de afvalwaterstroom worden gecontroleerd.

      5. Doseerinrichting samendrukken.

      6. Deksel van de doseerinrichting afnemen.

      7. Vuil water door openen van de doseerinrichting aflaten.

      8. Na het aflaten, het vuilwaterreservoir met helder water uitspoelen.

        Instructie

        Het vuilwaterreservoir kan ook worden verwijderd en apart naar de afvoerinrichting worden gedragen.

        LET OP

        Risico op letsel door zwaar vuilwaterreservoir.

        Het vuilwaterreservoir is erg zwaar als het vol is (zie "Technische gegevens")

        Houd rekening met het gewicht bij het dragen en gebruik indien nodig geschikte transporthulpmiddelen.

      Schoonwaterreservoir leegmaken

      WAARSCHUWING

      Milieuvervuiling door reinigingsmiddeloplossing!

      Mogelijke milieuverontreiniging als gevolg van onjuiste lozing van reinigingsmiddeloplossing in het rioolwater.

      Neem de plaatselijke voorschriften inzake de behandeling van afvalwater in acht en handel overeenkomstig.
      1. Het apparaat naar een geschikte afvoer rijden.

      2. De koppeling van de reinigingsmiddeloplossing voor het aftappen van schoon water naar beneden schuiven.

      3. De slang lostrekken, naar beneden draaien en over de afvoerinrichting leiden.

      Buitenwerkingstelling

      1. De programmaschakelaar op Uit (OFF) zetten.

      2. Het apparaat naar een geschikte afvoerinrichting rijden.

      3. De watertanks leegmaken.

      Reinigen

      1. Het schoonwaterreservoir met ongeveer 4 liter water (max. 50 °C) vullen en het sproeisysteem spoelen door op de toets Reinigingsoplossing te drukken.

      2. De netstekker uit het stopcontact trekken.

      3. De slang van de reinigingsoplossing uit de slangnippel trekken en de reinigingsoplossing laten weglopen.

      4. Het filter van de reinigingsoplossing reinigen.

      5. Het vuilwaterreservoir met helder water schoonspoelen.

      6. Het apparaat naar achteren kantelen en de reinigingskop en zuigbalk reinigen.

      Vorstbescherming

      LET OP

      Vorstgevaar

      Apparaten die niet volledig leeg zijn, kunnen beschadigd raken door vorst.

      Maak het apparaat en het toebehoren volledig leeg.Bescherm het apparaat tegen vorst.
      1. De reservoirs voor schoon en vuil water leegmaken.

      2. Apparaat in een vorstvrije ruimte parkeren.

      Stuurkolom omleggen

      De stuurkolom kan worden omgelegd om ruimte te besparen voor vervoer en opslag.

      1. Stergreep transportstand lossen.

      2. Het stuurwiel helemaal naar voren draaien.

      3. Stergreep vastzetten.

      Vervoer

      LET OP

      Gevaar voor letsel en beschadiging door het gewicht van het apparaat

      Het gewicht van het apparaat vormt een gevaar voor de gezondheid bij het optillen en een risico op schade door ongecontroleerde beweging.

      Draag het apparaat alleen met twee personen of gebruik een geschikt hulpmiddel en houd rekening met het gewicht van het apparaat bij het optillen en transporteren (zie "Technische gegevens").
      1. Borstel eruit nemen om beschadiging van de borstel te vermijden.

      2. Bij het transport in voertuigen het apparaat conform de richtlijnen tegen wegglijden en omvallen beveiligen.

      Vervoer op trappen

      LET OP

      Gevaar voor letsel en beschadiging door het gewicht van het apparaat

      Het gewicht van het apparaat vormt een gezondheidsrisico bij het optillen.

      Draag het apparaat alleen met twee personen op trappen en houd rekening met het gewicht van het apparaat bij het optillen en transporteren (zie "Technische gegevens").
      1. Het stuurwiel op de hoogste positie instellen.

      2. Een persoon houdt het apparaat vast aan de 2 grepen aan de voorkant onder het schoonwaterreservoir.

      3. Een tweede persoon houdt het apparaat vast aan het stuurwiel.

      Instructie

      Het apparaat niet aan de reinigingskop dragen, aangezien het apparaat hierbij om de stuurkolom kan draaien.

      Opslag

      VOORZICHTIG

      Niet-naleving van het gewicht

      Gevaar voor letsel en beschadiging

      Neem bij het transport en de opslag het gewicht van het apparaat in acht.

      Het apparaat alleen in binnenruimtes opslaan.

      Verzorging en onderhoud

      LET OP

      Beschadigingsgevaar voor het apparaat door uittredend water.

      Maak het schoonwaterreservoir en het vuilwaterreservoir leeg alvorens werkzaamheden aan het apparaat uit te voeren.
      • Apparaat op een vlakke ondergrond neerzetten.

      Onderhoudsintervallen

      Dagelijks

      LET OP

      Beschadigingsgevaar!

      Gevaar voor beschadiging van het apparaat door onjuiste reiniging.

      Spuit het apparaat niet af met water en gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen.

        Vóór de werkzaamheden

      • Netkabel, verlengkabel en slangen voor elke inbedrijfstelling op beschadiging controleren.

      • Het spuitbeeld van de sproeier controleren.

        Instructie

        Gebruik geen naalden, draden enz. om de sproeiers schoon te maken, omdat dit het sproeibeeld kan beïnvloeden.

      • Na het werk

      • Vuilwaterreservoir leegmaken en met helder water uitspoelen.

      • Afdekkingen en afdichtingen controleren op beschadigingen.

      • De zeef en de vlotterkogel in het vuilwaterreservoir controleren, indien nodig reinigen.

      • De borstel reinigen.

      • De borstel controleren op slijtage en beschadiging, indien nodig vervangen (zie "Onderhoudswerkzaamheden").

      • Het reservoir voor grof vuil eruit nemen en leegmaken.

      • De zuigbalk controleren op vervuiling, indien nodig reinigen.

      • De zuigbalk controleren op beweeglijkheid.

      • De afstrijkstrips van de zuigbalk controleren op slijtage en indien nodig vervangen (zie "Onderhoudswerkzaamheden").

      • De zuigslang spoelen.

      • Het schoonwaterreservoir en het sproeisysteem spoelen met ca. 5 liter helder water.

      • De zuigturbine voor het drogen ten minste 1 minuut laten draaien.

      • Het apparaat aan de buitenkant reinigen met een vochtige doek. Indien nodig kan een beetje mild zeepsop worden gebruikt.

      • Het apparaat parkeren met het deksel van het vuilwaterreservoir open om geurvorming te voorkomen.

      Wekelijks

      • Alle slangen en afdichtinge controlerenn op beschadigingen. Laat defecte onderdelen vervangen door de klantenservice.

      • De borstel eruit nemen en zorgvuldig reinigen.

      • Het kijkglas voor vuil water reinigen.

      • De zuigbalk en de zuigslang controleren op beschadigingen.

      • De wieltjes onder de reinigingskop controleren op vervuiling en deze indien nodig reinigen.

      • Het schoonwaterfilter reinigen.

      Driemaandelijks

      • Voorgeschreven inspectie door de klantendienst laten uitvoeren.

      Onderhoudswerkzaamheden

      Zuigslang spoelen


        1. Zuigslang
        2. Aanzuigkanaal zuigturbine
      1. Vuilwaterreservoir afnemen.

      2. De waterslang in de zuigslang steken.

        LET OP

        Beschadigingsgevaar aan de zuigturbine.

        Water kan via het aanzuigkanaal de zuigturbine binnendringen en deze beschadigen.

        Let bij het spoelen erop dat geen water in het aanzuigkanaal van de zuigturbine terechtkomt.
      3. De zuigslang en de zuigbalk met een sterke waterstraal uitspoelen.

      Zuigbalk reinigen

      Instructie

      De zuigbalk kan worden afgenomen om hem te reinigen.


        1. Draaibare houder
        2. Clip
      1. Vuilwaterreservoir afnemen.

      2. Het stuurwiel naar de stand achteruitrijden draaien en het apparaat naar achteren kantelen.

      3. Zuigslang lostrekken van de zuigbalk.

      4. Beide clips lossen

      5. Zuigbalk afnemen.

      6. De draaibare houder openen en de sproeier verwijderen voor reiniging.

      Reinigingsborstel vervangen

      Instructie

      De borstel moet worden vervangen wanneer deze zo sterk versleten is dat de voorkant van de reinigingskop de grond raakt.

      1. Vuilwaterreservoir afnemen.

      2. Het apparaat naar achteren kantelen.

      3. Ontgrendelingsknop borstelwals indrukken, borstelwals naar beneden zwenken en van de meenemer trekken.

      4. De nieuwe borstel op de meenemer steken en aan de tegenoverliggende kant vastklikken.

      Onderhoudscontract

      Ter verzekering van een betrouwbare werking van het apparaat kunt u met het bevoegde Kärcher-verkoopkantoor een onderhoudscontract afsluiten.

      Storingen

      LET OP

      Beschadigingsgevaar voor het apparaat door uittredend water.

      Maak het schoonwaterreservoir en het vuilwaterreservoir leeg alvorens werkzaamheden aan het apparaat uit te voeren.

      Bij storingen die met deze tabel niet kunnen worden verholpen de klantenservice raadplegen.

      Storingen met indicatie

      Controlelampje borstelaandrijving
      Oplossing
      Brandt rood
      Borstelwals plaatsen
      Knippert twee keer rood, apparaat stopt
      De borsteldruk verminderen
      Knippert 3 maal rood, apparaat stopt
      Borstelwals reinigen
      Knippert 4 maal rood, apparaat stopt
      Klantenservice informeren
      Knippert 5 maal rood, apparaat stopt
      Apparaat laten afkoelen, de borsteldruk verminderen
      Knippert 6 maal rood, apparaat stopt

      Storingen zonder indicatie

      Storing
      Oplossing
      Apparaat kan niet gestart worden
      Netstekker in het stopcontact steken.
      Ovebelastingszekering resetten door erop te drukken.
      De zekering van het gebouw controleren
      Onvoldoende zuigcapaciteit
      Het vuilwaterreservoir leegmaken en de vlotterkogel reinigen.
      Zuigbalk reinigen
      Afdichtingen aan het vuilwaterreservoir en het kijkglas controleren
      Zuigslang controleren op verstopping
      De zuigslang controleren op lekdichtheid en eventueel vervangen
      Onvoldoende waterhoeveelheid
      Sproeiers reinigen, controleren op beschadiging, indien nodig vervangen
      Filter voor reinigingsoplossing reinigen
      Borstelrol draait niet
      Programmakeuzeschakelaar op het gewenste reinigingsprogramma zetten
      Controleren of een vreemd voorwerp de borstelwals blokkeert en eventueel het voorwerp verwijderen.

      Garantie

      In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice.

      Meer informatie vindt u onder: www.kaercher.com/dealersearch

      Meer informatie over de garantie (indien beschikbaar) vindt u in het servicegedeelte van uw lokale KÄRCHER-website onder "Downloads".

      Technische gegevens

        

      Algemeen
      Theoretische oppervlaktecapaciteit
      500 m2/h
      Volume vuilwaterreservoir
      19 l
      Volume verswaterreservoir
      22 l
      Reinigingsmiddel sproeien
      4 snelwisselsproeiers
      Afmetingen
      Lengte
      889 mm
      Breedte zonder zuigbalk
      470 mm
      Breedte zuigbalk
      406 mm
      Hoogte
      1118 mm
      Gewicht
      Toegestaan totaal gewicht
      64,6 kg
      Leeggewicht (transportgewicht)
      42,6 kg
      Gegevens capaciteit apparaat
      Nominale spanning
      220-240 V
      Gemiddelde netbelasting
      1800 W
      50 Hz
      Vermogen zuigturbine
      1200 W
      Vermogen borstelaandrijving
      400 W
      Beschermingsgraad
      IPX4
      Zuigen
      Zuigvermogen, luchthoeveelheid
      47 l/s
      Onderdruk (tijdens bedrijf)
      29 (290) kPa (mbar)
      Breedte zuigbalk
      16 inch spuitgegoten kunststof met veerbelaste neerwaartse druk
      Reinigingsborstel
      Borsteldoorsnede
      96 mm
      Borsteltoerental
      1100 1/min
      Omgevingsvoorwaarden
      Toegestaan temperatuurbereik
      5...40 °C
      Watertemperatuuur max.
      50 °C
      Berekende waarden conform EN 60335-2-68
      Totale vibratiewaarde
      <2,5 m/s2
      Geluidsdrukniveau LpA
      74 dB(A)

      Toebehoren en reserveonderdelen

      Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.

      Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.

      EU-conformiteitsverklaring

      Hierbij verklaren wij dat het hieronder genoemde product voldoet aan de desbetreffende bepalingen van de vermelde richtlijnen en verordeningen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van het product verliest deze verklaring zijn geldigheid. De fabrikant is als enige verantwoordelijk voor de afgifte van deze conformiteitsverklaring.

      Product: Schuurzuigmachine

      Type: 1.008-xxx

      Richtlijnen en verordeningen

      2006/42/EG (+2009/127/EG)

      2014/30/EU

      2011/65/EU

      Toegepaste geharmoniseerde normen

      EN 60335-1

      EN 60335-2-68

      EN 55014-1: 2017 + A11: 2020

      EN 55014-2: 1997+A1: 2001+A2: 2008

      EN 61000-3-2: 2014

      EN 61000-3-3: 2013

      EN 62233: 2008

      Naam en adres

      Gevolmachtigde voor de documentatie:

      S. Reiser

      Alfred Kärcher SE & Co. KG

      Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

      71364 Winnenden (Germany)

      Tel.: +49 7195 14-0

      Fax: +49 7195 14-2212


      Winnenden, 25/12/01

      De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

      Alfred Kärcher SE & Co. KG

      Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

      71364 Winnenden (Germany)

      Tel.: +49 7195 14-0

      Fax: +49 7195 14-2212

      <BackPage>

      2-2-SC-A4-GS-AW04074



      </BackPage>