LogoHDS 9/50 De Tr1HDS 13/35 De Tr1HDS 13/20 De Tr1HDS 17/20 De Tr1
  • Algemene instructies
  • Milieubescherming
    • Aanvullende opmerkingen inzake de milieubescherming
  • Symbolen op het apparaat
  • Reglementair gebruik
    • Grenswaarden voor de watertoevoer
  • Veiligheidsinstructies
    • Algemeen
    • Bandenuitrusting
    • Hogedrukslang
  • Functie
  • Veiligheidsinrichtingen
    • Noodstopschakelaar
    • Veiligheidsschakelaar voorste kap
    • Overstroomklep
    • Veiligheidsklep
    • Laadstroombewaking batterij
    • Temperatuurbewaking wateringang resp. koelwater
    • Watertekortbeveiliging vlottertank
    • Watertekortbeveiliging brander
    • Drukschakelaar/stromingsschakelaar
    • Bewaking vulniveau brandstof
    • Motorolie druk
    • Afvoergas-temperatuurbegrenzer
    • Temperatuurbewaking brander
    • Vlambewaking
    • Uitschakeling na overschrijding van de tijd voor bedrijfsgereedheid of continu gebruik
    • Beveiligingspal
  • Overzicht apparaat
    • Beschrijving apparaat
    • Bedieningsveld
    • Registratiedossier
    • Display normaal bedrijf
    • Display vorstbescherming
    • Hogedrukpistool
  • Inbedrijfstelling
    • Apparaat opstellen en uitlijnen
    • Voorste kap openen/sluiten
    • Motor
    • tussenbak
    • Hogedrukpomp
    • Koelvloeistof
    • Luchtfilter
    • Onthardingsvloeistof bijvullen
    • Brandstof bijvullen
    • Reinigingsmiddel bijvullen
    • Batterij
      • Veiligheidsvoorschriften accu's
      • Accu laden
    • Hogedrukpistool, straalbuis, mondstuk en hogedrukslang monteren
    • Wateraansluiting
    • Watertanks vullen
  • Bediening
    • Hogedrukpistool openen/sluiten
    • Mondstuk vervangen
    • Watertoevoer
      • Kogelkraan terugloopomschakeling
      • Externe watertoevoer
      • Interne watervoorziening
    • Apparaat inschakelen
    • Gebruik met koud water
    • Gebruik met heet water
    • Toerentalbesturing
    • Werkdruk en opvoerhoeveelhid instellen
    • Werking met reinigingsmiddel
    • Onkruidverwijdering
      • Onkruidverwijdering v2.0
      • Onkruidverwijdering v3.0 & v5.0
    • Stoommodus (stoomreiniging en desinfectie)
    • Werking onderbreken
    • Na gebruik met reinigingsmiddel
    • Apparaat uitschakelen
    • Vorstbescherming
      • Vorstbescherming motor
      • Vorstbescherming accu
      • Antivriesspoeling in de circuit (hogedrukpomp)
      • Antivries uit het hogedruksysteem pompen
  • Vervoer
    • Gebruik van de aanhanger
    • Kraantransport
  • Opslag
  • Verzorging en onderhoud
    • Flowschema
    • Display klantenservice
    • Onderhoudsintervallen
    • Onderhoudswerkzaamheden
      • Wateringangsfilter reinigen
      • Pompvoorfilter reinigen
      • Filter aan de reinigingsmiddel-zuigslang reinigen
      • Oliepeil van de motor controleren en motorolie bijvullen
      • Oliepeil van de tussenbak controleren en transmissieolie bijvullen
      • Het oliepeil van de hogedrukpomp controleren op de peilstok en olie bijvullen
      • Koelvloeistof controleren en bijvullen
      • Luchtfilter reinigen/vervangen
      • V-snaar ventilator controleren
      • Oplooprem smeren
      • Bandenspanning controleren
      • Wiel verwisselen
      • Aanhangwagen
  • Hulp bij storingen
    • ERROR 1

      Laadstroom

    • ERROR 3

      Temperatuur wateringang resp. koelwater

    • ERROR 4

      Watertekort

    • ERROR 5

      Stromingsschakelaar/ drukschakelaar

    • ERROR 6

      Brandstofvoeler

    • ERROR 9*

      Uitlaatgastemperatuur

    • ERROR 10*

      Temperatuur brander

      Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

    • ERROR 11*

      Vlamvoeler (geen vlam)

      Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

    • ERROR 12*

      Vlamvoeler (vlam gaat niet uit)

      Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

    • ERROR 14

      Uitschakeling na 45 minuten durende pauze.

    • ERROR 15

      Uitschakeling na 45 minuten continu gebruik

    • Apparaat stopt, indicatie op display gaat uit

    • Geen indicatie op display na het inschakelen

    • Motor start niet of gaat direct weer uit

    • Werkdruk schommelt

    • Roetaanslag in brander

    • Witte rook uit brander

    • Controlelampje voorste kap/noodstop brandt.

    • Water druppelt vanonder uit apparaat

    • Apparaat bouwt geen druk op

    • Geklop uit hogedrukpomp

    • Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:

      Onvoldoende of geen toevoer van reinigingsmiddel

    • Overstroomklep gaat bij een geopend handspuitpistool voortdurend open/dicht

    • Controlelampje van de WR-box brandt rood

    • Display storing
    • Klantenservice
  • Storingen weergegeven op het display
  • Hulp bij storingen zonder indicatie op het display
    • ERROR 1

      Laadstroom

    • ERROR 3

      Temperatuur wateringang resp. koelwater

    • ERROR 4

      Watertekort

    • ERROR 5

      Stromingsschakelaar/ drukschakelaar

    • ERROR 6

      Brandstofvoeler

    • ERROR 9*

      Uitlaatgastemperatuur

    • ERROR 10*

      Temperatuur brander

      Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

    • ERROR 11*

      Vlamvoeler (geen vlam)

      Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

    • ERROR 12*

      Vlamvoeler (vlam gaat niet uit)

      Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

    • ERROR 14

      Uitschakeling na 45 minuten durende pauze.

    • ERROR 15

      Uitschakeling na 45 minuten continu gebruik

    • Apparaat stopt, indicatie op display gaat uit

    • Geen indicatie op display na het inschakelen

    • Motor start niet of gaat direct weer uit

    • Werkdruk schommelt

    • Roetaanslag in brander

    • Witte rook uit brander

    • Controlelampje voorste kap/noodstop brandt.

    • Water druppelt vanonder uit apparaat

    • Apparaat bouwt geen druk op

    • Geklop uit hogedrukpomp

    • Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:

      Onvoldoende of geen toevoer van reinigingsmiddel

    • Overstroomklep gaat bij een geopend handspuitpistool voortdurend open/dicht

    • Controlelampje van de WR-box brandt rood

  • Garantie
  • Toebehoren en reserveonderdelen
  • EU-conformiteitsverklaring
  • Technische gegevens
    • HDS 9/50 DE Tr1
    • HDS 13/35 DE Tr1
    • HDS 13/20 DE Tr1
    • HDS 17/20 DE Tr1

      HDS 9/50 De Tr1
      HDS 13/35 De Tr1
      HDS 13/20 De Tr1
      HDS 17/20 De Tr1

      59696890 (02/25)

      Algemene instructies

      Lees deze oorspronkelijke gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat voor het eerst gebruikt, handel dienovereenkomstig en bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of voor de volgende eigenaars.

      • Bij transportschade de dealer onmiddellijk op de hoogte brengen.

      • Verpakkingsinhoud bij het uitpakken controleren.

      • Vóór de eerste inbedrijfstelling absoluut veiligheidsinstructies nr. 5.951-949.0 lezen.

      Milieubescherming

      De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

      Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huisvuil af.

      Instructies betreffende ingrediënten (REACH)

      Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH

      Aanvullende opmerkingen inzake de milieubescherming

      Zorg ervoor dat motorolie, stookolie, diesel en benzine niet in het milieu terechtkomen. Bescherm de grond en verwijder afgewerkte olie op milieuvriendelijke wijze.

      Symbolen op het apparaat

       
      De hogedrukstraal niet op personen, dieren, actieve elektrische uitrusting of het apparaat zelf richten.
      Het apparaat tegen vorst beschermen.
       
      Gevaar door elektrische spanning. Uitsluitend elektriciens of daartoe bevoegde vakmensen mogen werkzaamheden aan de elektrotechnische installatie uitvoeren.
       
      Waarschuwing voor risico op kneuzing!
       
      Gevaar voor oog- en gehoorschade. Ogen- en gehoorbescherming dragen.
      Gezondheidsrisico door giftige uitlaatgassen. Adem de uitlaatgassen niet in.
      Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken.

      Reglementair gebruik

      Instructie

      Geldt alleen voor Duitsland: Het apparaat is niet voor mobiel (niet-stationair) gebruik bedoeld.

      • Het apparaat wordt speciaal gebruikt op plaatsen waar geen elektrische aansluiting beschikbaar is en met heet water moet worden gewerkt.

      • Reinigen van: machines, voertuigen, bouwwerken, gereedschap, gevels, terrassen, tuintoestellen etc.

      GEVAAR

      Gevaar voor letsel!

      Bij gebruik in tankstations of andere gevarenzones

      Neem de desbetreffende veiligheidsvoorschriften in acht.

      Zorg ervoor dat afvalwater dat minerale olie bevat niet in de grond, het water of de riolering terechtkomt. Het wassen van motoren en onderkanten van auto's daarom alleen uitvoeren op daartoe bestemde plaatsen met olieafscheider.

      Grenswaarden voor de watertoevoer

      LET OP

      Vervuild water

      Vroegtijdige slijtage of afzettingen in het apparaat

      Gebruik het apparaat enkel met zuiver water of met recyclingwater dat de grenswaarden niet overschrijdt.

      Voor de watertoevoer gelden volgende grenswaarden:

      pH-waarde
      6,5-9,5
      Elektrische geleidbaarheid
      Geleidbaarheid van schoon water+1200 µS/cm
      bezinkbare stoffen **
      < 0,5 mg/l
      uitfilterbare stoffen ***
      < 50 mg/l
      Koolwaterstoffen
      < 20 mg/l
      Chloride
      < 300 mg/l
      Sulfaat
      < 240 mg/l
      Calcium
      < 200 mg/l
      Totale hardheid
      < 28 °dH< 50 °TH< 500 ppm (mgCaCO3/l)
      IJzer
      < 0,5 mg/l
      Mangaan
      < 0,05 mg/l
      Koper
      < 2 mg/l
      Actieve chloor
      < 0,3 mg/l
      vrij van onaangename geuren
      * Maximaal totaal 2000 μS/cm** Monstervolume 1 l, bezinktijd 30 min*** Geen abrasieve stoffen

      Veiligheidsinstructies

      GEVAAR

      Gebruik het apparaat nooit in gesloten ruimten.

      GEVAAR

      Bewaar, mors of gebruik dieselbrandstof niet in de buurt van open vuur of apparaten zoals kachels, verwarmingsketels, boilers etc. die een waakvlam hebben of vonken kunnen veroorzaken.

      GEVAAR

      Vul de brandstoftank nooit te vol.

      Algemeen

      • Neem de betreffende nationale voorschriften van de wetgever voor vloeistofstralers in acht.

      • Overeenkomstige nationale voorschriften van de wetgever inzake ongevallenpreventie in acht nemen. Vloeistofstralers moeten regelmatig worden getest en het resultaat van de test moet schriftelijk worden vastgelegd.

      • De verwarmingseenheid van het apparaat is een stookinrichting. Laat het verbrandingssysteem regelmatig controleren volgens de respectieve nationale voorschriften van de wetgever.

      • Geldt alleen voor apparaten met een aanbouwset stoommodus: Conform geldende nationale bepalingen moet deze hogedrukreiniger bij industrieel gebruik voor de eerste keer door een bekwame persoon in bedrijf worden gesteld. KÄRCHER heeft deze eerste inbedrijfstelling al voor u uitgevoerd en gedocumenteerd. U kunt deze documentatie op verzoek opvragen bij uw KÄRCHER partner. Gelieve bij de documentatie-aanvraag het onderdelen- en fabrieksnummer van uw apparaat te vermelden.

      • Geldt alleen voor apparaten met een aanbouwset stoommodus: We wijzen u erop dat het apparaat conform de geldende nationale bepalingen regelmatig door een bekwame persoon moet worden getest. Neem daarvoor contact op met een KÄRCHER partner.

      • U mag aan het apparaat en het toebehoren ervan geen wijzigingen uitvoeren.

      Bandenuitrusting

      GEVAAR

      Gevaar voor ongevallen

      Banden kunnen losraken bij hoge snelheid.

      Bij voertuigen met goedkeuring voor 100 km/h: Banden mogen niet ouder zijn dan zes jaar. Bij beschadiging, deuk-/scheurvorming aan de wang, profielslijtage..., moeten de banden onmiddellijk worden vervangen.

      Hogedrukslang

      GEVAAR

      Gevaar voor letsel!

      • Gebruik uitsluitende originele hogedrukslangen.

      • De hogedrukslang en de spuitinstallatie moeten voor de in de Technische gegevens vermelde maximale bedrijfsdruk geschikt zijn.

      • Vermijd contact met chemicaliën.

      • Controleer dagelijks de hogedrukslangen. Gebruik geknikte slangen niet langer. Als de buitenste draadlaag zichtbaar is, gebruik dan hogedrukslang niet meer.

      • Gebruik een hogedrukslang met beschadigde schroefdraad niet langer.

      • Leg de hogedrukslang zodanig dat deze niet kan worden overreden.

      • Gebruik een door overrijden, knikken, schokken belaste slang niet meer, ook als er geen beschadiging zichtbaar is.

      • Berg de hogedrukslang zodanig op dat er geen mechanische belastingen optreden.

      Functie

      • De hogedrukpomp wordt via een tussenbak door een dieselmotor aangedreven,

      • Tussen vlotterreservoir en hogedrukpomp wordt het water verwarmd via een warmtewisselaar, die zich in het koelcircuit van de motor bevindt.

      • Bij ononderbroken straalbedrijf schakelt de overstroomklep op drukloze watercirculatie en loopt de motor verder stationair.

      • Het water wordt onder druk verwarmd door een brander op olie.

      • Bij het werken met heet water wordt aan het water onthardingsvloeistof gedoseerd toegevoegd.

      • Alleen HDS 9/50, HDS 13/35 (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20): Via de toerentalbesturing van de motor kan de bedrijfsdruk worden gekozen.

      • Alleen HDS 13/20, HDS 17/20: De hogedrukpomp zuigt reinigingsmiddelen aan. De hoeveelheid reinigingsmiddel in het water kan worden ingesteld door middel van een doseerventiel.

      • Alleen HDS 13/20, HDS 17/20 (optie): Aanbouwset voor onkruidverwijdering met heet water.

      • Alleen HDS 13/20, HDS 17/20 (optie): Aanbouwset voor reiniging en desinfectie met stoom.

      Veiligheidsinrichtingen

      Veiligheidsinrichtingen dienen voor de bescherming van de gebruiker en mogen niet buiten werking worden gesteld of worden overbrugd.

      Noodstopschakelaar

      • Voor de onmiddellijke buitenwerkingstelling van alle functies: Druk de noodstopschakelaar in.

      Veiligheidsschakelaar voorste kap

      • Het apparaat kan alleen in bedrijf genomen worden, wanneer de voorste kap gesloten is.

      • Wanneer de voorste kap tijdens het bedrijf geopend wordt, wordt het apparaat uitgeschakeld en brandt het controlelampje Voorste kap/noodstop rood.

      Overstroomklep

      • Wanneer het handspuitpistool gesloten is, gaat de overstroomklep open en voert de hogedrukpomp het water terug naar het vlotterreservoir. Hierdoor wordt een overschrijding van de toegelaten werkdruk voorkomen.

      • Alleen HDS 13/20, HDS 17/20: Bij het verminderen van de waterhoeveelheid met de druk-/hoeveelheidregeling aan het handspuitpistool, opent de overstroomklep en stroomt een deel van het water terug in het vlotterreservoir of de watertanks (naargelang de stand van de kogelkraan terugloopomschakeling).

      • De overloopklep is af fabriek ingesteld en verzegeld. Instelling alleen door de klantenservice.

      Veiligheidsklep

      • De veiligheidsklep gaat open, als de overstroomklep resp. de drukschakelaar defect is.

      • De veiligheidsklep is af fabriek ingesteld en verzegeld. De instelling wordt alleen uitgevoerd door de klantenservice.

      Laadstroombewaking batterij

      • Bij ontoereikende laadstroom van de dynamo voor het laden van de batterij wordt het apparaat uitgeschakeld.

      • Display storing: ERROR 1

      Temperatuurbewaking wateringang resp. koelwater

      • Wanneer de wateringangstemperatuur de maximaal toelaatbare temperatuur overschrijdt, wordt het apparaat uitgeschakeld.

      • Wanneer de koelwatertemperatuur de maximaal toelaatbare temperatuur overschrijdt, wordt het apparaat uitgeschakeld.

      • Display storing: ERROR 3

      Watertekortbeveiliging vlottertank

      • De watertekortbeveiliging verhindert het inschakelen van de motor bij watertekort.

      • Display storing: ERROR 4

      Watertekortbeveiliging brander

      • De watertekortbeveiliging (stromingsschakelaar) voorkomt oververhitting van de brander bij watertekort. De brander start pas, als er voldoende watertoevoer is.
      • Display storing: ERROR 5

      Drukschakelaar/stromingsschakelaar

      • De combinatie drukschakelaar/stromingsschakelaar schakelt het apparaat uit bij watertekort of lekkage.
      • Display storing: ERROR 5

      Bewaking vulniveau brandstof

      • Bij tekort aan brandstof (brandstofreservoir leeg) wordt het apparaat uitgeschakeld.

      Instructie

      Als u het apparaat uit- en inschakelt, kan het telkens 5 minuten verder draaien, tot het brandstofreservoir volledig leeg is.

      • Bij defecte brandstofvoeler wordt het apparaat uitgeschakeld.

      • Display storing: ERROR 6

      Motorolie druk

      • De drukschakelaar schakelt de motor uit bij onderschrijding van de minimale motoroliedruk.
      • Display storing: ERROR 7

      Afvoergas-temperatuurbegrenzer

      • De uitlaatgasbegrenzer schakelt de brander uit bij het bereiken van een te hoge uitlaatgastemperatuur.

      • Display storing: ERROR 9

      Temperatuurbewaking brander

      • Wanneer de watertemperatuur aan de branderuitgang de maximaal toelaatbare temperatuur overschrijdt, schakelt het apparaat de brander uit.

      • Bij defecte temperatuurvoeler schakelt het apparaat de brander uit.

      • Display storing: ERROR 10

      Vlambewaking

      • De vlambewaking schakelt de brander uit bij een branderstoring.

      • Display storing: ERROR 11 resp. 12

      Uitschakeling na overschrijding van de tijd voor bedrijfsgereedheid of continu gebruik

      • Wanneer de tijd voor bedrijfsgereedheid of continu gebruik van 45 minuten wordt overschreden, schakelt de elektronica het apparaat uit (fabrieksinstelling).

      • Display storing: ERROR 14 resp. 15

      Beveiligingspal

      De beveiligingspal aan het handspuitpistool verhindert onbedoeld inschakelen van het apparaat.

      Overzicht apparaat

      Beschrijving apparaat


      1. Reflector (aan beide zijden)
      2. Achterkap
      3. Gecombineerde rem-/achterlichten met rijrichtingsindicatie (links)
      4. Slangdoorvoering bij gesloten achterkap
      5. Vergrendeling achterkap
      6. Kenteken met kentekenverlichting
      7. Gecombineerde rem-/achterlichten met rijrichtingsindicatie (rechts)
      8. Verzonken greep in voorste kap (aan beide zijden)
      9. Zijlichten (aan beide zijden)
      10. Wielkeg
      11. Steunwiel
      12. Vanghaak
      13. Stekkerverbinding voertuigverlichting
      14. Trekkoord
      15. Trekstang
      16. Parkeerrem
      17. Koppelingshendel
      18. Houder voor stekkerverbinding voertuigverlichting
      19. Steunwielslinger
      20. Vergrendeling voorste kap
      21. Voorste kap
      22. uitlaatgasopening
      23. Hefoog

      1. Dieselmotor
      2. tussenbak
      3. Hogedrukpomp
      4. Veiligheidsblok brander
      5. Uitlaat
      6. Expansievat motorkoelwater
      7. Onderhoudsopening watertank (links)
      8. Luchtfilter
      9. Typeplaatje
      10. Batterij
      11. Chassisnr.
      12. Branderventilator
      13. Brandstofpomp
      14. Doorstroomverwarmer
      15. Ontstekingstransformator
      16. Onderhoudsopening watertank (rechts)
      17. Reinigingsmiddelreservoir
      18. Filter aan de reinigingsmiddel-zuigslang
      19. Reinigingsmiddelzuigslang met niveauvoeler
      20. Reinigingsmiddel doseerklep
      21. Opbergvak voor handspuitpistool
      22. Opbergvak voor straalbuis
      23. Hogedrukslang
      24. Hogedrukslangtrommel
      25. Noodstopschakelaar
      26. Lagedrukslangtrommel
      27. Reservoir voor onthardingsvloeistof
      28. Antivriesreservoir
      29. Vulopening brandstofreservoir met zeef
      30. Kogelkraan antivries
      31. Niveau-indicatie watertanks
      32. Vlotterbak
      33. Toerentalbesturing
      34. Vulopening vlotterreservoir met afdekking/vleugelschroef
      35. Vulopening voor onthardingsvloeistof
      36. Kogelkraan terugloopomschakeling
      37. Schakelkast
      38. Afdekplaat (rechts)
      39. Afdekplaat (links)
      40. Toevoerkraan watertanks
      41. Aflaatkraan
      42. Vorstbeschermingsslang
      43. Waterslang
      44. Wateringangsfilter
      45. Manometer
      46. Toevoer antivries resp. parkeerpositie voor GEKAlagedrukaansluiting
      47. Terugloop antivries resp. parkeerpositie voor hogedrukaansluiting
      48. Tankdop
      49. Bedieningsveld

      Bedieningsveld


      0/OFF = uit

      1. Display
      2. Apparaatschakelaar
      3. Controlelampje voorgloeien (rood)
      4. Controlelampje gereed voor gebruik (rood)
      5. Sleutelschakelaar
      6. Bedrijfsmodus onkruidverwijdering V2.0 (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20)
      7. Controlelampje voorste kap/noodstop (rood)
      8. Bedrijfsmodus koud/warm water (0-100 °C)
      9. Bedrijfsmodus vorstbescherming
      10. Bedrijfsmodus onkruidverwijdering V3.0 & V5.0 resp. bedrijfsmodus stoommodus (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20)

      Registratiedossier

      Het registratiedossier voor het apparaat wordt opgeborgen in de elektrische kast. De kast is vergrendeld voor transport.

      Display normaal bedrijf


      1. Brandstofreservoir (balkdiagram)
      2. Motor aan (ON) resp. motor uit (OFF)
      3. Reservoir voor onthardingsvloeistof RM110/reinigingsmiddelreservoir CHEM (OK/empty)
      4. Bedrijfsurenteller
      5. Bedrijfsuren tot de volgende service

      Instructie

      De indicatie van de reinigingsmiddelenreservoir is alleen voorhanden als het reinigingsmiddelenreservoir eenmaal tevoren als vol herkend werd.

      Tijdens normaal bedrijf verschijnen op het display van de besturing afwisselend de volgende weergaven:

      • Normaal bedrijf

      • Service: Noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden door de klantenservice (zie Verzorging en onderhoud).

        Is er sprake van meerdere onderhoudswerkzaamheden die moeten worden uitgevoerd, dan worden deze één voor één weergegeven.

        Zijn er geen aanstaande onderhoudsafspraken, dan komt deze weergave te vervallen.

      • Storing: Opgetreden storing (zie Hulp bij Storingen).

        Is er sprake van meerdere storingen, dan worden deze één voor één weergegeven.

        Is er geen sprake van storingen, dan komt deze weergave te vervallen.

      Display vorstbescherming


      1. Brandstofreservoir (balkdiagram)
      2. Bedrijfsmodus vorstbescherming

      Hogedrukpistool


      1. Veiligheidspal van het hogedrukpistool
      2. Hogedrukpistool
      3. Straalbuis
      4. Wartelmoer
      5. Hogedruksproeier

      1. Veiligheidspal van het hogedrukpistool
      2. Hogedrukpistool EASY!Force
      3. Straalbuis EASY!Lock
      4. Wartelmoer EASY!Lock
      5. Hogedruksproeier
      6. Druk-/volumeregeling op het hogedrukpistool
      7. Veiligheidshendel
      8. Triggerhendel

      Inbedrijfstelling

      WAARSCHUWING

      Gevaar voor letsel!

      Apparaat, toebehoren, toevoerleidingen en aansluitingen moeten in een perfecte toestand zijn.

      Als dat niet het geval is, dan mag het apparaat niet worden gebruikt.

      Apparaat opstellen en uitlijnen

      LET OP

      Oververhitting van het apparaat

      Vermijd oververhitting van het apparaat.

      Zorg ervoor dat de opstelplaats voldoende geventileerd is.

      LET OP

      Gevaar van storingen en schade aan het apparaat.

       

      Het apparaat moet tijdens de werking horizontaal staan.
      • Opstelplaats zo kiezen, dat de uitlaatgasopening niet afgedekt wordt.

      1. Parkeerrem vergrendelen.

      2. Steunwiel met de zwengel naar beneden laten.

      3. Breektouw van het trekkend voertuig losmaken.

      4. Stekkerverbinding voertuigverlichting eruit halen en in het daarvoor bestemde opbergvak aan de trekstang steken.

      5. Apparaat met de wielkeggen tegen wegrollen borgen.

      6. Trekkend voertuig afkoppelen.

      7. Apparaat horizontaal stellen met behulp van het steunwiel.

      Voorste kap openen/sluiten

      1. De vergrendeling van de voorste kap indrukken.

        De voorste kap gaat iets open.

      2. Ontgrendel de vanghaak door deze eruit te trekken.

        De voorste kap zwenkt automatisch naar boven.

        Bij het sluiten erop letten dat de vanghaak vastklikt.

      Motor

      1. Oliepeil van de motor controleren. Apparaat niet in bedrijf stellen, als het oliepeil onder ‘MIN’ is.

      2. Indien nodig, olie bijvullen. (zie Verzorging en onderhoud)

      tussenbak

      1. Oliepeil op het oliekijkglas van de tussenbak controleren

      2. Indien nodig, olie bijvullen. (zie Verzorging en onderhoud)

      Hogedrukpomp

      1. Controleer het oliepeil op het oliereservoir of de peilstok van de hogedrukpomp.

      2. Indien nodig, olie bijvullen. (zie Verzorging en onderhoud)

      Koelvloeistof

      1. Vloeistofpeil van de koelvloeistof in het expansievat motorkoelwater bij koude motor controleren. Het vloeistofpeil moet tussen MIN en MAX liggen.

      2. Indien nodig, koelvloeistof bijvullen. (zie Verzorging en onderhoud)

      3. Antivriesconcentratie in het expansievat controleren.

      4. Indien nodig, antivries bijvullen. (zie Verzorging en onderhoud)

      Luchtfilter

      1. Luchtfilter controleren.

      2. Zo nodig luchtfilter reinigen/vervangen. (zie Verzorging en onderhoud)

      Onthardingsvloeistof bijvullen

      • De onthardingsvloeistof verhindert zeer effectief de verkalking van de verwarmingsslang bij het werken met kalkhoudend leidingwater. Het wordt druppelsgewijs gedoseerd aan de toevoer van de vlottertank.

      • De dosering is in de fabriek op een gemiddelde waterhardheid ingesteld.

      Instructie

      In de leveringsomvang is een proeffles met onthardingsvloeistof inbegrepen.

      1. Vulopening voor onthardingsvloeistof openen.

      2. Onthardingsvloeistof bijvullen.

      3. Vulopening voor onthardingsvloeistof sluiten.

      Brandstof bijvullen

      GEVAAR

      Ongeschikte brandstof

      Explosiegevaar

      Vul alleen dieselbrandstof of lichte stookolie bij. Ongeschikte brandstoffen, bijv. benzine, mogen niet worden gebruikt.

      Instructie

      Bij gebruik van biodiesel B5 (conform EN 14214 - Europese standaard) behoeven geen bijzondere bedrijfs-. service- en onderhoudsbepalingen in acht te worden genomen.

      Instructie

      Bij gebruik van biodiesel B6 tot B20 (conform EN 14214 - Europese standaard) zijn ombouwmaatregelen van de dieselmotor vereist. Bovendien moeten bijzondere bedrijfs-, service- en onderhoudsbepalingen in acht worden genomen. Wendt u tot een bevoegde Yanmar-dealer.

      1. Open de tankdop.

      2. Dieselolie via vulopening van het brandstofreservoir vullen.

      3. Tankdop sluiten.

      4. Overgelopen dieselolie afvegen.

      Reinigingsmiddel bijvullen

      Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:

      GEVAAR

      Ongeschikte reinigingsmiddelen

      Gevaar voor letsel

      Alleen KÄRCHER-producten gebruiken.In geen geval oplosmiddel (bijvoorbeeld benzine, aceton, verdunningsmiddel) bijvullen.Het contact met ogen en huid vermijden.De veiligheids- en hanteringsaanwijzingen van de reinigingsmiddelfabrikant in acht nemen.

      Instructie

      Kärcher biedt een individueel assortiment reinigings- en verzorgingsproducten. Uw dealer adviseert u graag.

      1. Reinigingsmiddel bijvullen/verversen

      Batterij

      Instructie

      Het apparaat is standaard uitgerust met een onderhoudsvrije batterij.

      Veiligheidsvoorschriften accu's

      Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingsinstructies:

      Aanwijzingen op de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuiggebruiksaanwijzing naleven!
      Veiligheidsbril dragen!
      Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's!
      Explosiegevaar!
      Vuur, vonken, open licht en roken verboden!
      Gevaar van brandwonden!
      Eerste hulp!
      Waarschuwingstekst!
      Verwijdering!
      Accu niet in vuilnisbak gooien!

      GEVAAR

      Explosiegevaar!

      Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie.

      WAARSCHUWING

      Vergiftigingsgevaar!

      Wonden nooit in contact met lood laten komen. Na werkzaamheden aan batterijen altijd de handen wassen.

      WAARSCHUWING

      Gevaar van brandwonden!

      Bij werkzaamheden met accuzuur zuurvaste veiligheidsbril, handschoenen en schort dragen.

      Accu laden

      GEVAAR

      Gevaar voor letsel!

      Neem bij de omgang met accu's de veiligheidsvoorschriften en de gebruiksaanwijzing van de opladerfabrikant in acht.Laad de accu alleen met een geschikt oplaadapparaat.
      1. Accu loskoppelen.

      2. Verbind de pluspoolleiding van de oplader met de pluspoolaansluiting van de accu.

      3. De minpoolleiding van de oplader met de minpoolaansluiting van de accu verbinden.

      4. Netstekker aansluiten en oplaadapparaat inschakelen.

      5. Laad de accu op met een zo laag mogelijke laadstroom.

      Hogedrukpistool, straalbuis, mondstuk en hogedrukslang monteren

      1. Straalbuis verbinden met handspuitpistool.

      2. Schroefverbinding van de staalbuis handvast aandraaien.

      3. Hogedruksproeier in wartelmoer plaatsen.

      4. Wartelmoer monteren en vast aanspannen.

      5. Hogedrukslang aansluiten op hogedrukpistool.

        LET OP

        Beschadigingsgevaar!

        Hogedrukslang staat onder druk.

        Rol de hogedrukslang altijd volledig af.

        Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:

        Instructie

        Het EASY!Lock-systeem verbindt componenten door een snelschroefdraad met slechts een omwenteling snel en veilig.

      Wateraansluiting

      Aansluitwaarden zie Technische gegevens.

      1. Waterslang van de slangtrommel afrollen en aan de watertoevoer (bv. waterkraan) aansluiten.

      Watertanks vullen

      1. Toevoerkraan watertanks openen.

      2. Waterslang van de slangtrommel afrollen en aan de watertoevoer (bv. waterkraan) aansluiten.

      3. Watertoevoer openen.

        De watertanks worden gevuld via het vlotterreservoir. Wanneer de watertanks gevuld zijn, sluit de vlotterklep in het vlotterreservoir.

      4. Watertoevoer sluiten.

      5. Waterslang van de watertoevoer halen.

      6. Waterslang op de slangtrommel rollen.

      Bediening

      GEVAAR

      Brandbare vloeistoffen

      Explosiegevaar

      Sproei geen ontvlambare vloeistoffen.

      GEVAAR

      Gebruik zonder straalbuis

      Gevaar voor letsel

      Gebruik het apparaat nooit zonder gemonteerde straalbuis.Controleer voor elk gebruik of het mondstuk stevig vastzit. De schroefverbinding van de straalbuis moet handvast zijn vastgedraaid.

      GEVAAR

      Hogedrukwaterstraal

      Gevaar voor letsel

      Bevestig de trekker en de veiligheidshendel nooit in geactiveerde positie.Gebruik het hogedrukpistool niet als de veiligheidshendel beschadigd is.Plaats voor alle werkzaamheden aan het apparaat de veiligheidsgrendel van het hogedrukpistool naar voren.Houd de hogedrukpistool en de straalbuis met beide handen vast.

      LET OP

      Gebruik met een lege brandstoftank

      Vernieling van de brandstofpomp

      Gebruik het apparaat nooit met een lege brandstoftank.

      Hogedrukpistool openen/sluiten

      1. Hogedrukpistool openen: De veiligheidshendel en de trekker bedienen.

      2. Hogedrukpistool sluiten: De veiligheidshendel en de trekker loslaten.

      Mondstuk vervangen

      GEVAAR

      Gevaar voor letsel!

      Het hogedrukpistool staat onder druk.

      Schakel het apparaat uit vóór vervanging van sproeier en bedien het hogedrukpistool tot het apparaat drukloos is.
      1. Apparaat uitschakelen en hogedrukpistool bedienen tot het apparaat drukloos is.

      2. Het hogedrukpistool beveiligen; hiervoor de veiligheidspal naar voren duwen.

      3. Mondstuk vervangen.

      Watertoevoer

      De watervoorziening kan ofwel via een externe watervoorziening ofwel via de interne watertanks (2x 250 liter) gebeuren.

      Kogelkraan terugloopomschakeling

      • Stand parallel aan de rijrichting: Bij geopende overstroomklep stroomt het terugloopwater van de hogedrukpomp naar vlotterreservoir.

        Instructie

        Als het handspuitpistool bij deze kogelkraanstand wordt gesloten, dan kan het apparaat mogelijk na enkele minuten uitschakelen vanwege een te hoge temperatuur (zie Hulp bij Storingen/ERROR 3).

      • Stand haaks op de rijrichting: Bij geopende overstroomklep stroomt het terugloopwater van de hogedrukpomp naar de watertanks.

      Externe watertoevoer

      1. De bedieningshendel van de kogelkraan terugloopomschakeling parallel aan de rijrichting stellen (20L).

      2. Toevoerkraan watertank sluiten.

      Interne watervoorziening

      1. De bedieningshendel van de kogelkraan terugloopomschakeling haaks op de rijrichting stellen (500L).

      2. Toevoerkraan watertanks openen.

      Apparaat inschakelen

      Instructie

      Het apparaat kan uitsluitend met gesloten voorste kap worden gebruikt. Bij het openen van de voorste kap wordt het apparaat uitgeschakeld en brandt het controlelampje.

      Instructie

      Tot het uiteindelijk bereiken van de bedrijfsdruk kan het toerental van de motor variëren op basis van het ontluchtingsproces.

      1. Noodstopschakelaar ontgrendelen door trekken.

      2. Achterste kap openen.

      3. Watertoevoer tot stand brengen.

      4. Sleutel in de sleutelschakelaar steken.

      5. Alleen bij koude motor: sleutelschakelaar voor het voorgloeien van de motor naar links draaien en vasthouden, totdat controlelampje Voorgloeien dooft.

      6. Sleutelschakelaar op positie "I" draaien.

        Het controlelampje Bedrijfsgereedheid brandt. De stuurspanning wordt ingeschakeld en het display toont de bedrijfstoestand.

      7. Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.

      8. Hoofdschakelaar op werking met koud/heet water stellen.

      9. Ontgrendel het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar achteren.

      10. Open het hogedrukpistool.

      Gebruik met koud water

      1. Apparaatschakelaar op "0/OFF" (brander uit) zetten.

      Gebruik met heet water

      GEVAAR

      Heet water

      Gevaar voor brandwonden

      Vermijd contact met heet water.
      1. De apparaatschakelaar op de gewenste arbeitdstemperatuur (max. 100 °C) instellen. De brander wordt ingeschakeld.

      Toerentalbesturing

      Alleen HDS 9/50, HDS 13/35 (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20):

      Instructie

      Wanneer het toerental van de motor wordt verhoogd, stijgt ook de bedrijfsdruk. Deze kan op de manometer worden afgelezen.

        • Toerental verhogen:

      1. hendel van de toerentalbesturing naar boven drukken.

        • Toerental verlagen:

      2. hendel van de toerentalbesturing naar beneden drukken.

      Werkdruk en opvoerhoeveelhid instellen

      Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:

      1. Werkdruk en opvoerhoeveelheid door draaien van de druk-/hoeveelheidsregeling op het hogedrukpistool instellen (+/-).

        GEVAAR

        Gevaar voor letsel!

        Let er bij het instellen van de druk-/hoeveelheidsregeling op dat de schroefverbinding van de straalbuis niet losraakt.

      Werking met reinigingsmiddel

      Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:

      LET OP

      Beschadigingsgevaar door ongeschikte reinigingsmiddelen

      Niet-geschikte reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken aan het apparaat en aan het te reinigen voorwerp.

      Gebruik alleen het reinigingsmiddel dat bedoeld is voor het object.
      • Gebruik reinigingsmiddelen spaarzaam om het milieu te ontzien.

      • Neem de aanbevolen dosering en instructies die bij de reinigingsmiddelen worden geleverd in acht.

      • Er mogen alleen reinigingsmiddelen worden gebruikt die door de fabrikant van het apparaat zijn goedgekeurd.

      • Kärcher-reinigingsmiddelen garanderen een storingsvrij gebruik. Vraag om advies of bestel onze catalogus of de informatiebladen bij onze reinigingsmiddelen.

      1. Reinigingsmiddelzuigslang in een reservoir met reinigingsmiddel hangen en schroefdeksel vastschroeven.

      2. Stel de reinigingsmiddel-doseerklep op de gewenste concentratie in.

        Instructie

        Om te voorkomen dat bij gebruik met reinigingsmiddel en gesloten handspuitpistool reinigingsmiddel in het vlotterreservoir of de watertanks terugloopt, moet het doseerventiel voor het reinigingsmiddel worden gesloten.

      Onkruidverwijdering

      Alleen HDS 13/20, HDS 17/20 (optie):

      Instructie

      De aanbouwset toerentalregeling (optie, af fabriek: 2.013-086.7, modificatieset: 2.013-014.0) is absoluut noodzakelijk voor het gebruik van de onkruidverwijderingsinstallatie! Gebruik volgens de bedieningshandleiding onkruidverwijdering WR 10, onderdeelnr. 5.968-256.0 of WR 20/WR 50/WR 100, onderdeelnr. 5.967-455.0!

      Daarnaast moet de volgende informatie in acht worden genomen:

      1. WR 10, 20, 50 of 100 aan de straalbuis monteren en een geschikte sproeikop aanbrengen (zie de betreffende gebruiksaanwijzing).

      2. Sleutelschakelaar op positie "I" draaien.

        Het controlelampje Bedrijfsgereedheid brandt. De stuurspanning wordt ingeschakeld en het display toont de bedrijfstoestand.

      3. hendel van de toerentalbesturing naar beneden drukken.

      Onkruidverwijdering v2.0

      1. De apparaatschakelaar op de bedrijfsmodus "Onkruidverwijdering v2.0" instellen.

      2. Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.

      3. Ontgrendel het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar achteren.

      4. Open het hogedrukpistool.

        • Display toont TEMP LOW: Het duurt ongeveer 2-4 minuten tot de arbeidstemperatuur is bereikt.

        • Display toont TEMP OKAY:

      5. Onkruidverwijdering uitvoeren.

      Onkruidverwijdering v3.0 & v5.0

      1. De apparaatschakelaar op de bedrijfsmodus "Onkruidverwijdering v3.0 & v5.0" zetten.


      2. WR-box inschakelen, schakelaar op "ON" zetten.


      3. Temperatuur instellen via SET en de ˄˅-knoppen en met √ bevestigen (instelbereik 85-105 °C).

      4. Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.

      5. Ontgrendel het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar achteren.

      6. Open het hogedrukpistool.

        Instructie

        Het duurt ongeveer 2-4 minuten tot de arbeidstemperatuur is bereikt.

      7. Onkruidverwijdering uitvoeren.

      Stoommodus (stoomreiniging en desinfectie)

      Alleen HDS 13/20, HDS 17/20 (optie):

      Instructie

      De aanbouwset toerentalregeling (optie, af fabriek: 2.013-086.7, modificatieset: 2.013-014.0) is absoluut noodzakelijk voor gebruik in de stoommodus!

      GEVAAR

      Verbrandingsgevaar!

      Verhoogde werkdruk door hoge arbeidstemperatuur.

      Houd er rekening mee dat bij arbeidstemperaturen boven 105°C de werkdruk niet hoger mag zijn dan 3,2 MPa (32 bar).

      Instructie

      Gebruik met 2 straalbuizen is niet mogelijk voor stoomreiniging.

      1. Stoomreiniging: De geschikte stroomsproeier op de straalbuis monteren (onderdeelnr. zie Technische gegevens).

      2. Desinfectie: WR 10, 20, 50 of 100 op de straalbuis monteren en de geschikte stroomsproeier aanbrengen (onderdeelnr. zie Technische gegevens).

      3. Apparaatschakelaar op bedrijfsmodus "Stoommodus" zetten.

      4. WR-box inschakelen, schakelaar op "ON" zetten.

      5. Temperatuur instellen via SET en de ˄˅-knoppen en met √ bevestigen (aanbevolen instelbereik 120-155 °C).

      6. Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.

      7. De motorkap openen en door het handwiel op het overloopventiel linksom te draaien de manometer op 30 bar instellen.

      8. Ontgrendel het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar achteren.

      9. Open het hogedrukpistool.

        Instructie

        Het duurt ongeveer 2-4 minuten tot de arbeidstemperatuur wordt bereikt.

      10. Stoomreiniging resp. desinfectie uitvoeren.

        Veiligheidsfuncties

        1. Controlelampje van de WR-box brandt rood: Systeemdruk te hoog, brander schakelt uit, zie Hulp bij storingen.

        2. ERROR 5 verschijnt op het display van het bedieningsveld: Systeemdruk te laag, de brander start niet, zie Hulp bij storingen/ERROR 5.

      Werking onderbreken

      1. Hogedrukpistool sluiten.

      2. Beveilig het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar voren.

        Instructie

        Als het hogedrukpistool wordt gesloten, draait de motor met nullasttoerental verder. Daardoor circuleert het water tussen vlotterreservoir en hogedrukpomp en wordt opgewarmd. Als de toegestane maximumtemperatuur (55 °C) is bereikt, wordt de motor door de temperatuursensor aan de wateringang uitgeschakeld. Na afkoeling onder 50 °C kan het apparaat weer worden gebruikt.

      Na gebruik met reinigingsmiddel

      Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:

      1. Reinigingsmiddel-doseerklep op '0' zetten.

      2. Apparaat met geopend hogedrukpistool minstens 1 minuut helder spoelen.

      Apparaat uitschakelen

      GEVAAR

      Gevaar door heet water of stoom

      Verbrandingsgevaar

      Laat het apparaat na gebruik met heet water of stoom minimaal 2 minuten met koud water en geopend pistool lopen om het af te koelen.

      LET OP

      Beschadigingsgevaar!

      BeschadigingsgevaarSchakel de motor nooit uit bij volle belasting en geopend handspuitpistool.
      1. Apparaatschakelaar op "0/OFF" (brander uit) zetten.

      2. Handspuitpistool sluiten.

        Motor regelt stationair.

      3. Sleutelschakelaar op positie "0" draaien.

        Het controlelampje Bedrijfsgereedheid gaat uit. De stuurspanning wordt uitgeschakeld en het display gaat uit.

      4. Bij externe watertoevoer: Watertoevoer sluiten.

      5. Hogedrukpistool bedienen tot het apparaat drukloos is.

      6. Beveilig het hogedrukpistool met een veiligheidspal tegen onbedoeld openen.

      7. Bij externe watertoevoer: Waterslang van de watertoevoer halen en waterslang op de slangtrommel oprollen.

      8. Hogedrukslang op de slangtrommel rollen.

      Vorstbescherming

      Ter bescherming tegen vorstschades moet het apparaat met antivries wordendoorgespoeld.

      Instructie

      In de handel verkrijgbaar antivries voor auto's op basis van glycol gebruiken.

      Instructie

      De instructies van de fabrikant van het vorstbeschermingsmiddel in acht nemen.

      Hierdoor wordt ook een zekere mate van bescherming tegen corrosie bereikt.

      Vorstbescherming motor

      1. Koelcircuit van de motor op voldoende antivries controleren, indien nodig, antivries bijvullen.

      2. Zie onderhoudswerkzaamheden "Koelvloeistof controleren en bijvullen".

      Vorstbescherming accu

      1. Als het apparaat bij hevige vorst meerdere weken niet wordt gebruikt, de accu uitbouwen en op een vorstvrije plaats bewaren.

      Antivriesspoeling in de circuit (hogedrukpomp)

      1. Bij externe watertoevoer: Waterslang van de watertoevoer halen.

      2. Apparaatschakelaar op "0/OFF" (brander uit) zetten.

      3. Apparaat drukloos maken.

      4. Apparaatschakelaar op bedrijfsmodus "Vorstbescherming" zetten.

      5. Alleen HDS 13/20, HDS 17/20: Reinigingsmiddeldoseerventiel op maximum zetten. Reinigingsmiddelzuigslang uit het reinigingsmiddelreservoir trekken en zo wegleggen, dat die kan worden leeggezogen.


      6. Toevoerkraan watertanks en aflaatkraan openen, om apparaat volledig te ledigen.


        De niveau-indicatie van de watertanks daalt helemaal.

      7. Toevoerkraan watertanks en aflaatkraan sluiten.

      8. Hogedrukpistool loskoppelen van hogedrukslang.


      9. Hogedrukslang aansluiten aan toevoer antivries.

      10. Waterslang aansluiten aan terugloop antivries.

      11. Antivries in het antivriesreservoir doen. Mengverhouding water/antivries kiezen volgens specificaties van de fabrikant van het antivries.

      12. Antivriesconcentratie controleren met in de handel verkrijgbare antivriestester en indien nodig aanpassen.


      13. Vulopening van vlotterreservoir openen. Daarvoor vleugelschroef losdraaien en afdekking naar links schuiven.

      14. 20 liter antivriesmiddel in vlotterreservoir doen en vulopening sluiten.

      15. Bedieningshendel van de kogelkraan antivries verticaal zetten.

      16. De bedieningshendel van de kogelkraan terugloopomschakeling parallel aan de rijrichting stellen (20L).

      17. Alleen bij koude motor: sleutelschakelaar voor het voorgloeien van de motor naar links draaien en vasthouden, totdat controlelampje Voorgloeien dooft.

      18. Sleutelschakelaar op positie "I" draaien.

        Het controlelampje Bedrijfsgereedheid brandt. De stuurspanning wordt ingeschakeld en het display toont de bedrijfstoestand "Vorstbescherming".

      19. Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.

        Het antivries wordt in het circuit door het apparaat gepompt.

      20. Restwater via antivriesslang in het antivriesreservoir leiden.

      21. Zodra antivries uit de antivriesslang komt, bedieningshendel van de kogelkraan horizontaal zetten en 5 secondes wachten.

      22. Motor uitschakelen.

      23. Apparaatschakelaar op "0/OFF" (brander uit) zetten.

      Antivries uit het hogedruksysteem pompen

      Instructie

      Voor het gebruik moet het antivries uit het hogedruksysteem terug in het antivriesreservoir worden gepompt.

      1. Bedieningshendel van de kogelkraan antivries verticaal zetten.

      2. Hogedrukslang aansluiten aan toevoer antivries.

      3. Waterslang aansluiten aan terugloop antivries.

      4. Vulopening van vlotterreservoir openen. Daarvoor vleugelschroef losdraaien en afdekking naar links schuiven.

      5. 20 liter schoon water in vlotterreservoir doen en vulopening sluiten.

      6. Apparaatschakelaar op bedrijfsmodus "Vorstbescherming" zetten.

      7. Alleen bij koude motor:

        sleutelschakelaar voor het voorgloeien van de motor naar links draaien en vasthouden, totdat controlelampje Voorgloeien dooft.

      8. Sleutelschakelaar op positie "I" draaien. Het controlelampje Bedrijfsgereedheid brandt. De stuurspanning wordt ingeschakeld en het display toont de bedrijfstoestand "Vorstbescherming".

      9. Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.

        De anti-vriesvloeistof wordt met vers water uit het vlotterreservoir naar het antivriesreservoir getransporteerd.

      10. Spoelen ca. 2 minuten uitvoeren, totdat het antivriesreservoir gevuld is.

      11. Motor uitschakelen.

      12. Apparaatschakelaar op "0/OFF" (brander uit) zetten.

      Vervoer

      VOORZICHTIG

      Gevaar voor letsel en beschadiging!

      Ondeskundig vervoer

      Neem bij het vervoer het gewicht van het apparaat in acht.

      LET OP

      Beschadigingsgevaar!

      Ondeskundig vervoer

      Triggerhendel tijdens het vervoer beschermen tegen beschadiging.

      Gebruik van de aanhanger

      Opmerking: De bestuurder die het trekkende voertuig op de openbare weg beweegt moet beschikken over de hiervoor vereiste papieren (rijbewijscategorie).

      GEVAAR

      Onvoorspelbaar rijgedrag

      Als de watertank gedeeltelijk gevuld is, kan het apparaat bij extreme stuurbewegingen of remsituaties omhoog bewegen of kantelen.

      Leeg of vul de watertank voor het rijden volledig.
      1. Bij een toegestaan totaalgewicht van 1600 kg, de watertank volledig vullen of leegmaken.

        Bij een toegestaan totaalgewicht van 1100 kg, de watertank volledig leegmaken.

      2. Bij apparaten zonder slangtrommel de hogedrukslang van de hogedrukuitgang losschroeven en in het apparaat opbergen.

      3. Frontbeugel (optie) naar voren zwenken en vergrendelen.

      4. Het afdekzeil achter (optie) omlaag trekken en vergrendelen.

      5. Hoogte van de trekstang met het steunwiel op de hoogte van de aanhangwagenkoppeling van het trekkend voertuig afstellen.

      6. Breektouw aan het trekkend voertuig bevestigen.


        1. Aanhangerkoppeling geopend
        2. Aanhangerkoppeling gesloten
      7. Koppelinghendel omhoog trekken (openen).

      8. Trekstang op de kogel van de trekkoppeling plaatsen.

      9. Koppelinghendel omlaag drukken (sluiten) tot deze parallel met de trekstang ligt.

      10. Stekkerverbinding van de voertuigverlichting insteken.

      11. Steunwiel met de zwengel omhoog draaien.

      12. Zorg ervoor dat het steunwiel in ingeschoven positie richting aanhanger wijst.


      13. Wielkeggen aan de wielen verwijderen en in de houders steken.

      14. Parkeerrem loszetten.

      15. Verlichting van de aanhanger (remlichten, richtingaanwijzer, achterlichten, kentekenverlichting) controleren op correcte werking.

      16. Loopvlakken van de banden controleren op voorwerpen die in het profiel vast zijn komen te zitten.

      17. Toestand van de banden controleren.

      18. Bandenspanning controleren, zie “Onderhoudswerkzaamheden”.

      Opmerking: Neem de plaatselijk geldende snelheidsbeperkingen voor voertuigen met aanhanger in acht en overschrijd die niet.

      Kraantransport

      GEVAAR

      Ondeskundig kraantransport

      Verwondingsgevaar door vallend apparaat of vallende voorwerpen

      Neem de plaatselijke voorschriften inzake ongevallenpreventie en de veiligheidsvoorschriften in acht.Het apparaat mag alleen door personen met de kraan worden getransporteerd die over de bediening van de kraan zijn geïnstrueerd.Controleer de takel voor elk kraantransport op beschadiging.Controleer de greep voor elk kraantransport op beschadiging.Til het apparaat alleen aan de greep op.Gebruik geen aanslagkettingen.Beveilig de hijsinrichting tegen het per ongeluk uithangen van de last.Verwijder voor het kraantransport de straalbuis met de hogedrukpistool, de sproeiers, de oppervlaktereiniger en de andere losse voorwerpen.Transporteer tijdens het hijsen geen voorwerpen op het apparaat.Sta niet onder de last.Let erop of zich in de gevarenzone van de kraan geen personen bevinden.Laat het apparaat niet zonder toezicht aan de kraan hangen.

      Opslag

      VOORZICHTIG

      Letsel- en beschadigingsgevaar door het niet in acht nemen van het gewicht!

      Bij vervoer en opslag van het apparaat bestaat het risico van letsel en schade door het gewicht.

      Bij het transport en de opslag van het apparaat het gewicht van het apparaat in acht nemen, zie hoofdstuk Technische gegevens.

      LET OP

      Beschadigingsgevaar door vorst!

      Niet volledig afgetapt water kan het apparaat en de accessoires tijdens het vriezen beschadigen.

      Leeg het water volledig uit het apparaat en de accessoires.Bescherm het apparaat en de accessoires tegen vorst.

      Verzorging en onderhoud


      1. Vulopening motorolie (boven)
      2. Vulopening motorolie (aan de zijkant)
      3. Oliepeilstok (motor)
      4. Oliefilter (motor)
      5. Olieaflaatschroef motor
      6. Waterafscheider
      7. Brandstoffilter
      8. Vulopening transmissieolie incl. ontluchting
      9. Olieaftapschroef tussenbak
      10. Oliekijkglas tussenbak
      11. Olieaftapplug pomp
      12. Oliekijkglas pomp
      13. Oliepeilstok (pomp)
      14. Veiligheidsblok brander
      15. Antivriesspoelventiel
      16. Drukschakelaar
      17. Overstroomklep
      18. Reinigingsmiddelingang
      19. Pompvoorfilter
      20. Controlevenster
      21. Brandstoffilter
      22. Starter
      23. Dynamo
      24. Vuiluitlaat op het luchtfilter
      25. Luchtfilter
      26. Luchtfilterinzetstuk

      Flowschema


      1. Antivriesreservoir
      2. Reservoir voor onthardingsvloeistof
      3. Watertoevoer
      4. Lagedrukslangtrommel
      5. Wateringangsfilter
      6. Kogelkraan antivries
      7. Vlotterbak
      8. Watertekortbeveiliging
      9. Toevoerkraan watertanks
      10. Watertank
      11. Kogelkraan terugloopomschakeling
      12. Pompvoorfilter
      13. Hogedrukpomp
      14. Overstroomklep
      15. Drukschakelaar
      16. Terugslagklep
      17. Veiligheidsventiel
      18. Debietschakelaar
      19. Doorstroomverwarmer
      20. Temperatuurvoeler brander
      21. Hogedrukslangtrommel
      22. Hogedrukuitlaat
      23. Terugloop antivries
      24. Aflaatkraan
      25. Temperatuurvoeler wateringang
      26. Warmtewisselaar
      27. tussenbak
      28. Dieselmotor
      29. Manometer
      30. Temperatuurvoeler koelwater
      31. Reinigingsmiddelmagneetklep
      32. Reinigingsmiddel doseerklep
      33. Reinigingsmiddelreservoir

      Display klantenservice


      Symbool
      Soort van klantenservice
      Branderservice
      Motorservice
      Pompservice
      Hogedrukpistoolservice

      Onderhoudsintervallen

      Tijdstip
      Handeling
      Door wie
      Voor elke rit
      Verlichting controleren.
      Bediener
      Bandenspanning en de toestand van de banden controleren.
      Bediener
      Dagelijks
      Toestand van de olie controleren door het kijkvenster van de hogedrukpomp. Als de olie melkachtig is, het apparaat niet in gebruik nemen. Met klantenservice contact opnemen.

      LET OP

      Beschadigingsgevaar!

      Bij melkachtige olie onmiddellijk de Kärcher-klantenservice contacteren.
      Bediener
      Algemene visuele controle van het apparaat.
      Bediener
      Hogedrukslang controleren op beschadiging. Beschadigde hogedrukslangen niet meer gebruiken.
      Bediener
      Wateringangsfilter controleren, zo nodig reinigen.
      Bediener
      Pompvoorfilter controleren, zo nodig reinigen.
      Bediener
      Oliepeil van de motor controleren, zo nodig olie bijvullen.
      Bediener
      Oliepeil van de tussenbak controleren, zo nodig olie bijvullen.
      Bediener
      Brandstoffilter van de motor controleren, zo nodig klantenservice op de hoogte brengen.
      Bediener
      Waterafscheider van de motor controleren, zo nodig klantenservice op de hoogte brengen.
      Bediener
      Stand van koelvloeistof in het expansievat controleren, zo nodig koelvloeistof bijvullen.
      Bediener
      Brandstoffilter controleren, zo nodig klantenservice op de hoogte brengen.
      Bediener
      Filter op de reinigingsmiddelzuigslang controleren, zo nodig reinigen.
      Bediener
      Leidingsysteem controleren op lekken.
      Bediener
      Eén keer na de eerste 50 bedrijfsuren
      V-snaarspanning van de ventilator controleren, zo nodig naspannen.
      Bediener
      Olie in de motor verversen.
      Klantenservice
      Olie in de hogedrukpomp verversen.
      Klantenservice
      Om de 50 bedrijfsuren of 3 maanden
      Batterij controleren.
      Klantenservice
      Om de 200 bedrijfsuren
      Luchtfilter resp. luchtfilterelement controleren, zo nodig reinigen.
      Bediener
      V-snaarspanning van de ventilator controleren, zo nodig naspannen.
      Bediener
      De tussenbak controleren op lekkage.
      Klantenservice
      Zeef op de vulopening van de brandstoftank reinigen.
      Klantenservice
      Olie in de motor verversen.
      Klantenservice
      Oliefilterelement van de motor vervangen.
      Klantenservice
      Onderhoudswerkzaamheden conform onderhoudsplan uitvoeren.
      Klantenservice
      Om de 400 bedrijfsuren of jaarlijks
      Luchtfilterelement vervangen.
      Bediener
      Brandstoffilter controleren, zo nodig vervangen.
      Klantenservice
      Onderhoudswerkzaamheden conform onderhoudsplan uitvoeren.
      Klantenservice
      Om de 600 bedrijfsuren of jaarlijks
      Olie in de hogedrukpomp verversen.
      Klantenservice
      Om de 800 bedrijfsuren.
      Motor van ventilator controleren op werking, zo nodig glijcontacten (koolborstels) vervangen.
      Bediener
      Om de 1000 bedrijfsuren of jaarlijks.
      Koelvloeistof verversen.
      Klantenservice
      Om de 1000 bedrijfsuren.
      Olie in de tussenbak verversen.
      Klantenservice
      V-snaar van de ventilator vervangen.
      Klantenservice
      Klepspeling van de cilinderkop van de motor controleren, zo nodig instellen.
      bevoegde Yanmar-dealer
      Om de 1600 bedrijfsuren.
      Verstuivers van de motor controleren, zo nodig reinigen.
      bevoegde Yanmar-dealer
      Ontluchting van de krukkastbehuizing van de motor controleren, zo nodig reinigen.
      bevoegde Yanmar-dealer
      Om de 2000 bedrijfsuren of elke 2 jaar
      Brandstofslangen van de motor vervangen.
      bevoegde Yanmar-dealer
      Koelsysteemslangen van de motor vervangen.
      bevoegde Yanmar-dealer
      Om de 2000 bedrijfsuren
      Kleppen en klepzittingen van de cilinderkop van de motor controleren, zo nodig leppen.
      bevoegde Yanmar-dealer
      Geldt alleen voor apparaten met een aanbouwset stoommodus:
      Uiterlijk alle 5 jaar herhalend
      Drukcontrole uitvoeren conform de gegevens van de fabrikant.
      Klantenservice

      Onderhoudswerkzaamheden

      1. GEVAAR

         

         

        Zet voor alle werkzaamheden de sleutelschakelaar van het apparaat uit en trek de sleutel eruit.

        GEVAAR

        Gevaar van letsels door elektrische schok

         

        Leg geen metalen voorwerpen op de dynamo of de startmotor.

        GEVAAR

        Explosiegevaar!

        Gevaar van letsel en beschadiging

        Leg geen gereedschappen en dergelijke op de batterij, d.w.z. op de eindpolen en celverbinders.Vermijd absoluut roken en open vuur.Zorg bij het laden van batterijen in ruimtes voor een goede ventilatie.Gebruik uitsluitend door Kärcher vrijgegeven batterijen en oplaadapparaten (originele reserveonderdelen).

        Het apparaat laten afkoelen.

      Wateringangsfilter reinigen

      1. Wateringangsfilter demonteren en filterelement verwijderen.

      2. Filterelement reinigen met schoon water of perslucht.

      3. In omgekeerde volgorde monteren.

      Pompvoorfilter reinigen

      1. Apparaat drukloos maken.

      2. Pompvoorfilter demonteren en filterelement verwijderen.

      3. Filterelement reinigen met schoon water of perslucht.

      4. In omgekeerde volgorde monteren.

      Filter aan de reinigingsmiddel-zuigslang reinigen

      1. Schroefdeksel van de reinigingsmiddelzuigslang eruit draaien.

      2. Reinigingsmiddelzuigslang uittrekken.

      3. Filter in water reinigen en opnieuw plaatsen.

      Oliepeil van de motor controleren en motorolie bijvullen

      Instructie

      De hoeveelheid vloeistof tussen de MIN- en MAX-markering op de oliepijlstok bedraagt 1,6 liter.

      1. Oliepeilstok eruit trekken, afvegen en weer insteken.

      2. Oliepeilstok nog een keer eruit trekken en het oliepeil controleren.

        Het oliepeil is in orde als het zich binnen de markering op de oliepeilstok bevindt.

      3. Ligt het oliepeil onder de markering op de oliepeilstok, het deksel van de vulopening openen en verse olie bijvullen.

      4. Vijf minuten wachten, totdat de motorolie zich in het oliecarter verzameld heeft.

      5. Oliepeil controleren, zoals hierboven beschreven.

      6. Dit proces, indien nodig, zo vaak herhalen, totdat het oliepeil zich binnen de markering op de oliepeilstok bevindt.

      7. Na de controle de oliepeilstok erin schuiven en het deksel van de vulopening sluiten.

        Instructie

        Luchtbellen moeten kunnen ontsnappen.

        Oliesoort zie Technische Gegevens.

      Oliepeil van de tussenbak controleren en transmissieolie bijvullen

      1. Oliepeil op het oliekijkglas van de tussenbak controleren

        Het oliepeil is in orde als het zich in het midden van het oliekijkglas bevindt.

      2. Wanneer het oliepeil onder het midden van het oliekijkglas ligt, deksel van de vulopening openen en verse transmissieolie bijvullen.

      3. Vulopening sluiten.

        Instructie

        Luchtbellen moeten kunnen ontsnappen.

        Oliesoort zie Technische Gegevens.

      Het oliepeil van de hogedrukpomp controleren op de peilstok en olie bijvullen

      1. Oliepeilstok eruit draaien, afvegen en weer insteken.

      2. Oliepeilstok nog een keer eruit draaien en het oliepeil controleren.

        Het oliepeil is in orde als het zich binnen de markering op de oliepeilstok bevindt.

      3. Ligt het oliepeil onder de markering op de oliepeilstok, verse olie bijvullen.

      4. Oliepeilstok erin draaien.

        Instructie

        Luchtbellen moeten kunnen ontsnappen.

        Oliesoort zie Technische Gegevens.

      Koelvloeistof controleren en bijvullen

      1. VOORZICHTIG

        Er kunnen schadelijke stoffen ontstaan.

        Let op de soort van het gebruikte antivries.Een vermenging kan een chemische reactie veroorzaken.Meng geen verschillende soorten antivries.

        WAARSCHUWING

        Gevaar van oververhitting van de motor

        Bij een gebrek aan koelvloeistof kan de motor oververhit raken.

        Schakel de motor onmiddellijk uit en laat hem afkoelen.

        WAARSCHUWING

        Gevaar van oververhitting van de motor

        Bij een gebrek aan koelvloeistof kan de motor oververhit raken.

        Als de motor zo sterk is oververhit dat waterdamp ontsnapt, dan de motor onmiddellijk uitzetten en een veiligheidsafstand van de motor in acht nemen tot de druk is afgenomen.

        LET OP

        Verbrandingsgevaar door motorkoelvloeistof

        Het expansievat staat onder druk.

        Open nooit het deksel van het expansievat motorkoelwater bij bedrijfstemperatuur.

        Deksel van het expansievat motorkoelwater openen, vers zuiver water en overeenkomstig antivries tot aan het Max-merkteken bijvullen.

      Luchtfilter reinigen/vervangen

      Instructie

      Voor grove reiniging van het luchtfilter kunt u de opvangbak onder de vuiluitlaat houden en vuiluitlaat bedienen.

      Instructie

      Sterk vervuilde of defecte filterelementen moeten principieel worden vernieuwd.

      1. Veerspanbeugel losmaken, deksel afnemen en de stofafzettingen verwijderen.

      2. Filterelement eruit nemen.

      3. Filterelement van binnen met perslucht (max. 2 bar) uitblazen.

      4. Luchtfilterbehuizing van binnen met een doek reinigen.

      5. Filterelement in de luchtfilterbehuizing plaatsen.

      6. Deksel aanbrengen en met de veerspanbeugel bevestigen.

      V-snaar ventilator controleren


      1. Bevestigingsschroeven dynamo
      2. V-snaar
      3. Snaarspanning ca. 7--9 mm

      Instructie

      Als de V-snaar onvoldoende opgespannen is, kan dit leiden tot oververhitting van de motor of tot onvoldoende batterijlading.

      1. Motor afzetten en sleutel van de sleutelschakelaar trekken.

      2. Voor de controle van de V-snaarspanning de riem tussen de riemschijven met de duim indrukken.

        Instructie

        De V-snaar moet ca. 7-9 mm kunnen worden ingedrukt.

        Instructie

        De beschadigde V-snaren principieel vervangen.

      Oplooprem smeren

      1. Aan beide smeernippels met een commerciële vetpers het desbetreffende vet erin persen.


        1. Smeernippel

      Bandenspanning controleren

      1. Het apparaat op een vlakke ondergrond neerzetten.

      2. De luchtdruktester op het bandventiel aansluiten.

      3. De luchtdruk controleren (zie “Technische gegevens”) en indien nodig corrigeren.

      Wiel verwisselen

      1. GEVAAR

        Levensgevaar door stromend verkeer

         

        Parkeer het apparaat op een vlakke ondergrond en draag goed zichtbare kleding bij reparatiewerkzaamheden op de openbare weg.

        Apparaat op een vlakke ondergrond parkeren.

      2. De ondergrond controleren op stabiliteit. Apparaat nog extra vastzetten met een wielkeg om wegrollen te verhinderen.

      3. Parkeerrem vergrendelen.

      4. Banden controleren.

      5. Bandenloopvlak controleren op voorwerpen die in het profiel terechtgekomen zijn.

      6. Voorwerpen verwijderen.

      7. Geschikt, in de handel gebruikelijk bandenreparatiemiddel gebruiken.

        Instructie

        De aanbevelingen van de desbetreffende fabrikant opvolgen. Verderrijden is mogelijk met inachtneming van de specificaties van de fabrikant van het product. Vervanging van band of wiel zo spoedig mogelijk laten uitvoeren.


      8. Krik aan het daartoe geëigende bevestigingspunt aanbrengen.

      9. Wielbouten losmaken.

      10. Het apparaat optillen met behulp van de krik.

      11. Wielbouten eruit draaien.

      12. Wiel verwijderen.

      13. Reservewiel plaatsen.

      14. Wielbouten aanbrengen.

      15. Het apparaat neerlaten met behulp van de krik.

      16. Wielbouten kruiselings vastschroeven.

        Aanhaalmoment
        110-120 Nm

        Instructie

        Een krik behoort niet tot de leveringsomvang.

        Instructie

        Geschikte gewone krik gebruiken.

      Aanhangwagen

      1. Reminstallaties en onderstel regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren.

      Hulp bij storingen

      GEVAAR

      Per ongeluk opstartend apparaat

      Verwondingsgevaar, elektrische schok

      Zet voor alle werkzaamheden de sleutelschakelaar van het apparaat op ‘0’ en trek de sleutel eruit.

      GEVAAR

      Per ongeluk opstartend apparaat, contact van stroomvoerende delen

      Verwondingsgevaar, elektrische schok

      Schakel vóór werkzaamheden aan het apparaat het apparaat uit.Trek de netstekker eruit.

      GEVAAR

      Explosie- en kortsluitingsgevaar. Leg geen gereedschap of dergelijke op de batterij.

      1. Apparaat laten afkoelen.

      • ERROR 1 Laadstroom 

      • ERROR 3 Temperatuur wateringang resp. koelwater 

      • ERROR 4 Watertekort 

      • ERROR 5 Stromingsschakelaar/ drukschakelaar 

      • ERROR 6 Brandstofvoeler 

      • ERROR 9* Uitlaatgastemperatuur 

      • ERROR 10* Temperatuur brander Reinigingswerking met koud water is mogelijk. 

      • ERROR 11* Vlamvoeler (geen vlam) Reinigingswerking met koud water is mogelijk. 

      • ERROR 12* Vlamvoeler (vlam gaat niet uit) Reinigingswerking met koud water is mogelijk. 

      • ERROR 14 Uitschakeling na 45 minuten durende pauze. 

      • ERROR 15 Uitschakeling na 45 minuten continu gebruik 

      • Apparaat stopt, indicatie op display gaat uit 

      • Geen indicatie op display na het inschakelen 

      • Motor start niet of gaat direct weer uit 

      • Werkdruk schommelt 

      • Roetaanslag in brander 

      • Witte rook uit brander 

      • Controlelampje voorste kap/noodstop brandt. 

      • Water druppelt vanonder uit apparaat 

      • Apparaat bouwt geen druk op 

      • Geklop uit hogedrukpomp 

      • Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:Onvoldoende of geen toevoer van reinigingsmiddel 

      • Overstroomklep gaat bij een geopend handspuitpistool voortdurend open/dicht 

      • Controlelampje van de WR-box brandt rood 

      ERROR 1

      Laadstroom

      Oorzaak:

      Spanning V-snaar van de ventilator te klein.

      Oplossing:

      Bediener

      1. V-snaar van de ventilator naspannen.

      Oorzaak:

      Dynamo defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Dynamo controleren, zo nodig vervangen.

      Oorzaak:

      Laadstroombewaking defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Bedrading + relais K9 controleren.

      ERROR 3

      Temperatuur wateringang resp. koelwater

      Oorzaak:

      Watertemperatuur in vlotterreservoir door circulatiebedrijf te hoog.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Water laten afkoelen resp. aflaten. De bedieningshendel van de kogelkraan terugloopomschakeling haaks op de rijrichting stellen (500L).

      Oorzaak:

      Temperatuurvoeler wateringang heeft apparaat uitgeschakeld.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen. Indien de storing zich herhaaldelijk voordoet, dient u de klantenservice te verwittigen.

      Oorzaak:

      Temperatuurvoeler wateringang defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Temperatuurvoeler vervangen.

      Oorzaak:

      Peil koelvloeistof te laag.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Koelvloeistof in expansievat bijvullen.

      Oorzaak:

      Spanning V-snaar van de ventilator te klein.

      Oplossing:

      Bediener

      1. V-snaar van de ventilator naspannen.

      Oorzaak:

      Temperatuurvoeler koelwater van de motor defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Temperatuurvoeler vervangen.

      ERROR 4

      Watertekort

      Oorzaak:

      Externe watertoevoer: Watertoevoerdruk te laag.

      Oplossing:

      Bediener

      1. De watertoevoer controleren.

      Oorzaak:

      Interne watertoevoer: Watertanks leeg.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Watertanks vullen

      Oorzaak:

      Watertekortbeveiliging in vlotterreservoir defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Watertekortbeveiliging vervangen.

      Oorzaak:

      Wateringangsfilter vervuild.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Wateringangsfilter reinigen.

      Oorzaak:

      Waterslang lek of geknikt.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Waterslang vervangen.

      Oorzaak:

      Vlotterventiel in vlotterreservoir vervuild.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Vlotterventiel reinigen.

      Oorzaak:

      Vlotterventiel in vlotterreservoir zit klem of is defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Vlotterventiel reinigen of vervangen.

      ERROR 5

      Stromingsschakelaar/ drukschakelaar

      Oorzaak:

      Stromingsschakelaar defect

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Stromingsschakelaar vervangen

      Oorzaak:

      Drukschakelaar defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Drukschakelaar vervangen.

      Oorzaak:

      Overstroomklep defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Overstroomklep vervangen.

      Oorzaak:

      Terugslagklep in overstroomklep defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Terugslagklep vervangen.

      Oorzaak:

      Pompvoorfilter vervuild.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Pompvoorfilter reinigen.

      Oorzaak:

      Stoommodus: Systeemdruk te laag

      Oplossing:

      Bediener

      1. De systeemdruk in kleine stappen verhogen door het handwiel op de overloop rechtsom te draaien.

      ERROR 6

      Brandstofvoeler

      Oorzaak:

      Brandstofreservoir leeg.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Vul brandstof bij.

      Oorzaak:

      Vlotter van de brandstofvoeler zit klem.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Controleer vlotter.

      Oorzaak:

      Brandstofvoeler defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Brandstofvoeler vervangen.

      ERROR 9*

      Uitlaatgastemperatuur

      Oorzaak:

      Uitlaatgastemperatuurbegrenzer is geactiveerd en heeft de brander uitgeschakeld.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Apparaat uitschakelen, laten afkoelen en weer inschakelen. Indien de storing zich herhaaldelijk voordoet, dient u de klantenservice te verwittigen.

      Oorzaak:

      Uitlaatgastemperatuurbegrenzer defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Uitlaatgastemperatuurbegrenzer vervangen.

      Oorzaak:

      Brander verkeerd ingesteld.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Brander instellen.

      Oorzaak:

      Heetwaterslang met roet of kalkafzetting.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Heetwaterslang van roet ontdoen en ontkalken.

      ERROR 10*

      Temperatuur brander

      Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

      Oorzaak:

      Temperatuurvoeler brander (NTC) heeft brander uitgeschakeld.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen. Indien de storing zich herhaaldelijk voordoet, dient u de klantenservice te verwittigen.

      Oorzaak:

      Temperatuurvoeler brander defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Temperatuurvoeler vervangen.

      ERROR 11*

      Vlamvoeler (geen vlam)

      Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

      Oorzaak:

      Verstuiverhouder vervuild.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Verstuiverhouder reinigen.

      Oorzaak:

      Ontstekingselektroden verkeerd ingesteld of vuil.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Ontstekingselektroden juist instellen of reinigen.

      Oorzaak:

      Fotocel van de vlambewaking defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Fotocel vervangen.

      Oorzaak:

      Brandstofpomp defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Brandstofpomp vervangen.

      Oorzaak:

      Magneetventiel brandstof defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Magneetventiel vervangen.

      Oorzaak:

      Brandstoffilter verstopt.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Brandstoffilter vervangen.

      Oorzaak:

      Onstekingstrafo defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Ontstekingstrafo vervangen.

      ERROR 12*

      Vlamvoeler (vlam gaat niet uit)

      Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

      Oorzaak:

      Fotocel van de vlambewaking defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Fotocel vervangen.

      Oorzaak:

      Brander vol roet, "gloeit" na.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Brander roetvrij laten maken.

      ERROR 14

      Uitschakeling na 45 minuten durende pauze.

      Oorzaak:

      Tijd gereedheid voor gebruik van 45 minuten overschreden.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen.

      ERROR 15

      Uitschakeling na 45 minuten continu gebruik

      Oorzaak:

      Tijd voor continue gebruik van 45 minuten overschreden.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen.

      Apparaat stopt, indicatie op display gaat uit

      Oorzaak:

      Zekering doorgebrand.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Zekering vervangen.

      Oorzaak:

      Geen stroomvoorziening op de inverter door onder- of overspanning van de batterij.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Batterij controleren, indien nodig opladen.

      Oorzaak:

      Inverter defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Inverter vervangen.

      Geen indicatie op display na het inschakelen

      Oorzaak:

      Batterij leeg.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Accu laden.

      Oorzaak:

      Zekering doorgebrand.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Zekering vervangen.

      Oorzaak:

      Voorste kap open.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Voorste kap sluiten.

      Oorzaak:

      Noodstopschakelaar ingedrukt.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Noodstopschakelaar ontgrendelen door trekken.

      Oorzaak:

      Geen stroomvoorziening op de inverter door onder- of overspanning van de batterij.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Batterij controleren, indien nodig opladen.

      Oorzaak:

      Inverter defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Inverter vervangen.

      Motor start niet of gaat direct weer uit

      Oorzaak:

      Klantenservice informeren.

      Werkdruk schommelt

      Oorzaak:

      Lek in het aanzuigkanaal van de hogedrukpomp.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Leidingsysteem controleren.

      Oorzaak:

      Ventielen versleten.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Ventielen vervangen.

      Roetaanslag in brander

      Oorzaak:

      Brander verkeerd ingesteld of vervuild.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Brander instellen of reinigen.

      Oorzaak:

      Magneetventiel brandstof defect. Dieselolie drupt na.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Magneetventiel controleren, eventueel spoel of magneetventiel vervangen.

      Witte rook uit brander

      Oorzaak:

      Geen ontstekingsvonk voorhanden (door kijkglas in deksel van de brander te zien).

      Oplossing:

      Bediener

      1. Klantenservice informeren.

      Oorzaak:

      Condenswater in verstuiverhouder.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Verstuiverhouder controleren, reinigen.

      Oorzaak:

      Brandstofdruk te laag.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Brandstofpomp controleren.

      Controlelampje voorste kap/noodstop brandt.

      Oorzaak:

      Voorste kap werd tijdens het gebruik geopend.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Voorste kap sluiten.

      Oorzaak:

      Veiligheidsschakelaar voorste kap defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Veiligheidsschakelaar controleren.

      Oorzaak:

      Noodstopschakelaar ingedrukt.

      Oplossing:

      Bediener)

      1. Noodstopschakelaar ontgrendelen door trekken.

      Water druppelt vanonder uit apparaat

      Oorzaak:

      Hogedrukpomp lek.

      Oplossing:

      <o>Opmerking: Toegestaan zijn 3 druppels water/minuut. Bij sterkere lekkage het apparaat laten controleren door de klantenservice.

      </o>

      Klantenservice

      Apparaat bouwt geen druk op

      Oorzaak:

      Sproeier verstopt/uitgewassen.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Sproeikoppen reinigen/vervangen.

      Oorzaak:

      Bedrijfstoerental van de motor te laag.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Bedrijfstoerental van de motor controleren.

      Oorzaak:

      Alleen HDS 9/50, HDS 13/35 (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20): Toerentalbesturing defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Toerentalbesturing controleren.

      Oorzaak:

      Veiligheidsventiel lek.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Instelling controleren, indien nodig nieuwe afdichting aanbrengen.

      Oorzaak:

      Toevoerleidingen naar de pomp lek of verstopt.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Controleer alle toevoerleidingen naar de pomp.

      Geklop uit hogedrukpomp

      Oorzaak:

      Toevoerleidingen naar de pomp lek.

      Oplossing:

      <o>Controleer alle toevoerleidingen naar de pomp.

      </o>

      Klantenservice

      Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:

      Onvoldoende of geen toevoer van reinigingsmiddel

      Oorzaak:

      Reinigingsmiddel-doseerventiel is gesloten of lek/verstopt

      Oplossing:

      Bediener

      1. Reinigingsmiddel-doseerventiel openen of controleren/reinigen.

      Oorzaak:

      Reinigingsmiddelaanzuigslang met filter ondicht of verstopt

      Oplossing:

      Bediener

      1. Reinigingsmiddel-zuigslang met filter controleren/reinigen.

      Oorzaak:

      Reinigingsmiddelmagneetklep lek of verstopt.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Reinigingsmiddelmagneetklep controleren, reinigen.

      Oorzaak:

      Elektronica of reinigingsmiddelmagneetklep defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Elektronica of reinigingsmiddelmagneetklep vervangen.

      Overstroomklep gaat bij een geopend handspuitpistool voortdurend open/dicht

      Oorzaak:

      Sproeiers verstopt.

      Oplossing:

      Bediener

      1. Sproeikoppen reinigen.

      Oorzaak:

      Apparaat is verkalkt.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Het apparaat ontkalken.

      Oorzaak:

      Overstroomventiel defect.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Overstroomklep vervangen.

      Oorzaak:

      Schakelpunt van overstroomventiel is ontregeld.

      Oplossing:

      Klantenservice

      1. Overstroomklep instellen.

      Controlelampje van de WR-box brandt rood

      Oorzaak:

      Stoommodus: Systeemdruk te hoog

      Oplossing:

      <o>Systeemdruk in kleine stappen verlagen door het handwiel op de overloop linksom te draaien.

      </o>

      Bediener

      Display storing


      1. Storingsnummer
      2. Motor uit (OFF)

        Klantenservice

        Als de storing niet kan worden verholpen, moet het apparaat door de klantenservice worden gecontroleerd.

          Storingen weergegeven op het display

          Hulp bij storingen zonder indicatie op het display

          • ERROR 1 Laadstroom 

          • ERROR 3 Temperatuur wateringang resp. koelwater 

          • ERROR 4 Watertekort 

          • ERROR 5 Stromingsschakelaar/ drukschakelaar 

          • ERROR 6 Brandstofvoeler 

          • ERROR 9* Uitlaatgastemperatuur 

          • ERROR 10* Temperatuur brander Reinigingswerking met koud water is mogelijk. 

          • ERROR 11* Vlamvoeler (geen vlam) Reinigingswerking met koud water is mogelijk. 

          • ERROR 12* Vlamvoeler (vlam gaat niet uit) Reinigingswerking met koud water is mogelijk. 

          • ERROR 14 Uitschakeling na 45 minuten durende pauze. 

          • ERROR 15 Uitschakeling na 45 minuten continu gebruik 

          • Apparaat stopt, indicatie op display gaat uit 

          • Geen indicatie op display na het inschakelen 

          • Motor start niet of gaat direct weer uit 

          • Werkdruk schommelt 

          • Roetaanslag in brander 

          • Witte rook uit brander 

          • Controlelampje voorste kap/noodstop brandt. 

          • Water druppelt vanonder uit apparaat 

          • Apparaat bouwt geen druk op 

          • Geklop uit hogedrukpomp 

          • Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:Onvoldoende of geen toevoer van reinigingsmiddel 

          • Overstroomklep gaat bij een geopend handspuitpistool voortdurend open/dicht 

          • Controlelampje van de WR-box brandt rood 

          ERROR 1

          Laadstroom

          Oorzaak:

          Spanning V-snaar van de ventilator te klein.

          Oplossing:

          Bediener

          1. V-snaar van de ventilator naspannen.

          Oorzaak:

          Dynamo defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Dynamo controleren, zo nodig vervangen.

          Oorzaak:

          Laadstroombewaking defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Bedrading + relais K9 controleren.

          ERROR 3

          Temperatuur wateringang resp. koelwater

          Oorzaak:

          Watertemperatuur in vlotterreservoir door circulatiebedrijf te hoog.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Water laten afkoelen resp. aflaten. De bedieningshendel van de kogelkraan terugloopomschakeling haaks op de rijrichting stellen (500L).

          Oorzaak:

          Temperatuurvoeler wateringang heeft apparaat uitgeschakeld.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen. Indien de storing zich herhaaldelijk voordoet, dient u de klantenservice te verwittigen.

          Oorzaak:

          Temperatuurvoeler wateringang defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Temperatuurvoeler vervangen.

          Oorzaak:

          Peil koelvloeistof te laag.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Koelvloeistof in expansievat bijvullen.

          Oorzaak:

          Spanning V-snaar van de ventilator te klein.

          Oplossing:

          Bediener

          1. V-snaar van de ventilator naspannen.

          Oorzaak:

          Temperatuurvoeler koelwater van de motor defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Temperatuurvoeler vervangen.

          ERROR 4

          Watertekort

          Oorzaak:

          Externe watertoevoer: Watertoevoerdruk te laag.

          Oplossing:

          Bediener

          1. De watertoevoer controleren.

          Oorzaak:

          Interne watertoevoer: Watertanks leeg.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Watertanks vullen

          Oorzaak:

          Watertekortbeveiliging in vlotterreservoir defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Watertekortbeveiliging vervangen.

          Oorzaak:

          Wateringangsfilter vervuild.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Wateringangsfilter reinigen.

          Oorzaak:

          Waterslang lek of geknikt.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Waterslang vervangen.

          Oorzaak:

          Vlotterventiel in vlotterreservoir vervuild.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Vlotterventiel reinigen.

          Oorzaak:

          Vlotterventiel in vlotterreservoir zit klem of is defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Vlotterventiel reinigen of vervangen.

          ERROR 5

          Stromingsschakelaar/ drukschakelaar

          Oorzaak:

          Stromingsschakelaar defect

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Stromingsschakelaar vervangen

          Oorzaak:

          Drukschakelaar defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Drukschakelaar vervangen.

          Oorzaak:

          Overstroomklep defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Overstroomklep vervangen.

          Oorzaak:

          Terugslagklep in overstroomklep defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Terugslagklep vervangen.

          Oorzaak:

          Pompvoorfilter vervuild.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Pompvoorfilter reinigen.

          Oorzaak:

          Stoommodus: Systeemdruk te laag

          Oplossing:

          Bediener

          1. De systeemdruk in kleine stappen verhogen door het handwiel op de overloop rechtsom te draaien.

          ERROR 6

          Brandstofvoeler

          Oorzaak:

          Brandstofreservoir leeg.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Vul brandstof bij.

          Oorzaak:

          Vlotter van de brandstofvoeler zit klem.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Controleer vlotter.

          Oorzaak:

          Brandstofvoeler defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Brandstofvoeler vervangen.

          ERROR 9*

          Uitlaatgastemperatuur

          Oorzaak:

          Uitlaatgastemperatuurbegrenzer is geactiveerd en heeft de brander uitgeschakeld.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Apparaat uitschakelen, laten afkoelen en weer inschakelen. Indien de storing zich herhaaldelijk voordoet, dient u de klantenservice te verwittigen.

          Oorzaak:

          Uitlaatgastemperatuurbegrenzer defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Uitlaatgastemperatuurbegrenzer vervangen.

          Oorzaak:

          Brander verkeerd ingesteld.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Brander instellen.

          Oorzaak:

          Heetwaterslang met roet of kalkafzetting.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Heetwaterslang van roet ontdoen en ontkalken.

          ERROR 10*

          Temperatuur brander

          Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

          Oorzaak:

          Temperatuurvoeler brander (NTC) heeft brander uitgeschakeld.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen. Indien de storing zich herhaaldelijk voordoet, dient u de klantenservice te verwittigen.

          Oorzaak:

          Temperatuurvoeler brander defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Temperatuurvoeler vervangen.

          ERROR 11*

          Vlamvoeler (geen vlam)

          Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

          Oorzaak:

          Verstuiverhouder vervuild.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Verstuiverhouder reinigen.

          Oorzaak:

          Ontstekingselektroden verkeerd ingesteld of vuil.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Ontstekingselektroden juist instellen of reinigen.

          Oorzaak:

          Fotocel van de vlambewaking defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Fotocel vervangen.

          Oorzaak:

          Brandstofpomp defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Brandstofpomp vervangen.

          Oorzaak:

          Magneetventiel brandstof defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Magneetventiel vervangen.

          Oorzaak:

          Brandstoffilter verstopt.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Brandstoffilter vervangen.

          Oorzaak:

          Onstekingstrafo defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Ontstekingstrafo vervangen.

          ERROR 12*

          Vlamvoeler (vlam gaat niet uit)

          Reinigingswerking met koud water is mogelijk.

          Oorzaak:

          Fotocel van de vlambewaking defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Fotocel vervangen.

          Oorzaak:

          Brander vol roet, "gloeit" na.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Brander roetvrij laten maken.

          ERROR 14

          Uitschakeling na 45 minuten durende pauze.

          Oorzaak:

          Tijd gereedheid voor gebruik van 45 minuten overschreden.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen.

          ERROR 15

          Uitschakeling na 45 minuten continu gebruik

          Oorzaak:

          Tijd voor continue gebruik van 45 minuten overschreden.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen.

          Apparaat stopt, indicatie op display gaat uit

          Oorzaak:

          Zekering doorgebrand.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Zekering vervangen.

          Oorzaak:

          Geen stroomvoorziening op de inverter door onder- of overspanning van de batterij.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Batterij controleren, indien nodig opladen.

          Oorzaak:

          Inverter defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Inverter vervangen.

          Geen indicatie op display na het inschakelen

          Oorzaak:

          Batterij leeg.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Accu laden.

          Oorzaak:

          Zekering doorgebrand.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Zekering vervangen.

          Oorzaak:

          Voorste kap open.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Voorste kap sluiten.

          Oorzaak:

          Noodstopschakelaar ingedrukt.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Noodstopschakelaar ontgrendelen door trekken.

          Oorzaak:

          Geen stroomvoorziening op de inverter door onder- of overspanning van de batterij.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Batterij controleren, indien nodig opladen.

          Oorzaak:

          Inverter defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Inverter vervangen.

          Motor start niet of gaat direct weer uit

          Oorzaak:

          Klantenservice informeren.

          Werkdruk schommelt

          Oorzaak:

          Lek in het aanzuigkanaal van de hogedrukpomp.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Leidingsysteem controleren.

          Oorzaak:

          Ventielen versleten.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Ventielen vervangen.

          Roetaanslag in brander

          Oorzaak:

          Brander verkeerd ingesteld of vervuild.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Brander instellen of reinigen.

          Oorzaak:

          Magneetventiel brandstof defect. Dieselolie drupt na.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Magneetventiel controleren, eventueel spoel of magneetventiel vervangen.

          Witte rook uit brander

          Oorzaak:

          Geen ontstekingsvonk voorhanden (door kijkglas in deksel van de brander te zien).

          Oplossing:

          Bediener

          1. Klantenservice informeren.

          Oorzaak:

          Condenswater in verstuiverhouder.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Verstuiverhouder controleren, reinigen.

          Oorzaak:

          Brandstofdruk te laag.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Brandstofpomp controleren.

          Controlelampje voorste kap/noodstop brandt.

          Oorzaak:

          Voorste kap werd tijdens het gebruik geopend.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Voorste kap sluiten.

          Oorzaak:

          Veiligheidsschakelaar voorste kap defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Veiligheidsschakelaar controleren.

          Oorzaak:

          Noodstopschakelaar ingedrukt.

          Oplossing:

          Bediener)

          1. Noodstopschakelaar ontgrendelen door trekken.

          Water druppelt vanonder uit apparaat

          Oorzaak:

          Hogedrukpomp lek.

          Oplossing:

          <o>Opmerking: Toegestaan zijn 3 druppels water/minuut. Bij sterkere lekkage het apparaat laten controleren door de klantenservice.

          </o>

          Klantenservice

          Apparaat bouwt geen druk op

          Oorzaak:

          Sproeier verstopt/uitgewassen.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Sproeikoppen reinigen/vervangen.

          Oorzaak:

          Bedrijfstoerental van de motor te laag.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Bedrijfstoerental van de motor controleren.

          Oorzaak:

          Alleen HDS 9/50, HDS 13/35 (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20): Toerentalbesturing defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Toerentalbesturing controleren.

          Oorzaak:

          Veiligheidsventiel lek.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Instelling controleren, indien nodig nieuwe afdichting aanbrengen.

          Oorzaak:

          Toevoerleidingen naar de pomp lek of verstopt.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Controleer alle toevoerleidingen naar de pomp.

          Geklop uit hogedrukpomp

          Oorzaak:

          Toevoerleidingen naar de pomp lek.

          Oplossing:

          <o>Controleer alle toevoerleidingen naar de pomp.

          </o>

          Klantenservice

          Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:

          Onvoldoende of geen toevoer van reinigingsmiddel

          Oorzaak:

          Reinigingsmiddel-doseerventiel is gesloten of lek/verstopt

          Oplossing:

          Bediener

          1. Reinigingsmiddel-doseerventiel openen of controleren/reinigen.

          Oorzaak:

          Reinigingsmiddelaanzuigslang met filter ondicht of verstopt

          Oplossing:

          Bediener

          1. Reinigingsmiddel-zuigslang met filter controleren/reinigen.

          Oorzaak:

          Reinigingsmiddelmagneetklep lek of verstopt.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Reinigingsmiddelmagneetklep controleren, reinigen.

          Oorzaak:

          Elektronica of reinigingsmiddelmagneetklep defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Elektronica of reinigingsmiddelmagneetklep vervangen.

          Overstroomklep gaat bij een geopend handspuitpistool voortdurend open/dicht

          Oorzaak:

          Sproeiers verstopt.

          Oplossing:

          Bediener

          1. Sproeikoppen reinigen.

          Oorzaak:

          Apparaat is verkalkt.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Het apparaat ontkalken.

          Oorzaak:

          Overstroomventiel defect.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Overstroomklep vervangen.

          Oorzaak:

          Schakelpunt van overstroomventiel is ontregeld.

          Oplossing:

          Klantenservice

          1. Overstroomklep instellen.

          Controlelampje van de WR-box brandt rood

          Oorzaak:

          Stoommodus: Systeemdruk te hoog

          Oplossing:

          <o>Systeemdruk in kleine stappen verlagen door het handwiel op de overloop linksom te draaien.

          </o>

          Bediener

          Garantie

          In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice.

          Meer informatie vindt u onder: www.kaercher.com/dealersearch

          Meer informatie over de garantie (indien beschikbaar) vindt u in het servicegedeelte van uw lokale Kärcher-website onder "Downloads".

          Toebehoren en reserveonderdelen

          Instructie

          Als het apparaat is aangesloten op een schoorsteen of als het apparaat niet zichtbaar is, raden we aan om een vlambewaker (optie) te installeren.

          Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.

          Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.nl.

          EU-conformiteitsverklaring

          Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid.

          Product: Hogedrukreiniger

          Type: 1.524-xxx

          Type: 1.999-380.0

          Relevante EU-richtlijnen

          2006/42/EG (+2009/127/EG)

          2000/14/EG

          2014/30/EU

          2014/68/EU (optioneel)

          Toegepaste geharmoniseerde normen

          EN 60335-1

          EN 60335-2-79

          EN 1829-1

          EN 1829-2

          EN ISO 12100

          EN 13309: 2010

          EN 55012: 2007 + A1: 2009

          EN 62233: 2008

          Toegepaste conformiteitswaarderingsprocedure

          2000/14/EG: Bijlage V

          Geluidsvermogensniveau dB(A)

          HD 9/23 GeTr1 + HD 9/23 DeTr1

          Gemeten: 105

          Gegarandeerd: 107

          HDS 13/20 DeTr1

          Gemeten: 97

          Gegarandeerd: 100

          HDS 13/35 DeTr1 + HDS 9/50 DeTr1

          Gemeten: 100

          Gegarandeerd: 102

          HDS 17/20 DeTr1

          Gemeten: 100

          Gegarandeerd: 102

          OPTIONAL

          Product: ABS stoom HDS 1000

          Type: 2.013-093.0

          Categorie van de bouwgroep

          II

          Conformiteitsprocedure

          Module H1

          Heetwaterslang

          Conformiteitsbeoordeling module H1

          Stuurblok

          Conformiteitsbeoordeling module H1

          Verschillende buisleidingen

          Conformiteitsbeoordeling art. 4, lid 3

          Toegepaste specificaties:

          M.b.t. AD 2000

          M.b.t TRD 801

          Naam van de aangemelde instantie:

          2014/68/EU

          TÜV Rheinland Industrie Service GmbH

          Am Grauen Stein 51105 Keulen

          Ken-nr. 0035

          De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.


          Gevolmachtigde voor de documentatie:

          S. Reiser

          Alfred Kärcher SE & Co. KG

          Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

          71364 Winnenden (Germany)

          Tel.: +49 7195 14-0

          Fax: +49 7195 14-2212

          Winnenden, 2023/01/01

          Technische gegevens

          • HDS 9/50 DE Tr1 

          • HDS 13/35 DE Tr1 

          • HDS 13/20 DE Tr1 

          • HDS 17/20 DE Tr1 

          HDS 9/50 DE Tr1

          Wateraansluiting
          Toevoertemperatuur (max.)
          30 °C
          Toevoerdebiet (min.)
          1000 (16,7) l/h (l/min)
          Toevoerdruk (max.)
          0,05-1 (0,5-10) MPa (bar)
          Gegevens capaciteit apparaat
          Opbrengst, water
          500-900 (8,3-15) l/h (l/min)
          Werkdruk water met standaard mondstuk
          15-50 (150-500) MPa (bar)
          Overdruk veiligheidsventiel (maximum)
          64 (640) MPa (bar)
          Debiet stoombedrijf
          -- l/h (l/min)
          Volume stoomwerking desinfectie
          -- l/h (l/min)
          Werkdruk stoombedrijf met stoomsproeier (max.)
          -- MPa (bar)
          Onderdeelnr. Stoomsproeier (sproeiergrootte) voor stoomreiniging
          --
          Onderdeelnr. Stoomsproeier (sproeiergrootte) voor desinfectie
          --
          Vermogen aandrijfmotor
          15,5 kW
          Motortoerental
          3100 1/min
          Batterij
          12/41 V/Ah
          Bedrijfstemperatuur warm water (maximum)
          30-98 °C
          Werktemperatuur stoombedrijf
          -- °C
          Opbrengst, reinigingsmiddel
          -- l/h (l/min)
          Brandervermogen
          65 kW
          Brandstofverbruik (max.)
          11,7 l/h
          Brandstofverbruik bij werken met koud water
          5,2 l/h
          Reactiekracht van het hogedrukpistool
          79 N
          Sproeiergrootte van de standaardsproeier
          030
          Bedrijfsstoffen
          Brandstof
          Diesel
          Hoeveelheid olie tussenbak
          0,35 l
          Type olie tussenbak
          SAE90
          Hoeveelheid olie pomp
          1,2 l
          Oliesoort pomp
          15W40
          Hoeveelheid motorolie
          3,5 l
          Oliesoort motorolie
          15W40
          Afmetingen en gewichten
          Lengte x breedte x hoogte
          3646 x 1747 x 1735 mm
          Gewicht zonder bedrijfsstoffen
          860-1020 kg
          Totaal gewicht incl. bedrijfsstoffen en standaard toebehoren
          1440-1600 kg
          Toegelaten aslast
          1600 kg
          Toegelaten steunlast (max.)
          1100/1600 kg
          Toegestaan totaal gewicht (max.)
          100 kg
          Brandstoftank
          100 l
          Watertank
          500 l
          Koelsysteem
          5 l
          Onthardingsvloeistof
          1 l
          Antivriesmiddel
          20 l
          Reinigingsmiddelreservoir
          -- l
          Bandenuitrusting
          Typegoedkeuring conform ECE R 30, ECE R 54, ECE R 108 of ECE R 109 en aanvullend ECE R 117
          Grootte van de band
          185 R 14 C
          Belastingsindex
          104
          Snelheidsindex
          N
          Wielgrootte/velgtype
          5,5 J x 14
          Wielbolling
          30
          Bandenspanning
          0,45 (4,5) MPa (bar)
          Remsysteem
          Oplooprem
          Berekende waarden conform EN 60335-2-79
          Geluidsdrukniveau LpA
          82 dB(A)
          Onzekerheid KpA
          3 dB(A)
          Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA
          103 dB(A)
          Hand-arm-vibratiewaarde hogedrukpistool
          4,2 m/s2
          Hand-arm-vibratiewaarde straalbuis
          4,2 m/s2
          Onzekerheid K
          2,1 m/s2

          HDS 13/35 DE Tr1

          Wateraansluiting
          Toevoertemperatuur (max.)
          30 °C
          Toevoerdebiet (min.)
          1500 (25) l/h (l/min)
          Toevoerdruk (max.)
          0,1-1 (1-10) MPa (bar)
          Gegevens capaciteit apparaat
          Opbrengst, water
          650-1300 (10,8-21,7) l/h (l/min)
          Werkdruk water met standaard mondstuk
          10-35 (100-350) MPa (bar)
          Overdruk veiligheidsventiel (maximum)
          44 (440) MPa (bar)
          Debiet stoombedrijf
          -- l/h (l/min)
          Volume stoomwerking desinfectie
          -- l/h (l/min)
          Werkdruk stoombedrijf met stoomsproeier (max.)
          -- MPa (bar)
          Onderdeelnr. Stoomsproeier (sproeiergrootte) voor stoomreiniging
          --
          Onderdeelnr. Stoomsproeier (sproeiergrootte) voor desinfectie
          --
          Vermogen aandrijfmotor
          15 kW
          Motortoerental
          3300 1/min
          Batterij
          12/41 V/Ah
          Bedrijfstemperatuur warm water (maximum)
          30-98 °C
          Werktemperatuur stoombedrijf
          -- °C
          Opbrengst, reinigingsmiddel
          -- l/h (l/min)
          Brandervermogen
          97 kW
          Brandstofverbruik (max.)
          15 l/h
          Brandstofverbruik bij werken met koud water
          5,1 l/h
          Reactiekracht van het hogedrukpistool
          96 N
          Sproeiergrootte van de standaardsproeier
          051
          Bedrijfsstoffen
          Brandstof
          Diesel
          Hoeveelheid olie tussenbak
          0,35 l
          Type olie tussenbak
          SAE90
          Hoeveelheid olie pomp
          1,2 l
          Oliesoort pomp
          15W40
          Hoeveelheid motorolie
          3,5 l
          Oliesoort motorolie
          15W40
          Afmetingen en gewichten
          Lengte x breedte x hoogte
          3646 x 1747 x 1735 mm
          Gewicht zonder bedrijfsstoffen
          860-1020 kg
          Totaal gewicht incl. bedrijfsstoffen en standaard toebehoren
          1440-1600 kg
          Toegelaten aslast
          1600 kg
          Toegelaten steunlast (max.)
          100 kg
          Toegestaan totaal gewicht (max.)
          1100/1600 kg
          Brandstoftank
          100 l
          Watertank
          500 l
          Koelsysteem
          5 l
          Onthardingsvloeistof
          1 l
          Antivriesmiddel
          20 l
          Reinigingsmiddelreservoir
          -- l
          Bandenuitrusting
          Typegoedkeuring conform ECE R 30, ECE R 54, ECE R 108 of ECE R 109 en aanvullend ECE R 117
          Grootte van de band
          185 R 14 C
          Belastingsindex
          104
          Snelheidsindex
          N
          Wielgrootte/velgtype
          5,5 J x 14
          Wielbolling
          30
          Bandenspanning
          0,45 (4,5) MPa (bar)
          Remsysteem
          Oplooprem
          Berekende waarden conform EN 60335-2-79
          Geluidsdrukniveau LpA
          82 dB(A)
          Onzekerheid KpA
          3 dB(A)
          Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA
          103 dB(A)
          Hand-arm-vibratiewaarde hogedrukpistool
          4,2 m/s2
          Hand-arm-vibratiewaarde straalbuis
          4,2 m/s2
          Onzekerheid K
          2,1 m/s2

          HDS 13/20 DE Tr1

          Wateraansluiting
          Toevoertemperatuur (max.)
          30 °C
          Toevoerdebiet (min.)
          1500 (25) l/h (l/min)
          Toevoerdruk (max.)
          0,1-1 (1-10) MPa (bar)
          Gegevens capaciteit apparaat
          Opbrengst, water
          900-1300 (15-21,7) l/h (l/min)
          Werkdruk water met standaard mondstuk
          6-20 (60-200) MPa (bar)
          Overdruk veiligheidsventiel (maximum)
          24 (240) MPa (bar)
          Debiet stoombedrijf
          460 (7,7) l/h (l/min)
          Volume stoomwerking desinfectie
          WR 10, WR 20: 360 (6)
          WR 50, WR 100: 460 (7,7) l/h (l/min)
          Werkdruk stoombedrijf met stoomsproeier (max.)
          3,2 (32) MPa (bar)
          Onderdeelnr. Stoomsproeier (sproeiergrootte) voor stoomreiniging
          2.113-026.0 (060)
          Onderdeelnr. Stoomsproeier (sproeiergrootte) voor desinfectie
          WR 10, WR 20: 2.113-022.0 (045)
          WR 50, WR 100: 2.113- 026.0 (060)
          Vermogen aandrijfmotor
          9 kW
          Motortoerental
          2700 1/min
          Batterij
          12/41 V/Ah
          Bedrijfstemperatuur warm water (maximum)
          30-98 °C
          Werktemperatuur stoombedrijf
          155 °C
          Opbrengst, reinigingsmiddel
          0-50 (0-0,8) l/h (l/min)
          Brandervermogen
          105 kW
          Brandstofverbruik (max.)
          13,7 l/h
          Brandstofverbruik bij werken met koud water
          3,1 l/h
          Reactiekracht van het hogedrukpistool
          72 N
          Sproeiergrootte van de standaardsproeier
          075
          Bedrijfsstoffen
          Brandstof
          Diesel
          Hoeveelheid olie tussenbak
          0,35 l
          Type olie tussenbak
          SAE90
          Hoeveelheid olie pomp
          1,3 l
          Oliesoort pomp
          15W40
          Hoeveelheid motorolie
          3,5 l
          Oliesoort motorolie
          15W40
          Afmetingen en gewichten
          Lengte x breedte x hoogte
          3646 x 1747 x 1735 mm
          Gewicht zonder bedrijfsstoffen
          860-1020 kg
          Totaal gewicht incl. bedrijfsstoffen en standaard toebehoren
          1440-1600 kg
          Toegelaten aslast
          1600 kg
          Toegelaten steunlast (max.)
          100 kg
          Toegestaan totaal gewicht (max.)
          1100/1600 kg
          Brandstoftank
          100 l
          Watertank
          500 l
          Koelsysteem
          5 l
          Onthardingsvloeistof
          1 l
          Antivriesmiddel
          20 l
          Reinigingsmiddelreservoir
          -- l
          Bandenuitrusting
          Typegoedkeuring conform ECE R 30, ECE R 54, ECE R 108 of ECE R 109 en aanvullend ECE R 117
          Grootte van de band
          185 R 14 C
          Belastingsindex
          104
          Snelheidsindex
          N
          Wielgrootte/velgtype
          5,5 J x 14
          Wielbolling
          30
          Bandenspanning
          0,45 (4,5) MPa (bar)
          Remsysteem
          Oplooprem
          Berekende waarden conform EN 60335-2-79
          Geluidsdrukniveau LpA
          80 dB(A)
          Onzekerheid KpA
          3 dB(A)
          Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA
          100 dB(A)
          Hand-arm-vibratiewaarde hogedrukpistool
          3,6 m/s2
          Hand-arm-vibratiewaarde straalbuis
          3,6 m/s2
          Onzekerheid K
          0,85 m/s2

          HDS 17/20 DE Tr1

          Wateraansluiting
          Toevoertemperatuur (max.)
          30 °C
          Toevoerdebiet (min.)
          1800 (30) l/h (l/min)
          Toevoerdruk (max.)
          0,15-1 (1,5-10) MPa (bar)
          Gegevens capaciteit apparaat
          Opbrengst, water
          900-1700 (15-28,3) l/h (l/min)
          Werkdruk water met standaard mondstuk
          6-20 (60-200) MPa (bar)
          Overdruk veiligheidsventiel (maximum)
          24 (240) MPa (bar)
          Debiet stoombedrijf
          460 (7,7) l/h (l/min)
          Volume stoomwerking desinfectie
          WR 10, WR 20: 360 (6)
          WR 50, WR 100: 460 (7,7) l/h (l/min)
          Werkdruk stoombedrijf met stoomsproeier (max.)
          3,2 (32) MPa (bar)
          Onderdeelnr. Stoomsproeier (sproeiergrootte) voor stoomreiniging
          2.113-026.0 (060)
          Onderdeelnr. Stoomsproeier (sproeiergrootte) voor desinfectie
          WR 10, WR 20: 2.113-022.0 (045)
          WR 50, WR 100: 2.113- 026.0 (060)
          Vermogen aandrijfmotor
          11 kW
          Motortoerental
          3300 1/min
          Batterij
          12/41 V/Ah
          Bedrijfstemperatuur warm water (maximum)
          30-98 °C
          Werktemperatuur stoombedrijf
          155 °C
          Opbrengst, reinigingsmiddel
          0-70 (0-1,2) l/h (l/min)
          Brandervermogen
          105 kW
          Brandstofverbruik (max.)
          14,3 l/h
          Brandstofverbruik bij werken met koud water
          3,7 l/h
          Reactiekracht van het hogedrukpistool
          94 N
          Sproeiergrootte van de standaardsproeier
          090
          Bedrijfsstoffen
          Brandstof
          Diesel
          Hoeveelheid olie tussenbak
          0,35 l
          Type olie tussenbak
          SAE90
          Hoeveelheid olie pomp
          1,3 l
          Oliesoort pomp
          15W40
          Hoeveelheid motorolie
          3,5 l
          Oliesoort motorolie
          15W40
          Afmetingen en gewichten
          Lengte x breedte x hoogte
          3646 x 1747 x 1735 mm
          Gewicht zonder bedrijfsstoffen
          860-1020 kg
          Totaal gewicht incl. bedrijfsstoffen en standaard toebehoren
          1440-1600 kg
          Toegelaten aslast
          1600 kg
          Toegelaten steunlast (max.)
          100 kg
          Toegestaan totaal gewicht (max.)
          1100/1600 kg
          Brandstoftank
          100 l
          Watertank
          500 l
          Koelsysteem
          5 l
          Onthardingsvloeistof
          1 l
          Antivriesmiddel
          20 l
          Reinigingsmiddelreservoir
          -- l
          Bandenuitrusting
          Typegoedkeuring conform ECE R 30, ECE R 54, ECE R 108 of ECE R 109 en aanvullend ECE R 117
          Grootte van de band
          185 R 14 C
          Belastingsindex
          104
          Snelheidsindex
          N
          Wielgrootte/velgtype
          5,5 J x 14
          Wielbolling
          30
          Bandenspanning
          0,45 (4,5) MPa (bar)
          Remsysteem
          Oplooprem
          Berekende waarden conform EN 60335-2-79
          Geluidsdrukniveau LpA
          82 dB(A)
          Onzekerheid KpA
          3 dB(A)
          Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA
          103 dB(A)
          Hand-arm-vibratiewaarde hogedrukpistool
          3,3 m/s2
          Hand-arm-vibratiewaarde straalbuis
          3,3 m/s2
          Onzekerheid K
          0,8 m/s2
          <BackPage>

           

            

           



          </BackPage>